Schoorvoetend groeit de aandacht voor de verdrijving

In Bonn is vorige maand de meestomvattende tentoonstelling ooit geopend over een beladen onderwerp: de 'Vertriebenen', de miljoenen Duitsers die aan het eind van de oorlog uit Oost-Europa zijn verdreven. Nog zijn de Polen er rustig onder.

door Eric Brassem

De bezoeker komt om meer te ervaren over de 12 à 14 miljoen Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog van huis en haard zijn verdreven. Een groot deel van hen woonde in Oost-Pruisen en Silezië, Duits grondgebied dat na de Tweede Wereldoorlog naar Polen ging. Anderen woonden generaties lang in andere Oost-Europese landen, als minderheid die na 1945 niet meer welkom was.

Maar, geheel volgens politiek correcte Duitse zeden, moet de museumgast eerst langs panelen over andere etnische zuiveringen sinds de Oudheid, van de Joden in Egyptische ballingschap tot de twintigste eeuw. Daarna leren de bezoekers dat de Tsjechoslowaken, Polen, Bulgaren, Roemen, Hongaren en de Sovjets die de Duitsers verdreven slechts reageerden op de nazi-gruwelen.

Zelden was 'een zo politiek beladen thema' onderwerp van een expositie, pochte Hermann Schüfer, directeur van het Haus der Geschichte in Bonn, vorige maand bij de opening. Eigenlijk zou Horst Köhler, de bondspresident en beschermheer van de expositie, het openingswoord voeren. Maar daar zag hij van af, gezien het brisante karakter van de expositie.

President Köhler (met voornaam vernoemd naar Horst Wessel; zijn broer heet Adolf ) groeide op in een gezin uit de Duitse minderheid dat onder Hitler uit Bessarabië (Moldavië) werd geplukt, om zich te vestigen in het te 'germaniseren' Oost-Polen. In 1944 namen de Köhlers de wijk voor het oprukkende Rode Leger, naar het Oost-Duitse Leipzig. In 1953 vluchtten ze opnieuw, naar West-Duitsland.

Köhler, exemplarisch als 'verdrevene', hield diplomatiek zijn mond bij de opening, want bondskanselier Angela Merkel bezocht toen Polen. De nationalistisch gezinde regering daar doet alsof in Duitsland, met de christen-democraten, de revanchisten aan de macht zijn.

Polen voert een felle campagne tegen het plan om in Berlijn een 'Centrum tegen Verdrijvingen' te vestigen, een initiatief van de Duitse Bond der Verdrevenen (2 miljoen leden). De CDU/CSU is voorstander van zo'n centrum, coalitiegenoot SPD tegen. In Polen bestaat een brede overtuiging dat zo'n centrum de opmaat is voor Duitse aanspraken op Poolse gebieden en goederen die tot 1945 Duits waren.

Na de Tweede Wereldoorlog verplaatsten de Geallieerden Polen zo'n tweehonderd kilometer westwaarts, op aandringen van Sovjet-leider Stalin. Oost-Polen viel toe aan de Sovjet-Unie; voorheen Duitse streken als Silezië en Pommeren werden Pools. Miljoenen Polen moesten uit Wit-Rusland en Oekraïne verhuizen. Miljoenen Duitsers moesten weg uit steden als Breslau (Wroclaw). Ook elders in Oost-Europa werden Duitsers verdreven, vaak met grof geweld. Hierbij vielen tot 2 miljoen doden.

In de DDR was het thema taboe. Umsiedler, 'hervestigers', moesten de verdrevenen heten. Hun geschiedenis werd verzwegen. In West-Duitsland, zeker bij links, golden de verdrevenen als 'revanchisten'.

Teruggave van Duitse gebieden was lang een eis van vele verdrevenen - en niet van hen alleen. In 1953 vond slechts 11 procent van de West-Duitsers dat de verloren gebieden voorgoed verloren waren; in 1970 was al 72 procent daarvan overtuigd.

De verdrevenen en hun aanspraken bemoeilijkten de West-Duitse ontspanningspolitiek jegens Oost-Europa, ingezet onder bondskanselier Willy Brandt. Zij vonden dat Brandt hun ongeluk legitimeerde door de zogeheten Ostvertrüge. Daarin erkende Duitsland de nieuwe Oost-Europese grenzen. De vaak getraumatiseerde verdrevenen moesten het doen met de lezing dat het allemaal Hitlers schuld was geweest, en daarmee basta.

Onder welwillende Oost-Europeanen groeit nu de interesse voor deze geschiedenis. Hier en daar in 'Pools Duitsland' worden musea geopend en vinden openbare debatten plaats. Maar nog steeds weigeren Polen en Tsjechië de verdrijvingen met zelfkritiek te bezien.

Ook in Duitsland blijft de discussie beladen, zo blijkt ook uit de tentoonstelling in Bonn. Het is al heel wat dat bejaarde verdrevenen op video's verslag doen van de gruwelen pal voor, tijdens en na hun verdrijving. Maar de expositie mijdt alles wat riekt naar uitleg of analyse - bijvoorbeeld van hedendaagse discussies onder verdrevenen over compensatie. De bezoeker mag zelf een samenhang verzinnen tussen honderden foto's, filmpjes en objecten.

Zelfs de Poolse media waren te spreken. ,,De expositie houdt rekening met de historische context; ze laat onder meer de nazi-misdaden zien in het bezette Polen, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie“, schreef het Poolse persbureau PAP. De krant Rzeczpospolita noemde de tentoonstelling in Bonn 'een eerste stap in de richting' om het concurrerende project van een Centrum tegen Verdrijving in Berlijn 'naar de vuilnisemmer te verwijzen'.

Ook in Duitsland vinden sommigen dat deze voorzichtige expositie, die straks naar Berlijn en Leipzig reist, gewoon permanent in Berlijn moet komen, in plaats van het omstreden centrum van de verdrevenen. Maar bondskanselier Merkel maakt zich hard voor het centrum. Ook de Stichting die zich inspant voor het centrum gaat door. Woordvoerder Markus Leuscher legt uit: ,,Deze tentoonstelling in Bonn is uitstekend, maar niet wat ons voor ogen staat. Wij willen ons veel meer richten op de voorgeschiedenis, de planning, en het verloop van de verdrijvingen. Deze expositie wekt de indruk dat die pas gepland werden na de oorlog. Weliswaar hebben de oorlog en de bezetting de verdrijvingen mogelijk gemaakt, maar al voor de oorlog werd in Polen en Tsjechoslowakije gepraat over verdrijving.'' Dan zouden de verdrijvingen dus niet alleen als reactie op Hitlers misdaden kunnen worden verklaard.

De milde reacties in Polen op de expositie in Bonn nu, zeggen niets over hoe ze straks reageren als het toch tot een centrum in Berlijn komt, meent Leuscher. ,,De Polen winden zich altijd op. Maar hoe de Duitsers omgaan met de verdrijving van Duitsers is een zaak van de Duitsers. Wij schrijven hun toch ook niet voor hoe zij zich Treblinka en Majdanek hebben te herinneren?“

Met medewerking van Ekke Overbeek

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden