Schooldirecteur niet blij met pabo

De jonge aankomende leraar of lerares is vaak niet adequaat opgeleid, zeggen directeuren van basisscholen. De opleidingen, de pabo's, zouden meer moeten doen aan bijbrengen van algemene kennis en voorbereiden op de praktijk.

Studenten kunnen soms niet spellen, hebben weinig algemene ontwikkeling en geringe motivatie. Het zijn enkele verwijten opgetekend bij een telefonische rondgang langs een aantal willekeurig uitgekozen basisscholen. Wel zien zij allemaal ook talenten van school komen, maar dat ligt vaak eerder aan de individuele capaciteiten van de studenten dan aan de opleiding, is hun indruk.

Volgens directeur Dominicus Hooghiemstra van basisschool Thomas van Aquino in Sneek is het niveau van de afgestudeerden lager dan vijftien jaar geleden. ,,Vroeger waren er meer die een havo-examen hadden en leraar werden, nu zie ik er meer die via het vmbo naar het mbo gegaan zijn en vervolgens naar de pabo. Het gevolg is dat de eigen kennis die deze studenten meebrengen, minder is. Ik zie spelfouten van studenten die je in een groep 7 of 8 echt niet mag maken.''

J.N. Noordman, directeur van de christelijke basisschool Prins Maurits in Enschede, kent ook zulke, in zijn woorden 'tenenkrommende' voorbeelden. Hij staat sinds 1970 voor de klas en is sinds 1988 directeur. ,,De kwaliteit van de studenten van de pabo is niet bepaald vooruitgegaan over de jaren. De motivatie is niet altijd goed. Het vak leraar wordt te vaak gezien als een soort sluitpost. Zo van: uitgeloot voor dit of dat en dan, nu ja, pabo kan altijd nog.''

Het beroep heeft met een imago-probleem te kampen, constateert hij. Vooral onder jongens, 85 procent van de (ruim 8000 eerstejaars voltijds) pabo-studenten is vrouw. Terwijl vroeger veel jongens leraar werden. De campagnes die de overheid voert om het beroep aantrekkelijker te maken, zijn ook veel te soft, vindt hij. ,,Het scoort niet bepaald als een jongen op de middelbare school meldt: ik wil naar de pabo.''

Noordman: ,,De stages worden vanuit de basisschool begeleid. Een gevolg is dat de pabo te ver van de praktijk komt te staan. De opleiding zegt niet vaak genoeg tegen bepaalde studenten: jij bent ongeschikt voor het vak. Veel eerder roepen ze: volhouden. Dat is niet altijd nuttig.''

De stagetijd moet vanaf de start van de opleiding langer en beter, zeggen de directeuren. Directeur Jacqueline ten Horn van de openbare jenaplanschool De Vuurvogel in Assen: ,,In het eindexamenjaar komen pabo-studenten alleen voor de klas te staan. Maar de verantwoordelijkheid voor de groep ligt wel nog bij de leerkracht. Krijgt de afgestudeerde zijn eerste baan, dan is hij of zij opeens wel alleen verantwoordelijk, dat valt nogal eens tegen.''

Ten Horn: ,,De omgang met ouders, de omgang met het lerarenteam maar ook het omgaan met kinderen die in een moeilijke thuissituatie zitten: aan zulke aspecten zouden ze op de pabo meer aandacht moeten besteden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden