Schoolprestaties 2001

Schoolprestaties 2001 omvat 1141 scholen, opgesplitst in 2220 vbo-, mavo-, havo- en vwo-afdelingen. Dat zijn er meer dan vorig jaar.

Deze keer zijn ook scholen opgenomen die geen landelijke eindexamens afnemen. Het gaat vooral om het individueel voorbereidend beroepsonderwijs. Van deze scholen moet de inspectie wel een cijfer voor de doorstroom van de derde klas naar het diploma hebben gepubliceerd op de Kwaliteitskaart, anders werden ze niet in de lijst opgenomen. Scholen zonder bovenbouwklassen komen niet in de lijsten voor.

De lijst is dit jaar ingedeeld in vier blokken. Het eerste blok omvat algemene schoolgegevens. Dan volgt informatie over de schoolbevolking, gevolgd door informatie over het rendement van de school (hoe snel en hoe goed leerlingen aan een diploma worden geholpen). In het laatste blok is de beoordeling van het rendement van de school te vinden, waarbij rekening is gehouden met de samenstelling van de schoolbevolking.

De gegevens in de lijsten hebben grotendeels betrekking op schooljaar 1999/2000 en zijn afkomstig van de onderwijsinspectie. Deels zijn die direct overgenomen van de Kwaliteitskaart 2001, zoals die enkele weken geleden op is gepubliceerd op de website van de inspectie (www.owinsp.nl). Deels zijn het gegevens die de inspectie ten behoeve van de Kwaliteitskaart heeft berekend, maar niet heeft gepubliceerd. En tenslotte berust een deel van de gegevens op eigen berekeningen van Trouw, waarbij gebruik is gemaakt van gegevens die de inspectie verzamelt. De berekeningswijze van de eerste twee soorten gegevens is terug te vinden op www.owinsp.nl. De eigen berekeningen van Trouw worden hieronder toegelicht.

Schoolgegevens

In dit blok is naast naam en plaats ook de denominatie en eventueel de pedagogische visie van de school weergegeven. Onder het kopje 'aantal leerlingen' staan de leerlingen die op de hele vestiging van de school verblijven, dus niet alleen op de betreffende afdeling. In het vwo is een extra kolom opgenomen waaruit blijkt of de school examens in Grieks in Latijn afneemt. Zo ja, dan gaat het om een gymnasium. Al deze gegevens zijn op de Kwaliteitskaart gepubliceerd.

Schoolbevolking

De achtergrond van de leerlingen is van grote invloed op het rendement van de school. Zo is het veel moeilijker leerlingen met taalachterstanden zonder vertraging naar het diploma te leiden dan anderen. Daarom wil de inspectie bij de beoordeling van het rendement van de school rekening houden met de leerlingenpopulatie. Daar worden vier indicatoren voor gebruikt: het percentage allochtone leerlingen (leerlingen waarvoor de school extra geld krijgt omdat zij uit een culturele minderheid komen), het percentage leerlingen met een tegemoetkoming in de studiekosten, het percentage leerlingen dat hoger of juist lager in de onderwijspiramide wordt geplaatst dan de basisschool adviseerde en het percentage leerlingen in het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (die vaak niet meedoen aan de landelijke vbo-examens omdat die voor hen te moeilijk zijn).

De eerste twee percentages zeggen iets over de sociale achtergrond van leerlingen. Dat is van belang omdat bekend is dat leerlingen uit lagere sociale groepen vaker met leerachterstanden kampen dan anderen.

Van deze vier indicatoren wordt alleen het percentage boven of onder het basisschooladvies geplaatste leerlingen op de Kwaliteitskaart gepubliceerd. Die percentages zijn hier overgenomen. De rest van de gegevens in het blok 'schoolbevolking' zijn berekeningen van Trouw.

Daarbij is zoveel mogelijk de werkwijze van de inspectie gevolgd. Het percentage allochtone leerlingen heeft betrekking op leerlingen in de derde klas en hoger, in het betreffende schooltype. Sommige scholen hebben deze gegevens niet opgesplitst naar vestiging. In dat geval is het percentage berekend voor de afdelingen van alle vestigingen samen.

Het percentage leerlingen met een studiekostenvergoeding is in geen enkel geval opgesplitst naar vestiging omdat deze gegevens niet op die wijze worden verzameld. Het gaat om een berekening op basis van alle leerlingen in het betreffende schooltype, op alle vestigingen van de school samen. Het percentage ivbo-leerlingen heeft betrekking op de examenklassen van de vbo-afdelingen.

Rendement

In dit blok worden drie rendementsgegevens gepresenteerd. Het eerste, het rendementspercentage van de onderbouw, komt op de Kwaliteitskaart van de inspectie niet voor. De inspectie gebruikt het cijfer wel, namelijk als basis voor de beoordeling van het onderbouwrendement. Het is dit jaar voor het eerst aan Trouw ter beschikking gesteld.

Het percentage kan oplopen tot 139 procent, omdat de inspectie rekening heeft gehouden met scholen die meer doen dan strikt genomen noodzakelijk is. Bijvoorbeeld: een havo die leerlingen met een mavo-advies heeft binnengehaald en die in havo-drie weet te krijgen, krijgt extra rendementsprocenten. De berekeningswijze is te vinden op de website van de inspectie.

De tweede kolom in dit blok, het percentage leerlingen dat zonder vertraging van de derde klas naar het diploma wordt geleid, staat wel op de Kwaliteitskaart en is rechtstreeks overgenomen. Dat geldt ook voor het gemiddeld cijfer voor de landelijke eindexamens.

In de laatste kolom van dit blok geeft de plus/min-notering een indruk van het totale rendement, op basis van de drie voorgaande gegevens. Hierin wordt dus geen rekening gehouden met de schoolbevolking. Het is voor het eerst dat Trouw dit totaal in de lijsten heeft opgenomen.

Doel is te laten zien dat sommige scholen, ondanks een groot aantal leerlingen met achterstanden, een hoog rendement halen. En andersom.

De plus/min werd als volgt samengesteld:

De scholen zijn per gegeven in vijf groepen verdeeld, naar gelang hun prestatie. Zo kwamen de scholen met het hoogste rendement in groep vijf, met een iets minder goed rendement in groep vier enzovoort. Vervolgens zijn de groepsnummers per school bij elkaar opgeteld.

Bij voorbeeld. Een vbo-school met een onderbouwrendement van 99 procent valt in groep 4, want hun rendementen is groter of gelijk aan 98 en kleiner dan 103 (zie hieronder voor de groepsgrenzen), met 87 procent bij 'zonder vertraging naar het diploma' in groep 3 en met het gemiddeld examencijfer 6,4 valt in groep 4. De school kreeg 4+3+4 = 11 punten.

Vervolgens werd het gemiddelde berekend en omgezet naar een plusmin. In het voorbeeld kreeg de school 3,66 punten, afgerond 4. Volgens de verdeling 1 punt= -, 2 punten= -, 3 punten = o, 4 punten = + en 5 punten is ++, kreeg de school vervolgens een +.

Rendement onderbouw: 0-88; 88-94; 94-98; 98-103; groter of gelijk aan 103.

Onvertraagd geslaagd: vbo: 0-77; 77-84; 84-89; 89-93; groter of gelijk aan 93. mavo: 0-72; 72-80; 80-85; 85-90; groter of gelijk aan 90. havo: 0-42; 42-50; 50-55; 55-62; groter of gelijk aan 62. vwo: 0-49; 49-57; 57-63; 63-70; groter of gelijk aan 70.

Gemiddeld examencijfer: vbo: 0-6,0; 6,0-6,2; 6,2-6,3; 6,3-6,5; groter of gelijk aan 6,5. mavo: 0-6,1; 6,1-6,3; 6,3-6,4; 6,4-6,5; groter dan 6,5. havo: 0-6,3; 6,3-6,4; 6,4-6,5; 6,5-6,6; groter of gelijk aan 6,6. vwo: 0-6,2; 6,2-6,3; 6,3-6,5; 6,5-6,6; groter of gelijk aan 6,6.

Beoordeling

In dit laatste blok worden de oordelen die de inspectie op verschillende onderdelen heeft uitgesproken samengevat. Het gaat om een gemiddelde dat niet als zodanig op de Kwaliteitskaart is terug te vinden.

De basis vormen de inspectieoordelen op de Kwaliteitskaart op de volgende onderdelen: rendement onderbouw, onvertraagd van klas drie naar diploma, gemiddelde eindexamencijfer. In die oordelen is rekening gehouden met de samenstelling van schoolbevolking. Als een van de oordelen ontbreekt, heeft de school geen beoordeling gekregen in de lijst.

De inspectie oordeelt op de Kwaliteitskaart met behulp van vijf bolletjes. Een vijfpuntsschaal, zoals de plus/min van Trouw.

De scholen zijn echter niet gelijk over de bolletjes verdeeld, zoals Trouw bij de berekening van het totaal rendement wel heeft gedaan. De inspectie stopt 50 procent van de scholen in de groep 'gemiddeld', vijftien procent in de groep boven het gemiddelde of onder het gemiddelde en tien procent in de groepen sterk onder het gemiddelde en sterk boven het gemiddelde. Er is dus geen direct verband tussen de plusmin-notering voor het totale rendement in blok drie en de beoordeling van het rendement in het laatste blok.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden