Schoonmaak geeft goede voorbeeld

Schoonmaaksters van Asito zeggen dat culturele verschillen zelden onderwerp van gesprek zijn

MARCO VISSER

De politie in de hoofdstad is veel te wit. Dat maakt het moeilijk om bijvoorbeeld de misdaad in de Marokkaanse gemeenschap aan te pakken. Nu wil de politie wel Nederlanders van Marokkaanse en Turkse komaf in het korps, maar eenmaal binnen knappen (vooral) moslims snel af op de discriminatie binnen de politie.

Het voorbeeld van de politie onderstreept waar onderzoekers al langer op stuiten. Ten eerste dat een gemengd personeelsbestand voordelen heeft, ten tweede dat integratie op de werkvloer vaak moeizaam verloopt. Maar waar de wetenschap zich nog nooit over heeft gebogen, is de vraag waarom het in laagbetaalde banen vaak wél goed gaat tussen collega's van Nederlandse, Turkse, Antilliaanse en Marokkaanse afkomst.

"Vreemd toch", zegt Ron Steenkuijl, directeur bij ADG dienstengroep. "Het is zo'n belangrijk onderwerp in de samenleving en we geven er jaarlijks tientallen miljoenen euro's aan uit, en toch weten we niet waarom in sommige sectoren de culturele verschillen geen enkel probleem zijn."

ADG bestaat uit diverse werkmaatschappijen, waaronder het grote schoonmaakbedrijf Asito. Daar werken allerlei nationaliteiten door elkaar, zonder problemen. Hartstikke fijn natuurlijk, maar waarom lukt het bij ons wel en bij anderen niet, dacht Steenkuijl. Omdat hij geen antwoord vond in de wetenschap, richtte hij twee maanden geleden zelf een fonds op; het Nationaal Integratiefonds. Dit jaar wil het fonds 1 miljoen euro ophalen bij bedrijven waarmee de universiteit Leiden een onderzoek kan opzetten naar geslaagde voorbeelden van integratie.

Steenkuijl is reuze benieuwd wat het 'werkzame ingrediënt' is; de smeerolie die er voor zorgt dat collega's van diverse etnische achtergronden wel met elkaar kunnen werken. Dat is niet alleen fijn voor de werknemers, ook het bedrijf heeft er plezier van. "Bedrijven die de verschillen tussen mensen benutten zijn creatiever, maken meer winst en hebben meer tevreden en gezonde werknemers."

Maar de ambitie van Steenkuijl gaat verder. Hij hoopt dat het onderzoek een bijdrage levert aan het integratiedebat in Nederland, dat tot nu toe 'nauwelijks werkbare oplossingen biedt'. "Als we weten waarom integratie op de werkvloer wel werkt, waarom Ahmed binnen de muren een toffe peer is en buiten een k-Marokkaan, dan kunnen we over een aantal jaar met de onderzoeksresultaten naar de minister van sociale zaken stappen. Die kan de bevindingen gebruiken in de samenleving, in de buurten en wijken."

Steenkuijl heeft wel een idee welke smeerolie voor een soepele samenwerking zorgt, maar wil dat niet zeggen. "Dan wordt het weer giswerk. We moeten het juist wetenschappelijk onderzoeken. Dan kunnen we het werkzame ingrediënt ook breder gebruiken. Er zijn zoveel goedbedoelde initiatieven die mislukken. Kort geleden waren er berichten over allochtone agenten die het korps verlaten vanwege de houding van hun collega's, maar ook accountancybureaus en banken lukt het nauwelijks om het personeelsbestand diverser te maken. De werving lukt nog wel, maar het leidt zelden tot een langer dienstverband."

Steenkuijl vertelt zijn verhaal in de lobby van het Verbeeten Instituut in Tilburg, een ziekenhuis voor radiologie en nucleaire geneeskunde. Schoonmakers van Asito lopen langs, net als Hanneke van den Ring, de secretaris van de Raad van Bestuur van het Verbeeten Instituut. Steenkuijl kent ze nog niet. Hij haar wel. "Van het filmpje van het integratiediner", zegt hij tegen Van den Ring. Het Nationaal Integratiediner is net als het integratiefonds ook een idee van Steenkuijl. Dat begon een paar jaar geleden met 650 werknemers van Asito. Vorig jaar schoven ruim 16.000 Nederlanders van allerlei bedrijven aan, onder meer in Verbeeten Instituut waar de Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Nederlandse schoonmakers het eten verzorgden.

"Dat vonden wij een superleuk evenement", zegt Van den Ring tegen Steenkuijl. "Wij zijn trots op onze dames, en dat laten we hen weten ook. Vorig jaar hebben we het diner in de hal gehouden en opengesteld voor de cliënten. Als je samen eten klaar maakt, samen kletst, dan komen de mooiste verhalen. Het diner is op verschillende manieren verbindend geweest."Het integratiediner mag dan aan populariteit winnen, het moet volgens Steenkuijl wel verder gaan dan een avondje gezellig met elkaar eten. Juist daar moet het Nationaal Integratiefonds een bijdrage aan leveren.

undefined

'Op het werk doet onze achtergrond er niet toe'

Songul Alkan doet het licht aan in een verlaten 'bunker', een ruimte waar vroeger radiotherapie werd gegeven. Ze is teamleider van een groep schoonmakers van Asito in het Verbeeten Instituut, een ziekenhuis voor radiologie en nucleaire geneeskunde. En zo ziet ze er ook uit, in haar mouwloze pullover en lichtblauwe overhemd. Alkan is van Turkse afkomst. Ze draagt een hoofddoek, net als haar Marokkaanse collega Ghizlane Talha. De Surinaamse Trees Autar en Anita de Wit - 'Ik ben half-Belgisch - niet.

Culturele verschillen zijn zelden onderwerp van gesprek, zeggen ze. "Als we over werk praten, doen onze verschillende achtergronden er niet toe", zegt Alkan. "Gaat het over privézaken, dan hebben we het meestal over onze zonen en dochters. Ook dan doen die verschillen er niet toe." De Wit: "Je behandelt elkaar als individuen. Dat staat los van iemands achtergrond."

Dat komt in het gesprek telkens terug; elkaar aanspreken als persoon, niet als lid van een etnische groep. "Natuurlijk zijn we het niet altijd met elkaar eens", zegt Alkan. "Maar dan gaat het altijd over werk. Niet over cultuur of religie."

Toch kunnen de verschillende culturen wel eens tot gecompliceerde situaties leiden. De Wit herinnert zich een voormalig medewerkster die telkens dezelfde fout maakte. Voor een gesprek over haar functioneren, bracht de vrouw haar man mee. "De volgende dag kwam ze op het werk. Haar hele keel blauw. Dan schrik je wel hoor. Die man had haar geslagen, want ze had haar werk niet goed gedaan en niet naar de baas geluisterd. Ja, wat moet je daar dan mee? Moeilijk."

Ja, het was een moslima, zegt De Wit. Het ligt voor de hand dat de vrouw hulp had gezocht bij Alkan, een mede-moslima. Of ligt dat helemaal niet zo voor de hand? "Nee, afkomst speelt ook hier geen rol", zegt Alkan. "Als ze naar Anita loopt, vertrouwt ze haar. Dan ben ik niet de eerst aangewezen persoon om haar te helpen."

De culturele verschillen doen er eigenlijk maar op één dag echt toe, en dat is tijdens het Nationale Integratiediner. Of dat geen zinloos etentje is waar de geur van theedrinken met jonge allochtone raddraaiers omheen hangt? Absoluut niet, zeggen De Wit en Alkan. "Door het diner komen we juist dichter bij elkaar", zegt Alkan. "Dat is zo mooi. Boven in het restaurant hangt een grote foto van het diner. Bedankt dames, staat er. Mensen gaan aan de hand van het eten ook steeds meer vragen. Zo leer je elkaar beter kennen. En nee, dat is iedereen de volgende dag echt niet vergeten."

De vraag waarom het in laagbetaalde banen goed gaat tussen collega's met culturele verschillen, is nooit beantwoord

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden