SCHOOLVERZUIM

De plek waar het moet gebeuren ligt aan de rand van Feijenoord. Notoire spijbelaars zullen daar, in dat oude gebouw op steenworp afstand van de Afrikaandermarkt, vanaf het nieuwe schooljaar moeten boeten voor hun gedrag. Op last van de kantonrechter moeten zij er een 'motiveringscursus' volgen, bedoeld om duidelijk te maken dat spijbelen geen toekomst heeft.

ADRI VERMAAT

Rotterdam bewandelt nieuwe wegen om structureel schoolverzuim aan te pakken. Want alleen een adequaat, stevig middel kan de ergsten onder de spijbelaars nog behoeden voor een vrije val in de criminaliteit, denken justitie, gemeente, maatschappelijk werk, Raad voor de Kinderbescherming en jeugdhulpverlening.

Rotterdam telt jaarlijks ongeveer vijftig jongeren tussen twaalf en zestien jaar, die zich ondanks de inspanningen van onder meer de leerplichtconsulenten aan het onderwijs onttrekken. Zij zwerven over straat, hangen rond in de winkelcentra of op pleinen en zijn niet zelden prooi van drugsdealers.

Aangemoedigd door de Amsterdamse procureur-generaal mr. R. Ficq, die eind vorig jaar voor een harde aanpak pleitte van jeugdige crimineeltjes en notoire spijbelaars, voegt Rotterdam als eerste grote gemeente de daad bij het woord. De leerplichtwet, bijna drie jaar geleden gewijzigd, maakt vervolging van spijbelaars bovendien eenvoudig. De officier van justitie mr. P. Oskam, hij is coördinator van het jeugdbeleid in Rotterdam, zal vanaf september de eerste hardnekkige spijbelaars dagvaarden. Conform zijn eis zullen zij door de kantonrechter worden veroordeeld tot het volgen van de 'motiveringscursus'. Spijbelaars die dit vonnis aan de laars lappen, moeten alsnog een boete betalen of worden doorverwezen naar de Raad voor de Kinderbescherming. In het uiterste geval kan vervangende jeugddetentie worden opgelegd.

Cas Smulders van de landelijke stichting BJ (Bijzonder Jeugdwerk) heeft de opzet voor de 'motiverende leerstraf' geschreven. Smulders: “Spijbelen is de voorbode van definitief schooluitval. Het gebeurt steeds jonger. Ondanks de wijziging van de leerplichtwet is er lange tijd totaal niets gebeurd. Maar nu het dankzij de eendrachtige samenwerking van alle denkbare partijen zover is, verwachten we er veel van.”

Spijbelende jongeren in Rotterdam hoeven niet te vrezen voor een heksenjacht. Een oproep om voor de kantonrechter te verschijnen zal slechts in uiterste noodzaak de deur uitgaan. Pas wanneer de Raad voor de Kinderbescherming, de dienst stedelijk onderwijs en het openbaar ministerie geen andere oplossing zien, worden spijbelaars gedagvaard. Smulders: “Als het eenmaal toch zover komt, worden zij veroordeeld tot de leerstraf van zestig uur.” Deze straf, verdeeld over drie weken, is als aanloopfase geïntegreerd in het totale programma van dertien weken. Na deze straf gaat het programma over op het versterken van de motivatie van de deelnemers om hun schoolopleiding af te maken, door middel van een 'talentenjacht'. Tijdens deze fase van zeven weken gaan deelnemers met ondersteuning van de projektmedewerkers op zoek naar hun kwaliteiten. Een gesprek vormt de afsluiting van die periode. Dan wordt ontvouwd op welke manier de deelnemers hun opleiding gaan voortzetten. In de laatste fase van drie weken vindt de gegarandeerde transfer plaats naar de beoogde opleiding.

Pedagogisch knelpunt bij de opzet was 'hoe krijg je jeugd tussen 12 en 16 jaar gemotiveerd om in zestig uur leerstraf weer naar school te gaan?'

Smulders: “Zo'n programma zou dertien weken moeten duren. Het probleem is de aansluiting van het juridische deel op het vrijwillige deel van het programma.”

Tijdens de cursus staat het verbeteren en opnieuw aanleren van 'sociale vaardigheden' centraal. Maar als onderdeel van de taakstraf wordt van de cursist ook geëist dat deze les volgt: Nederlands, wiskunde en rekenen, educatieve programma's en omgaan met computers. Daarnaast staan ook koken, sporten, creatieve handvaardigheid en gezondheidsleer op het programma. Formeel kan de jongere na al deze nuttige en wijze lessen zeggen 'Bekijk het maar, ik ga weer terug naar school'.

Eén van de plannen om deelnemers te motiveren is het inschakelen figuren die de jeugd aanspreken: 'VIPs', idolen. “Figuren met wie ze zich graag identificeren en aan wie ze zich kunnen optrekken”, zegt Smulders. “Door deze mensen over hun eigen achtergronden te laten verhalen, hopen wij dat bij de cursisten verborgen talenten komen bovendrijven. Noem het rustig een 'talentenjacht' van onze kant. Neem George Boateng van Feyenoord, die zelf op jonge leeftijd in Ghana in armoede leefde. Nu is hij niet alleen een goede en succesvolle voetballer, maar ook een voorbeeld voor nog niet ontdekte jeugdige talentrijke spelers. De discjockey Paul Elstak zou eveneens een wezenlijke bijdrage kunnen leveren voor ontelbare jongeren die zonder het zelf te beseffen over grote muzikale kwaliteiten beschikken. Waar moslimmeisjes zich krachtig opwerken in de westerse cultuur, geldt hetzelfde voor schrijvers van allochtone herkomst. Zij allen kunnen laten zien dat het vanuit een moeilijke, haast verloren positie, mogelijk is om hoog op de maatschappelijke ladder te komen.”

Boateng en ander Rotterdams voetbaltalent, dj Elstak, een Marokkaanse auteur, een in armoede opgegroeide Surinaamse jongen die het tot jurist heeft gebracht, zij zouden de spijbelaars op z'n minst een hart onder de riem kunnen steken. Cas Smulders: “Vergeet niet dat nog maar weinig jongeren zich bekommeren over hun carrière. Als zij even verdiend hebben, rusten ze lekker uit. In die zin bestaat 'arbeidsethos' niet meer. Die ontwikkeling heeft ook een keerzijde. Wie afhaakt en niet op het pad terug wordt geholpen, staat blijvend buiten de maatschappij. Dat wil, vroeg of laat, niemand.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden