'Scholen, blijf werken aan verheffing'

interview | Leer jongeren uit armere milieus op school beter wat ze wél kunnen, bepleit PvdA-minister van onderwijs Jet Bussemaker.

Als minister heeft ze nog een dik jaar te gaan. In die periode moet vooral een ding doorklinken in het beleid van minister Jet Bussemaker: de emancipatiefunctie van het onderwijs. Waarom? "Omdat we zien dat de verheffingsmachine die het onderwijs heel lang is geweest, bedreigd wordt."

Pas op, zegt Bussemaker, dat je niet in een pavlovreactie schiet: het onderwijs als verheffingsmachine, dat is toch 'jaren zeventig'? Die discussie over zoiets als de middenschool hebben we toch al lang afgedaan? "Ik pleit niet voor een stelselwijziging. Maar dat we deze discussie eerder gevoerd hebben, wil niet zeggen dat we het er niet meer over moeten hebben. We leven nu in andere tijden, waarin leefwerelden steeds verder gescheiden raken. Niet alleen economisch, waar de econoom Piketty het over heeft, maar ook sociaal-cultureel. Het is een optelsom van bijvoorbeeld de internationale concurrentie, de snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, migratie of stedelijke ontwikkeling.

"De opdracht van het onderwijs is om grote tegenstellingen tussen groepen mensen tegen te gaan. Het onderwijs moet een plek bieden voor binding in de samenleving. We kunnen de ideeën uit het verleden, zoals de middenschool, niet zomaar op de hedendaagse samenleving of het onderwijs plakken. We moeten zoeken naar toekomstgerichte oplossingen."

Wat zijn uw oplossingen dan?

"Ik begin altijd met de probleemanalyse."

Wat is volgens u dan het probleem in het onderwijs?

"Je ziet sociale segregatie ontstaan: op sportclubs, in kerken, in het sociaal verkeer, maar ook op school. We zien dat er in veel wijken al lang niet meer een buurtschool is, maar dat er allemaal verschillende schoolsoorten zijn. Kinderen uit verschillende sociale milieus komen elkaar niet meer tegen. Er zijn steeds minder brede brugklassen, vmbo-afdelingen worden afgesplitst van scholengemeenschappen en op het mbo scheiden ze de entreeopleiding en niveau-2 van het hogere niveau 3 en 4.

"Ik zeg niet dat al die keuzes verkeerd zijn, scholen doen het vaak met de beste bedoelingen. Ze willen hun leerlingen meer aandacht geven en bijdragen aan hun zelfvertrouwen. Ouders vragen erom. Ook die zijn zelf sociaal gezien veel minder gemengd. De tijd dat de arts met de verpleegkundige trouwde, is voorbij. Nu trouwt een arts met een arts en een hbo'er met een hbo'er. Al deze ontwikkelingen vergroten de kloof tussen toch al gescheiden werelden. In het stimuleren van de meritocratie moeten we ervoor oppassen dat als je op je twaalfde een schooladvies krijgt, je niet alleen nog maar die kant op kunt. Leerlingen moeten later nog een of twee niveaus kunnen stijgen als dat past bij hun vermogens."

Wat kunt u eraan doen?

"Het werkt niet om van bovenaf veranderingen op te leggen, ik wil eigenaarschap van scholen stimuleren. Moet ik scholen verbieden om afdelingen op te splitsen? Zeggen dat elke gemeente een brede scholengemeenschap moet hebben? Ik wil dat scholen en leraren zelf voelen dat dit een probleem is en daarover wil ik de discussie aan. Zodat ze een soort tegendruk kunnen vormen tegen ouders.

"Sociale ontwikkeling en sociaal vermogen zijn misschien wel belangrijker om vooruit te komen dan alleen cognitieve kennis. Dat moeten scholen aan ouders duidelijk maken. Het begint bij bewustwording. Daar kan ik een bijdrage aan leveren door bijvoorbeeld onderzoek in te stellen naar de sociale effecten van onderwijs waarvoor extra financiële bijdragen worden gevraagd, zoals huiswerkbegeleiding, privéscholen zoals de Luzac Colleges of university colleges. Ook bekijken we hoe we soepelere overgangen tussen de opleidingsniveaus kunnen maken door maatwerkdiploma's."

Scholen zeggen vaak: wij worden er door de inspectie op afgerekend als kinderen binnen onze brede scholengemeenschap afzakken naar lagere niveaus. Daarom splitsen we die af. Maakt de overheid het scholen niet moeilijk om die maatschappelijke opdracht te vervullen?

"Er zijn heel veel misverstanden over wat wel of niet mag. Het is niet de bedoeling dat als een leerling slechter presteert dan je verwacht, je daarvoor beboet wordt. Tenzij je als school je best niet doet. Op het mbo zat het ook in de bekostiging dat scholen gestimuleerd werden om studenten maar zo lang mogelijk op school te houden. Dat hebben we veranderd.

"Nu zijn we bezig om op school het beste uit leerlingen te halen; wat levert het onderwijs op? Als scholen dan zeggen: als we dat geld niet krijgen, slagen we daar niet meer in, is de wereld op z'n kop. Zij moeten er juist alles aan doen om die verheffing mogelijk te maken."

Was het wel zo'n goed idee dat uw ministerie besloot dat alleen het schooladvies voortaan bepaalt of een kind wordt toegelaten op een middelbare school, en dat de objectievere Citotoets later plaatsvindt?

"Ja, dat denk ik wel. De staatssecretaris heeft dat besluit genomen omdat we daarmee ook de persoonlijkheid van de leraar meer op de kaart krijgen. Die ziet de hele film van de ontwikkeling van een kind, niet alleen de foto van die ene Citotoets. De volgende stap die ik wil zetten is om die leraren beter voor te bereiden tijdens de pabo-opleiding. Zij moeten niet alleen getraind worden om te kijken naar de cognitieve ontwikkeling zoals het taal- en rekenniveau, maar ook naar de persoonlijkheid en praktische vaardigheden van een leerling. We zijn bijna verleerd om die belangrijk te maken, terwijl persoonlijkheid juist doorslaggevend is voor de kansen van een kind. Ook blijkt dat leerkrachten in groep 8 te weinig weet hebben van ons beroepsonderwijs, waardoor de mogelijkheden voor kinderen om uit te groeien tot vakkanjers via het vmbo en het mbo ondersneeuwen. Dat versterkt het beeld dat je naar het vmbo moet en naar de havo mag."

Uit recent sociologisch onderzoek blijkt dat leerkrachten kinderen van hoog-opgeleiden met dezelfde Citoscore als een kind van laagopgeleiden drieënhalf keer zo vaak een hoger schooladvies geven. Hoe gaat u dat vooroordeel wegwerken?

"Op de pabo moeten studenten beter opgeleid worden om leerlingen uit alle milieus, ook leerlingen met laagopgeleide ouders, te helpen nadenken over wat mogelijke loopbanen voor de toekomst zijn. Nieuwe perspectieven bieden. Het is ook van groot belang om in het onderwijs minder in termen van hoog of laag te kijken en meer in termen van 'anders'."

Of leraren nu beter opgeleid worden of niet: blijft het geen lastige boodschap dat het ook prima is om beroepsonderwijs te volgen in plaats van havo of vwo, met uitzicht op hbo of universiteit? In onze meritocratie zijn diploma's toch heel belangrijk?

"Heb je alleen een mbo-2-diploma, dan zijn je kansen inderdaad beperkt. Maar met een mbo-3- of 4-diploma zijn de vooruitzichten op de arbeidsmarkt juist heel goed. Ik zal niet zeggen dat iedereen die laag is opgeleid, daar genoegen mee moet nemen. Dat past ook niet bij het idee van een leven lang moeten blijven leren. Iedereen moet op elk niveau kunnen komen dat bij hem of haar past. Maar als we het beeld blijven bevestigen dat mbo-diploma's eigenlijk niet volwaardig zijn, dan doe je het verkeerde. Zeker als je bedenkt dat persoonlijke ontwikkeling steeds belangrijker is voor succes, zoals bleek uit onderzoek van het Centraal Planbureau. Want je zegt steeds tegen mensen: Jij gaat het toch niet echt maken. Je dempt hun zelfvertrouwen."

Persoonlijkheid is voor werkgevers toch nog niet belangrijker dan een diploma?

"Werkgevers zeggen: dat diploma is de basis. Dan kijk ik of mensen innovatief zijn, of ze kunnen samenwerken, of ze met onverwachte situaties kunnen omgaan."

Moet het onderwijs de komende jaren gaan om persoonlijkheidsontwikkeling?

"Om zelfvertrouwen. Met name voor kinderen zonder hoogopgeleide ouders is zelfvertrouwen van cruciaal belang om verder te komen. Leraren kunnen daarvoor zorgen. Een mooi voorbeeld hoorde ik laatst van een docent op een mbo-opleiding die met een groep kwetsbare mbo-2-studenten naar Roemenië ging om in erbarmelijke omstandigheden te helpen een kindertehuis te bouwen.

"Bij terugkeer trokken die jongens volgens hem opeens een soort etiket van hun hoofd. Ze voelden zich niet meer die jongere die steeds maar hoort wat hij niet kan. Ze hadden laten zien waar ze wel toe in staat zijn. Dat ze echt iets kunnen betekenen. Dat zelfvertrouwen is onderdeel van die persoonlijke ontwikkeling. Dat zijn de vaardigheden van de toekomst."

Minister Bussemaker: 'Leer het op de pabo's: help leerlingen uit armere milieus na te denken over hun toekomst, geef ze zelfvertrouwen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden