Schone kleding zit veel lekkerder

Slechte arbeidsomstandigheden, milieuvervuiling. Aan veel kleding hangt een luchtje. (Mark Kohn)

Een duurzame samenleving is niet alleen een ver toekomstperspectief. De consument kan nu al beginnen zijn leven energiezuiniger in te richten. Een serie verhalen vertelt hoe. Deel 5: kleding.

Dit artikel is getikt in een Levi’s spijkerbroek, een truitje van H & M en ondergoed en sokken van de Hema. En dat zit niet lekker. De kleding is vrijwel zeker gemaakt in een lagelonenland voor een hongerloontje en onder slechte arbeidsomstandigheden. Grote kans ook dat de katoen dankzij het gebruik van veel pesticiden het milieu behoorlijk vervuild heeft en een aanslag is op de gezondheid van de katoenboeren.

Toch heeft Marieke Eyskoot van de Schone Kleren Kampagne (SKK), een organisatie die zich inzet voor verbetering van de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie, niet de neiging om je de kleren van het lijf te rukken. „Levi’s boycotten? Geen goed idee. Dat zou een heleboel mensen hun baan kosten.” SKK ziet meer heil in het onder druk zetten van bedrijven die uitbuiting en andere misstanden laten voortwoekeren. SKK publiceert ook geen lijstje van bedrijven met ’schone kleding’, want ze wil dat de hele kledingindustrie verandert.

Via de SKK is het mogelijk om bij bedrijven aan de bel te trekken. Consumenten kunnen de bekende kledingmerken en -winkels een mail sturen, of een kaartje achterlaten in een winkel met vragen over de arbeidsomstandigheden waaronder hun kleding wordt gemaakt. Gevraagd wordt wat het bedrijf doet om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, hoe dat wordt gecontroleerd, hoe het bedrijf ervoor zorgt dat de werknemers in de fabrieken voor hun rechten kunnen opkomen en of zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien dankzij de prijs die het bedrijf voor de kleding betaalt. Eyskoot: „Als consumenten er maar vaak genoeg naar vragen, gaan bedrijven daar echt iets mee doen, is onze ervaring.”

Bij de merken Levi’s, H & M en Hema laat de site van SKK zien dat vooral het betalen van een ’leefbaar loon’ aan de arbeiders in de kledingindustrie een struikelblok is. Een leefbaar loon voorziet in de basisbehoeften van de kledingarbeider en haar (in de kledingindustrie werken veel vrouwen) gezin en de kans geeft om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. SKK gaat niet automatisch uit van het lokaal bepaalde minimumloon, want als dat al betaald wordt, is het bijna altijd te weinig om van te leven. De Hema wil weliswaar aanmoedigen dat een leefbaar loon wordt betaald, maar dat is te vrijblijvend, vindt SKK.

De meeste bedrijven willen best wat doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar ze doen allemaal net iets anders. Een eenduidig keurmerk is er niet. Levi Strauss maakt inzichtelijk wie zijn leveranciers zijn, heeft een gedragscode en een fonds dat arbeidsrechtenorganisaties steunt. H & M is lid van de Fair Labour Association, maar die heeft het dan weer niet over een leefbaar loon. Het bedrijf heeft wel een gedragscode.

Bewustwording, dat noemt Eyskoot dan ook een van de grootste successen van organisaties als SKK: „Veel bedrijven, zeker de grote merken, beschouwen de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie nu ook als hun verantwoordelijkheid. Toen SKK twintig jaar geleden werd opgericht, was dat absoluut niet het geval.” En ook de consument is zich veel meer bewust geworden van de misstanden. „Zes jaar geleden, toen ik bij SKK begon, dachten veel mensen nog dat ik bij een stomerij ging werken en moest ik veel uitleggen. Dat is niet meer zo.”

Maar er is nog weinig reden om SKK na twintig jaar ten grave te dragen, zegt Eyskoot. De meeste kleding komt uit ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Oost-Europa en de problemen zijn legio. „Een vrouw die in Bangladesh twaalf jaar in een naaiatelier werkt, heeft minder geld verdiend dan een verkoopster in een Nederlandse kledingwinkel in een maand. En die vrouw uit Bangladesh werkt dan ook nog 70 of 80 uur in de week.” Ook werkt ze waarschijnlijk op een ongezonde werkplek en wordt ze bedreigd met ontslag als ze lid wordt van een vakbond.

Het is niet makkelijk om daar wat aan te doen. Eyskoot: „Voordat kleding hier in de rekken hangt heeft die al een hele lange reis achter de rug.” Kleding komt namelijk via een ingewikkeld stelsel van in- en doorverkoop, via onderaannemers van onderaannemers in de winkel terecht. Lastig om daar de herkomst van te bepalen en een prachtig rookgordijn.

Om die reden werkt SKK, in twaalf Europese landen actief, nauw samen met vakbonden en maatschappelijke organisaties in de productielanden. Op die manier kan ze direct in actie komen als arbeiders het slachtoffer worden van misstanden en vragen om ondersteuning. Via het schrijven van protestbrieven aan fabriekseigenaren en bedrijven en publiekscampagnes houdt SKK verder druk op de ketel. Zo heeft SKK bijvoorbeeld een kritische fanclub voor de Hema opgericht, ’Help de Hema’, om te helpen bij zijn ambities om verantwoord te ondernemen.

Inmiddels struikel je over de organisaties en bedrijven die gedragscodes hebben opgesteld voor de kledingindustrie. Probleem daarbij is dat de controle op naleving vaak niet deugt, of dat bepaalde aspecten (voldoende beloning bijvoorbeeld) buiten beschouwing blijven. SKK zelf neemt deel aan de Fair Wear Foundation, samen met de FNV en brancheorganisaties. Deelnemers zijn onder andere de kledingmerken Mexx en Gsus. Eyskoot: „Dat betekent niet dat zij schone kleren verkopen. Wel dat ze op de goede weg zijn en structurele stappen zetten naar verbetering. De Fair Wear Foundation wordt gezien als de progressiefste organisatie op dit terrein en bedrijven moeten onafhankelijke controles toestaan.”

Terug naar de Levi’s spijkerbroek en het H & M’etje. Daar zijn nog wel meer problemen mee. De katoenindustrie is namelijk een van de meest vervuilende ter wereld. Van alle pesticiden die op deze wereld gebruikt worden, wordt een kwart op katoenvelden verspreid, terwijl katoen drie procent van het landbouwareaal uitmaakt. 90 procent van die pesticiden verdwijnt in het drinkwater en het milieu. Aldus de cijfers van Organic Exchange, een organisatie die het gebruik van biokatoen en andere duurzame materialen wil bevorderen en alle marktpartijen in de kledingindustrie daartoe bij elkaar brengt.

En dat is het enige niet, voegt adviseur voor kledingbedrijven Niels Oskam eraan toe: „Bij het bleken, verven, wassen en het ’finishen’, een behandeling om de stof bijvoorbeeld steviger, soepeler of strijkbaarder te maken, worden ook nog eens een heleboel chemicaliën gebruikt.” Oskam werkt als adviseur voor kledingbedrijven die groener willen gaan opereren en begint binnenkort de website Rank a brand, waar consumenten kunnen zien hoe duurzaam een merk is.

Er zijn alternatieven voor vuil katoen, zoals biokatoen of stoffen gemaakt van hennep, vlas of brandnetels, waarbij het productieproces minder chemicaliën vraagt, of er met natuurlijke bestrijdingsmiddelen kan worden gewerkt, maar die worden nog maar mondjesmaat toegepast. Al moeten we de groei van de teelt van biokatoen niet onderschatten, zegt Oskam. „Het percentage is vorig jaar gestegen van 0,22 procent van de totale katoenproductie naar 0,56 procent. Dat lijkt misschien nog niet veel, maar het betekent dat één op de 175 katoenen kledingstukken inmiddels van biokatoen is gemaakt.” En er zijn ook steeds meer bedrijven die biokatoen verkopen. Zo maken H & M, C & A en Nike al gebruik van biokatoen.

Veel duurder dan vuil katoen is het niet, zegt Oskam. Zeker niet voor de boeren in de ontwikkelingslanden, waar de meeste katoen vandaan komt. „Boeren moeten kredieten afsluiten om pesticiden te kunnen kopen en dat maakt een derde van de verkoopprijs uit. Mislukt een oogst, dan zitten ze diep in de schulden. Gebruik van natuurlijke bestrijdingsmiddelen – je kunt bij katoen beestjes te lijf gaan met natuurlijke middelen, waaronder soms zelfs peper of knoflook – is veel goedkoper. De opbrengst per hectare is nog wel iets minder, maar per saldo houden boeren er evenveel aan over.”

Dat niet elke boer direct overgaat op biokatoen verklaart Oskam uit onwetendheid en druk van de bedrijven die pesticiden verkopen. „Die bedrijven zeggen dat de oogst zonder hun middelen mislukt. Verder is de biologische katoenteelt kennisintensiever. Je moet de groei van de katoen nauwlettend in de gaten houden.” Ook duurt het even voordat er winst gemaakt kan worden. „De grond is door die pesticiden helemaal bedorven. Doordat het een paar jaar duurt voor de grond zich heeft hersteld, is het telen van biokatoen de eerste twee jaar niet rendabel. Om die reden steunen ontwikkelingsorganisaties als ICCO en Solidaridad boeren die de overstap willen maken.”

Tijd om eens een briefje aan Levi’s te schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden