Schilderij op koper behoudt perfecte glans en detaillering

Twee jaar geleden werd bij het veilinghuis Christie's in Londen een landschapje op koper aangeboden dat werd toegeschreven aan de omgeving van Pieter Gysels. Bij nadere inspectie van de achterkant bleek het landschap achter op een oude etsplaat van Rembrandt (Abraham die de engelen ontvangt, 1656) geschilderd.

Het is een mooie illustratie van de dubbele functie die koper rond de zeventiende eeuw als kunstenaarsmateriaal had. Op het moment van de ontdekking was het Phoenix Art Museum al een paar jaar bezig met een omvangrijke tentoonstelling over schilderen op koper. Deze zomer is de expositie in het Mauritshuis in Den Haag te zien.

Rembrandt gebruikte koper niet alleen om in te etsen, zo blijkt op de tentoonstelling. In 1629 maakte hij een klein portretje van een lachende man, een tronie waarin het meer ging om het bestuderen van gelaatstrekken dan om een accuraat portret. De koperplaat heeft Rembrandt eerst voorzien van een laagje bladgoud. Vervolgens schilderde hij in de zijn bekende losse toets met veel clair obscur de tronie. Met de punt van de kwast bespeelde hij het lichteffect nog eens extra door in de natte verf accenten aan te brengen, waardoor het bladgoud door de verf komt schitteren.

De lachende man is een van de drie bekende schilderijen van Rembrandt op koper. Dat het materiaal waarop is geschilderd, geen textuur heeft, maakt de voorstelling egaler en zachter van toon dan Rembrandts schilderijen op paneel en doek, maar in essentie is de uitstraling niet anders. Hetzelfde geldt voor een portret van Frans Hals dat ernaast wordt geëxposeerd.

Wat treft aan de schilderijen op koper, is de perfecte glans die zelfs na eeuwen nog over de werken ligt. Je zou ze de glossies van de zeventiende eeuw kunnen noemen. Ze blijven in perfecte staat en ogen in de tentoonstelling nog net zo fris als toen de maker net zijn penseel had neergelegd. Het tweede dat opvalt, is dat het schilderen op het gladde koperen oppervlak een enorme detaillering mogelijk maakt.

Hoe gedetailleerd het kan, bewijzen Jan Brueghel I, David Teniers en Joachim Wtewael. Zowel Brueghel als Wtewael strooien in hun voorstellingen met figuren, soms meer dan honderd in getal. En dat op koperplaten van hooguit 35 x 55 cm (Brueghel) en zelfs 31 x 42 cm (Wtewael). Zelfs de kleinste figuurtjes hebben nog een herkenbare gezichtsuitdrukking. Bij Teniers zien we nauwelijks minuscule figuurtjes (bij Brueghel zijn ze soms maar een paar millimeter hoog), maar wel een enorme rijkdom aan details. Hij schilderde ook op iets grotere platen: van ongeveer 60 x 78 cm tot wel 106 x 129 cm.

Van het laatste formaat is een schilderij met de kunstverzameling van de aartshertog Leopold Wilhelm in Brussel (ca. 1651-'52). Door het gladde koper kon Teniers de tientallen schilderijen in de collectie met een heel dunne kwast tot in herkenbare details schilderen. Fantastisch is ook het schilderij 'De verzoeking van de heilige Antonius' (ca. 1650), waarin de kluizenaar Antonius bezoek krijgt van de wezens in zijn angstdromen. Teniers heeft zich uitgeleefd in gedrochten waar Hieronymus Bosch trots op zou zijn.

Het koperschilderen kwam in zwang in Italië aan het eind van de zestiende eeuw. Onder andere via schilders aan het hof van Rudolf I in Praag verspreidde de techniek zich naar het noorden. De verfijning van schilderijen op koper maakten ze tot ware juwelen in een verzameling. In de tentoonstelling in het Mauritshuis is ook een aantal vroege Italiaanse voorbeelden te zien. Van een enorme perfectie is 'Dood van Maria' ( 1612-'15) van Carlo Saraceni, 'De heilige familie met de jonge Johannes de Doper en een engel' (ca. 1606-'07) en 'De heilige famile met Johannes de Doper'(ca. 1605) van Domenico Zampieri.

De Italianen bedienen zich van een fluwelen toets. In hun voorstellingen spelen kleurige gewaden een hoofdrol, maar is ook gelaatsuitdrukking met een fenomenale precisie en sprekendheid neergezet. Dat laatste vooral in het schilderij van Saraceni. Het zijn schilders die de harmonie van het totale schilderij in de gaten houden, maar ook de details laten bloeien. En dat allemaal met de serene kalmte die hoort bij religieuze voorstellingen.

Die briljantie is een wezenlijk kenmerk van het koper. Na het zien van twee zalen, valt ineens het kwartje: geen craquelures. Koper 'werkt' niet, zoals hout en doek: het blijft onder alle omstandigheden gelijk en door het egale vlak heb je geen last van oneffenheden. Ideaal dus voor de preciezen onder de schilders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden