Schoonmaak na olieramp in Libanon eindelijk begonnen

In Libanon is de oorlog voorbij, maar het opruimen van de olievlek die toen ontstond, is nog maar net begonnen.

Het kiezelstrand ten noorden van de oude haven in Byblos, net naast het kruisvaardersfort, is in jaren niet zo schoon geweest. Libanezen nemen het niet zo nauw met de natuur, en dit stuk strand is gewoonlijk bedolven onder een dikke laag troep, variërend van plastic flessen, tuinstoelen en medisch afval tot allerlei ander plastic huishoudmateriaal.

Slechts een dag had Seacor, een Amerikaans bedrijf dat zich specialiseert in the opruimen van olievlekken, nodig om dit 500 meter lange strand schoon te krijgen. Met de hulp van vissers, die door de olie toch niet uitvaren, heeft het team van veertien man dat geklaard.

Het is slechts de oppervlakte. „We hebben alleen het vuilnis opgeruimd”, vertelt de leider van het Seacor team, „de olie zit er nog, al zie je het niet meer.”

Het probleem zit – letterlijk en figuurlijk – veel dieper. Eerst was er de oorlog waarbij olieopslagplaatsen geraakt werden, en toen de Israëlische blokkade, dus pas een maand nadat ruim 15.000 liter ruwe olie uit de opslag de zee in was gestroomd kon het schoonmaakwerk beginnen. „Nu is het meeste de grond in gezakt. Graaf maar een gat, en je ziet het.”

Wael Hamdan van Greenpeace laat op het strand in Beiroet zien hoe diep het zit. „Hier, op een halve meter. Je kunt de laag zo zien.” Hoewel ruwe olie minder giftig is dan bijvoorbeeld dieselolie, duurt het veel langer voordat het afbreekt. Ruim driekwart van de Libanese kust, zo’n 140 kilometer, is door de ramp getroffen.

Rond het oude natuurlijke vissershaventje van Beiroet is de olie wel duidelijk te zien. Wat op het water dreef is weggezogen, maar alle rotswanden zijn zwart van het pek. De boten, de kade, de netten, alles is bedekt met een dikke laag zwarte stroop. Hoessein Itani heeft er een vissersbootje, maar is sinds de olieramp niet meer de zee op geweest. „Het heeft geen zin. Je vernielt je materiaal.”

Volgens Seacor is het schoonmaken niet zo’n probleem. Zij hebben zestig dagen (en vijf miljoen dollar) uitgetrokken voor de kust van Byblos tot aan Enfeh – 25 kilometer lang. Dat zijn niet strandjes. „De rotsen hebben zo’n vieze badkuiprand. Dat moet schoon. De walkanten, de vissersboten, en ook de olie op de zeebodem.”

Want omdat de schoonmaak zo lang op zich liet wachten, is veel olie al naar de bodem gezakt. „Ruwe olie rolt zich vaak op, net als tapijtjes, en dat kan een duiker zo oppakken.” Maar Wael van Greenpeace toont een video waarop te zien is dat de olie hele stukken zeebodem bedekt. De vissers zullen het de komende drie jaar moeilijk krijgen.

Maar hoe snel de olie ook wordt opgeruimd, voor de strandclubs is het seizoen toch al mislukt. Veel stranden hebben hun deuren moeten sluiten. „Eerst was het de oorlog, en toen de olie”, vertelt Hoessein Sjarafeddin, de eigenaar van Pangea, een strand ten zuiden van Beiroet. Hij schat zijn verliezen op twee miljoen dollar.

Het Libanese ministerie van milieu zegt dat het wel tien jaar kan duren voordat het zeeleven weer hersteld is. Voor de Libanese kust ligt de trekroute van tonijn en zeeschildpadden. Het ministerie schat dat de schoonmaakwerkzaamheden in totaal zo’n 65 miljoen dollar gaan kosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden