Schoonheid die vooral niet perfect is

Femmy Otten in haar atelier. Beeld Werry Crone

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Deze week Femmy Otten, die poëtische beelden op de muur laat woekeren.

Tussen de zakken gips en emmers verf staat een kinderwagen, en baby Emma van zes maanden ligt op een dekentje te kraaien. Het kost kunstenaar Femmy Otten (35) geen moeite om te laveren tussen kunst en kind. 

De afgelopen weken heeft ze de expositieruimtes van De Ketelfactory in Schiedam gevuld met haar poëtische muurschilderingen en -reliëfs, beelden en tekeningen. Er zit veel nieuw werk bij, dat ze ter plekke heeft gemaakt met haar dochter als vaste toeschouwer. Het heeft haar verbaasd hoe 'natuurlijk en vanzelfsprekend' dat voelt. Haar werk vergt veel tijd en concentratie. Maar met de geboorte is er ook een 'bol van energie' vrijgekomen.

Een paar dagen voor de opening van haar eerste museale solotentoonstelling legt Otten in Schiedam de laatste hand aan een groot muurreliëf. Uit de muur 'groeien' de kwetsbare gipsfiguren en beelden van mythologische wezens die zo karakteristiek zijn voor haar werk. Otten maakt haar tijdloos ogende beelden niet alleen van gips. Ze beitelt ze ook uit hout. Daarnaast maakt ze fragiele tekeningen en muurschilderingen die soms doen denken aan eeuwenoude fresco's.

Peinzend staart Otten - inmiddels met de baby op haar arm - naar het muurreliëf in wording. 'One Year in Ten' is de titel, ontleend aan een gedicht van Sylvia Plath. Zolang ze eraan werkt, wil ze er liever geen woorden aan geven, zegt ze. Maar je kunt er een verbeelding in zien van de bron van al het leven of het scheppingsverhaal. Centraal in het werk is met houtskool een grote trechter afgebeeld. Daarboven bevinden zich twee parende figuren van gips, die zo uit een mythisch verhaal lijken gestapt. Links en rechts van de trechter bevinden zich het portret van een man en vrouw. Ze zijn van hout en daarna beschilderd. Ze doen denken aan de klassieke beelden van de oude Grieken en Romeinen. Maar ze zijn helemaal van deze tijd: de vrouw is een zelfportret, de man is haar geliefde en de vader van haar kind.

De ogen dwalen verder naar de gipsen neuzen, oren, ogen en lippen die uit de muur van de voormalige melkfabriek woekeren. Het zijn allemaal 'fragmenten' van mensen uit haar omgeving die ze liefheeft. Ze wijst naar een oor: dat komt uit een portret van haar zus. Otten stapt een paar passen naar achteren en kijkt nog eens goed naar het reliëf. Het moet verder worden afgewerkt, constateert ze, maar er ontbreekt ook nog iets, onder de trechter.

Daar moet iets uit komen? Dat verwacht je wel bij een trechter.

Ze twijfelt even, en plakt er dan snel een post-it onder. Op het gele plakpapiertje staat een schetsje van een baby. Ze kijkt er even naar en haalt het dan weer weg. Om het meteen daarna toch weer op te plakken. "Ik weet het gewoon nog niet. Het kan echt nog alle kanten op."

Een baby ligt wel voor de hand in het scheppingsverhaal.

"Ik ben zo bang dat het dan heel erg een anekdotisch verhaal wordt. Mijn werk moet in de eerste plaats een visuele beleving zijn."

Maakt u vooraf geen schets van het eindresultaat?

Ze loopt weg om de ingelijste schets te halen die ze maakte voor dit muurwerk en die ook op de expositie komt te hangen. De trechter is daarin dominant aanwezig, net als de 'levenscirkel' van kleurvlakken die ook is aangebracht op de muur. Maar verder zijn lang niet alle details ingevuld. "Ik werk nooit zomaar uit de losse pols, maar ik wil niet alles bij voorbaat vastleggen. Ik denk heel lang na, het proces ernaartoe gaat erg langzaam. Maar de kunst is om alles wat ik geleerd en bedacht heb, los te laten als eenmaal die bol van energie losbarst. Dan ga ik heel intuïtief en reflectief te werk. Gaandeweg komen er ook nieuwe ideeën op. Zo had ik me voorgenomen om voor dit reliëf alleen maar nieuwe dingen te maken. Halverwege vond ik dat toch te bedacht en besloot ik de boel om te gooien."

Bent u toen helemaal opnieuw begonnen?

"De trechter mocht blijven. Maar allerlei gipsen stukken heb ik weer van de muur gehaald, omdat ik vond dat er ook oud werk bij moest. Er ontstaat dan ook vaak een soort paniekaanval. Gaat het wel lukken? Moet het niet heel anders? Maar vanuit die paniek ontstaat ook weer nieuwe energie. Ik probeer wel altijd te voorkomen dat ik mijn werk ga analyseren of er woorden aan ga geven, terwijl ik nog bezig ben. Want dan ga ik alles stuk denken, kan ik niet meer vrij denken. Dat is wel een voorwaarde; ik moet er helemaal in opgaan, haast in een soort trance komen."

Otten groeide op als middelste kind in Amsterdam, in een gezin met drie dochters. Haar vader is sportleraar, haar moeder psychiatrisch verpleegkundige. "Mijn ouders zijn niet gelovig, maar ik ben opgevoed met protestants-christelijke waarden als bescheidenheid, naastenliefde en jezelf niet op de voorgrond plaatsen. Waardevolle normen, al heb ik er ook last van gehad, omdat je voor dit vak toch een bepaalde vorm van egocentrisme moet hebben. Gelukkig heb ik een atelier in Scheveningen. Daar kan ik me volledig afzonderen. Ik ben zo blij met die eigen plek; op de bovenverdieping kan ik de zee zien. Water is daardoor ook belangrijk geworden in mijn werk."

Wat voor kind was u?

"Ik was altijd aan het tekenen. Mijn ouders vonden dat wel makkelijk. Als ze me rustig wilden hebben, hoefden ze me maar aan een tafel te zetten met potloden en papier. Alle achterkanten van enveloppen tekende ik vol. Vooral die van rouwkaarten vond ik fijn, omdat dat zulk mooi en stevig papier is. Mijn ouders hebben me nooit geprezen dat ik zo mooi kon tekenen. Daar hebben ze heel goed aan gedaan. Doordat ze er geen waardeoordeel aan gaven, is tekenen voor mij altijd een heel directe uitingsvorm gebleven.

"En daardoor kon ik helemaal opgaan in mijn fantasie. Zo sterk zelfs dat ik niet meer kon onderscheiden wat echt gebeurd was of gefantaseerd. Als ik bijvoorbeeld vuur tekende, dan voelde dat alsof mijn potlood warm werd. Dat magische denken loopt nu als een rode draad door mijn werk."

Bent u opgegroeid met kunst?

"Totaal niet. De eerste keer dat ik klassieke muziek hoorde bij een vriendinnetje, stond ik bijna verlamd te luisteren. Het had iets magisch. Mijn oma had een boek met plaatjes van kunstwerken uit de hele wereld. Daar kon ik me ook helemaal in verliezen.

"Dat ik naar de kunstacademie ging, lag voor de hand, want ik kon niets anders. Daar heb ik vooral geschilderd. Ik was nog maar 21 toen ik klaar was, en ik voelde een enorme blokkade. In stilte ben ik wel blijven schilderen, maar daarnaast heb ik vier jaar heel hard gewerkt als suppoost in musea en als zaalwacht in het theater. Daar heb ik zo veel van geleerd, vooral van het kijken naar kunst."

Hoe kwam u op het idee om beelden uit de muur te laten groeien?

"Het was er zomaar ineens. Het schilderen lukte maar niet. Op een dag pakte ik een stuk gips en een nagelvijltje." Schaterend: "Toen barstte de bom." Ze laat een afbeelding zien van haar eerste gipsen muurbeeld; tien jaar geleden maakte ze het. Het is een centaur (paardmens) uit de Griekse mythologie met de drie gratiën op de rug. "Mijn vader met zijn drie dochters." En toen ging ze 'helemaal los'. "Op de muur ervaar ik zo veel vrijheid. Daar bestaan geen grenzen. Het kan ook allemaal zo weer weg."

Waarom maakt u beelden in de stijl van de klassieke oudheid of de Renaissance?

"Ik haal mijn beeldtaal overal vandaan, van de Egyptenaren, de Etrusken, maar ook uit India, waar ik vaak ben geweest. Ik wil daarmee een soort eeuwigheidsgevoel oproepen. Nee, dat is geen vlucht uit de werkelijkheid. Het zijn tijdloze beelden, maar wel van nu en met engagement. Je kunt ze ook zien als een reactie op de vluchtigheid en schreeuwerigheid van deze tijd.

"Ik hoop dat mensen zich door die tijdloosheid bewust worden van de tijdelijkheid van het bestaan. En zich realiseren dat ze allemaal onderdeel zijn van een eindeloze wereld. Het klinkt misschien wat naïef, maar het komt ook voort uit een diep verlangen naar een complete wereld. Ik wil heel graag dat mensen een soort gezamenlijkheid ervaren.

"Al mag dat verlangen naar volmaaktheid nooit een doel op zich zijn. Perfectie is saai, dus mijn werk moet ook altijd een beetje wringen. Het mag niet te mooi zijn, het moet ook een rauw randje hebben." Ze wijst naar een vrouwenportret waarvan ze de olieverf van een wang heeft geschuurd. "Schoonheid met een barst."

Ook de materialen waarmee ze werkt - breekbaar gips en keihard hout - botsen met elkaar. Trots toont ze haar meest recente werk van hout, gemaakt van een bruyèreknol uit Portugal. Van deze knollen, verdikkingen tussen de stam en de wortel van boomheide, worden onder meer tabakspijpen gemaakt. Ze holde de bonkige, ruwe knol uit met een machientje en vulde het gat met bladgoud en pigment gemaakt van de blauwe edelsteen lapis lazuli, afgedekt met een laagje epoxy. Vanuit het donkere gat spiegelt het intense blauw je tegemoet.

Het lijkt wel water in een rotsige kloof. Wat stelt het voor?

"Ik noem dit een watergat. Water fascineert me, als bron van alle leven, maar ook omdat het zo ongrijpbaar is en je het niet kunt vastpakken. Ik wil het vastleggen. Het pigment van de lapis lazuli is ook een verwijzing naar de blauwe mantel van de zwangere 'Madonna del parto' in de fresco die Piero della Francesca in 1460 schilderde in Toscane. Mijn watergaten gaan ook over vruchtbaarheid."

En dan laat Emma zich horen vanuit de kinderwagen. Met de baby loopt ze naar het muurreliëf. "Het wordt anekdotischer met die baby erin en dat verwachten ze niet van mij. Maar daarom moet ik het misschien juist wél doen. Het mag best een beetje wringen. En het zegt ook iets over de fase waarin mijn leven zich bevindt."

In haar atelier in Scheveningen kan ze in afzondering werken. 'Ik ben zo blij met die plek.'

Femmy Otten

Femmy Otten (Amsterdam, 1981) studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Gent en de Rijksakademie in Amsterdam. Ze won in 2013 de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. In 2014 maakte ze een officieel staatsieportret van koning Willem-Alexander. Ze woont en werkt in Den Haag. 'One Year in Ten', gemaakt in samenwerking met kunstcriticus en schrijver Lucette ter Borg, t/m 16 juli, De Ketelfactory, Schiedam.

Een 'watergat', dat een fascinatie met water verraadt. Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden