Schmalz vanuit de leunstoel/Gentleman Brian Ferry weet nog net oude magie op te roepen/pop

DEN HAAG - Gelijk die van een chique parfumlijn is Brian Ferry een merknaam die zijn marktwaarde blijft behouden. Ondanks de afwezigheid van de Engelse popzanger gedurende ruim tien jaar, trok 'de gentleman van de popmuziek' maandagavond zoveel publiek, dat het Congresgebouw in Den Haag tot de nok toe gevuld was.

De vele veertigers bekommerden zich niet om de forse entreeprijs van rond de zestig gulden, zelfs zijn magere zangprestaties namen ze voor lief. Hartenbreker Ferry is dan ook een klasse apart. Met een melange van pose en stijl voerde hij de toegewijde fans mee terug langs de hoogtepunten uit zijn carrière, hetgeen uitmondde in een felle reprise van 'Do the strand'.

Veelzeggend

Weliswaar vormt zijn nieuwste cd 'Mamouna' aanleiding tot deze plotselinge wederkeer, toch is de timing van Ferry's huidige wereldtournee veelzeggend. De zo onderschatte jaren zeventig maken op het ogenblik een revival door. Behalve de opwaardering van vergeten gitaargroepen als Thin Lizzy en de Allman Brothers, worden andere smaakmakers herontdekt. Met David Bowie drukte Roxy Music een vet stempel op de periode tussen de Britse beatboom van de jaren zestig en de punk van eind jaren zeventig. Tussen 1972 en 1976 maakte Ferry zich onsterfelijk als frontman van Roxy Music. De band paste principes uit de beeldende kunst toe op de popscene. De platenhoezen oogden als omslagen van dure pornobladen, terwijl de groepsleden zichzelf uitdosten als wilde excentriekelingen die het verschil tussen camp en kitsch exact kenden. Roxy Music stond dan ook stijf van talent, dat vooral dankzij toetsentovenaar Brian Eno tot avantgardistische prestaties kwam.

Knipoog

Tegelijkertijd klonk de band aards en toegankelijk. In die ongrijpbare mengeling van knipoog en authenticiteit, van smachtend sentimenteel en razend excentriek, steeg Brian Ferry tot grote hoogten. Tijdens zijn latere solocarrière, die tot 1982 duurde, blonk Ferry uit als een crooner die andermans werk schitterend wist te vertolken, getuige de uitvoering van John Lennons 'Jealous Guy'. Ferry ontpopte zich tot een keurige Casanova, die met een Jean-Paul-Belmondo-blik zijn fluwelen stem hanteerde. In de jaren tachtig trok hij zich terug als huisvader en rentenier in zijn landhuis. Bijna vijftig jaar oud heeft hij weer de geest gekregen, maar de souplesse is enigzins geweken.

In Den Haag leunde Ferry vooral op zijn rol als crooner die schmalz tot huisstijl verhief. Een achtergrondzangeres camoufleerde de falende zangprestaties, een zeskoppige groep volgde gedwee. Ex-Procol-Harum-gitarist Robin Trower mocht af en toe uitblinken, totdat gaandeweg de ritmesectie het roer overnam. Tijden 'Virginia Plain' veerde het publiek dansend op uit de pluche stoelen, maar het werd nog even stil tijdens een ontroerende uitvoering van 'In every dreamhome a heartache', waarna plichtmatig de finale volgde.

Symbolisch

'Let's stick together' opende de swingende reeks van toegiften. Een symbolische titel voor de positie die Ferry zich wenst. Met zijn tijdloos repertoire wil hij vanuit de leunstoel opnieuw in de schijnwerpers staan, ervan uitgaand dat de oude magie dan vanzelf terug zou keren. Omdat gemak- en eerzucht teveel met elkaar botsten, lukte het laatste maar ten dele.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden