Scholen kunnen regelvrijheid aan

MICHEL ROG en TWEEDE KAMERLID CDA

Minister Jet Bussemaker zegt dat de politiek meer vertrouwen in het onderwijs moet hebben (Trouw, 7 februari). Dat is mij uit het hart gegrepen. De politiek moet zich met andere woorden leren beheersen. Als er op één school iets gebeurt, hoeven daar geen generieke maatregelen tegenover te staan. Dat is incidentenpolitiek waarmee je de overgrote meerderheid van scholen die niet met een probleem te maken hebben, dwingt in het keurslijf van nog meer (onnodige) regels.

Nu de minister om is, hopen wij dat de rest van de PvdA ook op deze lijn gaat zitten. Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA heeft al eens gepleit voor een afkoelperiode van anderhalf tot twee jaar voor het bedenken van nieuwe regels na een incident. Als de emotie is overgewaaid, blijken immers nieuwe regels meestal niet de oplossing.

Het CDA zal de minister Bussemaker voluit steunen als dit haar beleid wordt en roept haar op om daarbij vooral te kijken naar de werkwijze van de Onderwijsinspectie. Het is goed dat wij in Nederland een inspectie hebben, die toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs. Maar dit toezicht is doorgeschoten en lijkt een doel op zich te zijn geworden, terwijl het een middel zou moeten zijn; een middel tot beter onderwijs.

De manier van werken van de inspectie leidt tot defensief gedrag van scholen: ze vinken de lijstjes van de inspectie af. Dit kost tijd, die eigenlijk besteed moet worden aan het verhogen van de kwaliteit van onderwijs, niet aan boekhouden. Het leidt ertoe dat de inspectie zich concentreert op de papieren werkelijkheid van de ordners en zorgt ook voor een inspecteur die nauwelijks meer in de klas komt, laat staan de ouders kan betrekken bij de beoordeling van de school.

De verantwoordingslast is inmiddels zo ingewikkeld geworden dat niemand de weg meer weet in het woud aan regels. Een voorbeeld hiervan zijn de beruchte handelingsplannen die scholen veel tijd kosten, maar waarvan de inspectie niet kan aangeven op welke wijze ze de kwaliteit van onderwijs direct verhogen. Hierdoor groeit een angstcultuur bij scholen, die uit angst om het verkeerd te doen, veel meer bijhouden en registreren dan ooit gevraagd is.

De overheid moet de stip op de horizon bepalen waaraan scholen moeten voldoen. Het is aan de scholen via welke weg zij deze stip bereiken. De inspectie zou alleen moeten kijken naar het eindresultaat. Om in bedrijfstermen te spreken: meer kijken naar de output en minder naar de input.

Dit betekent dat scholen mogen afwijken van de regels, mits de kwaliteit er niet onder lijdt. Zeg maar een 'pas toe, leg uit'-principe. Dit zorgt ervoor dat scholen, maar ook de inspectie meer tijd en geld overhouden voor waar het echt om draait: goed onderwijs.

Daarom roept het CDA de minister op om in het onderwijs te starten met een experiment van regelarme zones. Hierbij worden de deelnemende scholen opgeroepen aan te geven welke regels volgens hen overboord kunnen zonder dat de kwaliteit eronder lijdt. Vervolgens wordt de school een periode gegund om op deze regelarme manier te werken. Na afloop kunnen deze regels definitief worden geschrapt.

In de zorg is dit experiment al aan de gang en de eerste resultaten zijn positief: er blijft veel meer tijd over voor handen aan het bed en er wordt veel geld bespaard. Dus minister en inspectie: door minder werk, wordt er meer gedaan!

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden