Schoonheid brengt me op een hoger plan

Ze studeerden ooit theologie, maar wat hebben ze eraan in hun huidige bestaan - vlak bij of ver van de kansel? Vandaag: Jaap Zijlstra (71).

Lodewijk Dros

Zonder hobby raakt een dominee overspannen. De mijne is kunst verzamelen. Als ik een aidspatiënt bezocht heb, mag ik graag een kunstboek pakken, Picasso, of mijn liefhebberij de Renaissance, of een landschap van Jacob Maris en dan dat grijs, die duizend tinten grijs, dat is zó'n troost.

Het is een venster, niet alleen naar buiten, maar ook op jezelf: schoonheid behoedt me om aan mezelf voorbij te leven. Als ik alleen maar met de rottigheid bezig blijf, dan hebben mensen niks aan me.

Dominee is het allermoeilijkste beroep, er waren tijden dat ik twee gemeenten had, vier keer per zondag preken, drie avonden catechisatie en zieken in vier ziekenhuizen in Friesland en Groningen. Door kunst houd ik mijn geest levend.

Als jongen las ik in de bibliotheek over Hollandse Meesters. En ik ontdekte de dichters Nijhoff en Achterberg, dat kreeg je niet op de mulo. Als ik dan door de Wassenaarse duinen naar huis gefietst was, dan wierp ik eigen dichtregels op papier, wist dat bij mij Vondel zou verbleken, typisch puberaal. Maar ik bleef dichten, vrij werk en kerkliederen op aanvraag. Daar dank ik mijn predikantschap aan: de dominee van Wassenaar vond dat ik, 30 en boekhouder op een school, predikant moest worden. Drie jaar later wás ik dominee, op artikel zes (regeling bij bijzondere gaven, red.).

Een goed kunstwerk heeft een geheim, als ik er naar kijk en het doet me niks, dan is het een zielloos plaatje geworden. Laatst heb ik hier het een en ander opgeruimd, alles wat er nu staat en hangt, lééft. Neem dat zelfportret van Matthijs Röling, het ziet eruit alsof het snel is geschilderd, maar toen ik hem ernaar vroeg, zei hij 'daar heb ik mijn hele leven over gedaan'.

Als Röling de Rembrandt van het Noorden is, dan is - hier, dit stilleven - Piet Sebens de noordelijke Vermeer. Wat is het helemaal? Een fles en een verroest bakje, maar kijk, het tintelt en het leeft.

Als ik een preek moet voorbereiden, ga ik op dat bankje zitten, mooie dingen om me heen. Etsen, die Sebens, dat stenen paard daar - Chinees, Tangdynastie, 7de eeuw, en nog altijd briesend - en die twee blauwe engelen, echte Andrea Della Robbia, 15de eeuw, uit de boog van een altaarstuk. Dan kom ik op een hoger plan, voel me creatief, weet: zó moet ik over die-en-die tekst preken, die invalshoek, dat verhaal. Alles eenvoudig, ik schrijf niets op: heb je papier nodig om je preek te onthouden, dan kan geen hoorder 'm navertellen. Het moet op de kansel gebeuren, zo blijft er ruimte voor inspiratie, voor invallen.

Zo kwam het dat ik in 1982 - ik was bijna vijftig - over het Hooglied preekte, het mooie van seksualiteit. Vóór het 'amen' dacht ik: hier zitten mensen die gescheiden zijn, ongewild zonder partner. Of homoseksueel. Ik zei: 'Ik ben óók zo'. Het werd heel stil in die Ermelose kerk. Nog nooit had iemand er het woord 'homoseksualiteit' uitgesproken. Er zat familie van me in de kerk, die tot dan toe dacht: Jaap is ongetrouwd gebleven, omdat hij als een Paulus opgaat in zijn werk. Die wisten het toen ook. Ja, dat was wel een verrassing voor ze.

Ik ben er niet om gestenigd; veel homoseksuelen in de kerk hebben wat aan mijn coming-out gehad. Gereformeerd Wassenaar in de jaren vijftig lijkt op de christelijke gereformeerde kerken nu, en vooral de gereformeerde gemeenten. Bij de vrijgemaakten ligt het al anders: daar word ik uitgenodigd om over mijn kerkliederen te spreken, maar ze weten hoe ik ben. Dat kon tien jaar geleden echt niet.

Twee liederen hebben het Liedboek voor de kerken gehaald - op de valreep, de inlevertermijn was al verstreken. Ik maak nu een kerklied voor de protestantse gemeente in Antwerpen. Vlamingen kennen me als dichter, dáár heb ik mijn enige literaire prijs gekregen, voor de bundel 'Ik zie je zo graag'. Dat was mijn literaire coming-out - geweigerd door uitgever Kok die vond dat ik mijn naam als christelijk auteur ermee vergooide. Kijk, Jan Luyken kocht, toen hij bekeerd raakte, al zijn vroege werk met prachtige erotische poëzie op en verbrandde dat, terwijl ik denk: je wordt er als dominee alleen maar geloofwaardiger van.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden