Schoolmeester maakt van natuur een mooi verhaal

Als in Nederland geen echte wildernis meer bestaat, wie zorgden dan voor de natuur die er vandaag is? In een zomerfeuilleton beschrijft Trouw de grote beschermers.

Wat zou er zijn gebeurd als de onderwijzers Eli Heimans en Jac P. Thijsse elkaar in 1893 níet in Amsterdam hadden ontmoet, maar de een in Groningen met zijn leerlingen de natuur was ingetrokken, en de ander in, zeg, Maastricht? Was er begin vorige eeuw dan wel sprake geweest van een Biologisch Reveil, zoals het plotselinge opkomen van belangstelling voor de natuur in die tijd wordt genoemd? En was natuurgebied het Naardermeer dan door de gemeente Amsterdam volgestort met afval, waarop nu een buitenwijk van Naarden-Bussum zou staan? En zou Natuurmonumenten, maar ook de andere particulieren natuurclubs, wel hebben bestaan?

Feit is dat Heimans en Thijsse elkaar wél hebben ontmoet, op een cruciaal moment in hun leven, in hun loopbaan, in de geschiedenis, en op de goede plaats. Dat gebeurt tijdens een vergadering kort na het uitkomen van het eerste lesboekje van Heimans, dat schoolwandelingen door Amsterdamse parken beschrijft. Thijsse maakt op dat moment kennis met een 'klein zwart joodje met een gouden bril', zo schrijft hij later, die met 'een half spottend glimlachje mijn complimenten over zijn boekje aanhoorde.'

Thijsse vraagt Heimans waarom hij de échte natuur, buiten die parken, niet eens beschrijft. Laten we dan samen optrekken, is het antwoord van Heimans. En zo wordt de basis gelegd voor de reeks boekjes die aanvankelijk als populaire 'uitspanningslectuur voor jongelui' is bedoeld, maar waarmee uiteindelijk hele generaties Nederlanders een groene 'volksopvoeding' zullen krijgen. Daaruit ontstaat weer het fundament voor de aanzwellende lekenbeweging voor natuurstudie, en misschien ook wel voor de moderne natuurbeweging, gegroepeerd rond eigen verenigingen, met leden, met eigen bladen en boeken.

Heimans wordt in 1861 in Zwolle geboren. Zijn vader heeft een stoffenververij. Al vroeg loopt hij met een zakgidsje door de velden. Meer leert hij van de mondelinge informatie van Kruiden-Marie, een 'Klazien-uit-Zalk'-achtige verschijning die in de omgeving van Heino geneeskrachtige planten voor de apothekers in de stad plukt, maar ook veel weet van wat er door haar flora heenkruipt. Van haar krijgt Heimans het zetje richting natuurstudie.

Maar er moet ook brood op de plank komen. Heimans wordt daarom onderwijzer, maar zal zijn interesse voor natuur niet loslaten. Sterker nog, hij integreert dat vakgebied in zijn lessen. Hij verhuist naar Amsterdam, waar hij aanvankelijk moet wennen aan de smalle stegen en de viezigheid op straat, maar ontdekt dat in de parken en de rafelranden rond de stad een enorme natuurlijke rijkdom is te vinden. Hij stelt ook vast dat zijn leerlingen helemaal niets van die natuur weten. Die kunnen nog geen eik van een beuk onderscheiden.

Hij neemt ze daarom mee naar buiten, en introduceert het 'schoolwandelen'. Natuuronderwijs volg je niet in de klas door het stelsel van Linnaeus uit het hoofd te leren, maar in het riet, tussen de struiken en in de modder. Eigenlijk trekt Heimans in die tijd zijn leerlingen al mee in activiteiten die door Natuurmonumenten nu als de Oerrr-campagne worden gepresenteerd. Andere onderwijzers willen het voorbeeld van Heimans wel volgen, maar weten te weinig van de natuur om te kunnen doceren. Daarom schrijft Heimans de handleiding 'De Levende Natuur', kort daarna ontmoet hij Thijsse.

Binnen een jaar publiceren ze samen het eerste deel van een serie boekjes onder de titel 'Van vlinders bloemen en vogels', later volgt 'In sloot en plas'. Hun uitgaves zijn revolutionair, niet alleen omdat zij daarin de hele 'levensgemeenschappen' van planten en dieren beschrijven, maar omdat ze rijk geïllustreerd zijn, en nog in kleur ook. Natuur hoeft niet iets saais en technisch te zijn, er zijn juist hele mooie verhaaltjes over te vertellen. Daaruit blijkt dat Heimans en Thijsse niet afkomstig zijn uit de natuurwetenschap, maar leken met pedagogische en didactische vaardigheden én grote belangstelling voor de natuur. Zij zijn het die het vakgebied 'naar de mensen kunnen brengen.'

Het duo Heimans en Thijsse krijgt de smaak te pakken. Op initiatief van Heimans beginnen ze 'De levende natuur', nu een titel geworden voor een tijdschrift voor 'natuursport'. Met die door Heimans bedachte term benaderen ze het groen op een totaal andere manier dan via het bijna religieuze pad dat Van Eeden bewandelde (zie vorige aflevering).'De levende natuur' verschijnt nu trouwens nog steeds, al is het populaire er inmiddels wel weer vanaf. Heimans en Thijsse komen ook met een gids 'Geillustreerde flora van Nederland' met 3400 (!) illustraties en het 'Wandelboekje voor natuurvrienden', met afgeronde hoekjes zodat het eenvoudig in een zak is op te bergen.

De heren schrijven columns in het Algemeen Handelsblad (Thijsse) en De Groene Amsterdammer (Heimans). Met hun stroom aan populaire publicaties wakkeren ze de opleving van interesse in natuur aan die het Biologisch Reveil is gaan heten. In 1901 komt daar onder andere de Nederlandse Natuurhistorische Vereeniging (NNV) uit voort, die als eerste nastreeft natuurgebieden actief te beschermen.

In juist dat tijdsgewricht ontstaat een heftig debat over het Naardermeer. De gemeente Amsterdam wil dit in 1904 volstorten met afval, de NNV is daar faliekant tegen en ziet het Naardermeer als voorbeeld in zijn strijd. Ook Thijsse en Heimans protesteren in hun columns heftig. Uiteindelijk besluit de gemeente Amsterdam af te zien van het Naardermeer als locatie voor een vuilstort, overigens niet vanwege de natuurwaarde, maar de hoge kosten van de belt. Kort daarna komen 'actievoerders' in vergadering bijeen en richten zij 'de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten' op. Het Naardermeer is haar eerste sieraad dat zal worden aangekocht.

Zijn Heimans en Thijsse nu twee handen op één buik? Geenszins, al waarderen en respecteren ze elkaar wel. Was Thijsse veel meer een vogelaar en man van de kust, Heimans was juist een plantenman, met belangstelling voor geologie en paleontologie. Hij ontdekt bij Epen in Zuid-Limburg een brachiopode, een fossiel dat bewijst dat daar vroeger zee is geweest. Heimans richt zich meer dan Thijsse op het gewone volk, is meer in pedagogische en sociale kwesties geïnteresseerd. Hij is wars van deftigheid, wat stiller, maar is wel de stuwende kracht achter het werk van het duo. Maar het is Thijsse die leraar op de kweekschool wordt, terwijl Heimans die baan ook wil. En het is Thijsse die in het bestuur van Natuurmonumenten wordt gekozen, Heimans niet. Waarschijnlijk speelt de Joodse achtergrond van Heimans daarbij een rol. Heimans' vroege dood in 1914, net voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog, heeft er ongetwijfeld toe geleid dat vooral Thijsse wordt gezien als de man die het natuurbesef in Nederland aanwakkerde. Maar Thijsse zelf bleef na de dood van zijn makker herhalen: 'Zonder Heimans zou ik nooit geworden zijn wat ik nu ben.'

Volgende week in De Nederlandsche natuur in tien Persoonen: Jac. P. Thijsse, alleenloper die de plaatjes bij de biscuit gebruikt.

Eli Heimans (1861 - 1914)

Ter gelegenheid van het honderdste sterfjaar van Heimans is er een speciale app ontwikkeld waarmee dit jaar een wandeling rond zijn favoriete Epen kan worden gemaakt. Een schitterende wandeltocht door het zuidelijke Geuldal, een van de meest schilderachtige streken van Nederland. Vanuit Epen wandel je langs de Geul en de Heimansgroeve naar de grens met België en dan over de heuvelrug aan de westzijde van het Geuldal, langs het Bovenste en Onderste Bosch, terug naar Epen. De app voert je met de gps van je mobiel en een overzichtelijk kaartje door de natuur langs de punten waar wat moois valt te beleven. De app Natuur in NL hoort bij het boek 'Natuur in Nederland' door Frank Berendse en kan gratis gedownload worden.

Bij de oudste boom van Amsterdam, een ruim 200 jaar oude zomereik in Artis, hangt de Eli Heimans-plaquette. Hij heeft in diverse publicaties met ontzag en verwondering over deze boom geschreven. In De Groene Amsterdammer (1903) bijvoorbeeld: "Wel kunnen we samen even over het 'heilige' veld rondlopen [....]. Daarnaast rijst weer zoo'n kronkeltakkige eik omhoog, een dertig meter stellig; met de grote bruine beuken de trots van Artis."

Nederlandse natuur in tien personen

'Eli Heimans, uit de schaduw van Jac. P. Thijsse', door Marga Coesèl, uitg Heimans en Thijse Stichting, 2014 ter herdenking van het honderdste sterfjaar van Heimans.

'Leven en werken van E. Heimans en de opbloei der natuurstudie in Nederland in het begin van de twintigste eeuw', door F.I. Brouwer, uitg Wolters, 1958.

'Zinkviooltjes en zoetwaterwieren', door Marga Coesèl, uitg Verloren, 1993. Over de zoon Jacob Heimans, maar met veel info over zijn vader.

'Wandelboekje', door E. Heimans en Jac. P. Thijsse, uitg Fontein, herdruk 1998 (zonder ronde hoekjes).

'En dan: wat is natuur nog in dit land', door Henny van der Windt,1995, uitg Boom.

'De natuur als bondgenoot', door Marga Coesèl en Joop Schaminée ea, 2007, uitg KNNV.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden