Schitterende opening met Amal Maher

Muziek en muziektheater zijn sinds het aantreden van artistiek directeur Pierre Audi in 2005 weer speerpunten van het Holland Festival geworden. Maar de editie van dit jaar stelde wat dat betreft toch teleur als je het vergelijkt met Audi’s vijf voorgaande festivals.

Natuurlijk – het was een meesterzet om het festival te openen met een eerbetoon aan de Egyptische diva Oum Kalthoum. Niet alleen in Carré waren liefhebbers van diverse pluimage op het concert van Amal Maher afgekomen – daartussen liefhebbers die zelden naar een theater gaan – maar ook in het Oosterpark waar het concert rechtstreeks op een groot videoscherm te volgen was, waren honderden belangstellenden. Sommigen zongen daar heel hard met Maher en het Selim Sahab’s Orchestra mee, omdat ze de liederen van Kalthoum uit hun hoofd kennen. Het geheel had iets van een omgekeerde inburgering.

Het was natuurlijk mooi geweest – en een statement naar de allochtone Nederlanders – als koningin Beatrix juist bij dit concert aanwezig zou zijn geweest, maar de majesteit was in die dagen op staatsbezoek in Noorwegen. Zij kwam wél, samen met prinses Máxima, naar het Rameau-programma in Carré, waarvoor barokspecialist William Christie en dansdiva Trisha Brown hun creatieve krachten bundelden. Deze productie, onder de naam ’Pygmalion’, was het pièce de résistance van het HF; een wereldpremière van een co-productie met Aix-en-Provence, Athene en Madrid. Hoewel de muzikale uitvoering van ’Pygmalion’ zelf door Les Arts Florissants en enkele uitstekende solisten buitensporig goed was, viel het dans- en theatrale aandeel van Brown tegen. Bovendien werd de eenakter voorafgegaan door een programma met bleeding chunks uit Rameau’s ’Hippolyte et Aricie’ waaruit iedere dramatische samenhang verdwenen was.

De andere grote muziektheaterproducties waren regelrechte voltreffers. De wereldpremière van Alexander Raskatovs ’A Dog’s Heart’ door De Nederlandse Opera en de Radio Kamer Filharmonie werd een belevenis van de eerste orde. Een echte opera waarin de bij vlagen hilarische en virtuoos gecomponeerde muziek het verhaal van Mikhail Boelgakovs ’Hondehart’ op de voet volgde. ’Don Chisciotte in Sierra Morena’ van Francesco Conti was een schitterende ontdekking van barokspecialist René Jacobs; de prachtvolle enscenering die Stephen Lawless in 2005 voor Innsbruck maakte, deed het in de Stadsschouwburg bijzonder goed. Je kunt je overigens wel afvragen of beide opera’s niet ook zonder het Holland Festival door De Nederlandse Opera op de planken zouden zijn gebracht.

Opvallend was verder het geringe aandeel van het Asko|Schönberg, dat in voorgaande jaren uitgroeide tot het huisensemble van het Holland Festival. Nu speelde het slechts in een half geslaagde double bill van werken van Sir Harrison Birtwistle.

Uitvoeringen van Bachs werken voor soloviool, -cello en -klavecimbel zijn niet echte festivalkost, maar werden dat vanwege de door architect Zaha Hadid ontworpen concert-entourage. Ook Beethovens symfonieën zijn ’dagelijkse’ kost, maar werden bijzonder door de cyclusvorm en de kleine bezetting waarin Anima Eterna ze uitvoerde. Ondermaats waren de uitvoeringen van Calliope Tsoupaki’s ’Greek Love Songs’, maar de aanwezigheid van de 85-jarige Pierre Boulez, die een fantastisch concert dirigeerde, maakte veel goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden