Scholen vrijheid geven is vragen om moeilijkheden

Laat de overheid zich vooral wél bemoeien met het onderwijs. De huidige problemen komen ook omdat de overheid zich terugtrok.

Ik kan me nog herinneren hoe, een aantal jaren geleden, een inspectrice van het ministerie van onderwijs met haar opschrijfboekje achter in de klas ging zitten. Ze kwam vast stellen in welke mate er in de les door de kinderen werd samengewerkt en of de les voldoende ‘interactief’ was. We moesten realistisch rekenen. Weg met het ’cijferen’!

Het was één van de minder ernstige uitingen van de kippendrift en bemoeizucht in het onderwijs. Tal van vernieuwingen zijn de scholen door de strot geduwd. De nadruk op het ’hoe’ in plaats van op het ’wat’ heeft geleid tot afbraak van het onderwijs.

Vooral de zwakke leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn daarvan de dupe geworden. In het basisonderwijs konden leerkrachten zich nog onttrekken aan de waan van de dag door gewoon hun eigen gang te gaan. Dat lag in het voortgezet onderwijs wel anders. Daar kon men niet heen om de oekazes van het management, aangejaagd door allerlei belanghebbenden. Zoals de pedagogische centra, die met vernieuwing van de vernieuwing hun eigen belangen probeerden veilig te stellen.

Woensdag 13 februari verscheen het rapport van de commissie-Dijsselbloem. De vraag is hoe het nu verder moet. De oplossing ligt in het serieus nemen van de Grondwet en wel in artikel 23, lid 5, over de vrijheid van onderwijs: „De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting”.

Aan die deugdelijkheid heeft het de laatste twintig jaar ontbroken.

Ooit promoveerde de huidige premier Balkenende op het proefschrift ’Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties’, waarin hij de conclusie trok dat aan overheidsinterventie een te groot gewicht wordt toegekend. Balkenende pleitte ervoor om meer over te laten aan marktmechanisme en private organisaties. Hij stond daarmee in de traditie van Abraham Kuyper, van ’soevereiniteit in eigen kring’.

Helaas liet de vorige minister van onderwijs zich in haar beleid door die opvatting leiden. Naast allerlei ondoordachte vernieuwingen, leidde het tot de neergang die we nu zien.

De overheid trad inderdaad terug. Met de lumpsum-financiering kregen private organisaties, zoals schoolbesturen en het daaraan gelieerde management, te veel macht. Er is een uitdijende bureaucratie ontstaan, met te veel mensen die niet bijdragen aan het primaire onderwijsproces. Door de grote financiële belangen zijn er bovendien perverse prikkels om zo veel mogelijk leerlingen en studenten binnen te halen, met als resultaat een dramatische daling van het niveau met name in het hbo. De Pabo Edith Stein in Hengelo bood in 2004 een ‘Iederwijs’ richting aan en de CHN te Leeuwarden overwoog vorig jaar te komen met de studierichting ‘Chinese geneeskunst’, een opleiding voor kwakzalvers.

De oplossing is betrekkelijk simpel – in theorie. De overheid moet voor elke vorm van onderwijs de inhoud vaststellen. En dan niet in de vorm van vage kerndoelen zoals ’In de rekenwiskundeles leren kinderen een probleem wiskundig op te lossen en een oplossing in wiskunde taal aan anderen uit te leggen’. Het is niet voor niets dat de kerndoelenbrochure voor het basisonderwijs is afgedrukt met wolkenpartijen op de achtergrond. Het illustreert het hoge gehalte aan luchtfietserij, terwijl het belangrijkste, de onderwijsinhoud, ontbreekt.

In het voortgezet onderwijs moeten tot en met het hbo landelijke examens worden ingevoerd. Dan kan er ook een eind komen aan de gedragtherapeutische kletskoekverslagen van de lerarenopleidingen. De heilloze discussie tussen voor- en tegenstanders van het zogenaamde ’nieuwe leren’ kan dan tot het verleden behoren, want de waarheid komt vanzelf aan het licht.

In confessionele kring is men er beducht voor als de overheid zich gaat bemoeien met de inhoud van het onderwijs. Dat wordt al snel gezien als een inperking van de vrijheid van onderwijs.

Die zorg is onterecht. Artikel 23 van de Grondwet biedt voldoende ruimte voor eigen richting en inrichting. Abraham Kuyper heeft de rampzalige ontwikkelingen in het onderwijs van ‘de soevereiniteit in eigen kring’ niet voorzien en zeker niet bedoeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden