Schilderende straatvechter

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Schilders, die had je in Friesland niet. Gerriet Postma moest en zou het toch worden. Hij brak door, al was hij toen al zestig.

Een tante die ging trouwen had graag een schilderij van hem en dus zette Gerriet Postma zich aan een heidelandschap. Op het eind sloeg de hond het met zijn staart omver. De hele avond en nacht plukte hij vloerbedekkingpluisjes uit de natte verf, met een pincet.

Een puber was hij nog, die er van droomde kunstenaar te zijn. Op zijn achttiende reed hij met zijn Harley naar Parijs waar het werk van de Cobragroep hem verpletterde. Postma nam teken- en schilderles en zocht omgang met kunstenaars en bohémiens.

Het was een stuk woest Friesland waar Gerriet Postma in 1932 werd geboren. Twijzelerheide ligt in de Friese Wouden, de streek waar Bonifatius ooit vermoord werd en waar het volk ook later niet bekend stond om fijnbesnaardheid of geletterdheid.

Moeder Geertje Veenstra was een ongehuwde dienstbode die al een zoon had, van weer een andere man. Ze trouwde met bouwvakker Romke Postma, kreeg nog een dochter, Froukje, en kwam met man en alle kinderen in Leeuwarden terecht. De jonge Gerriet ging met zijn stiefvader en halfbroer Dirk in de bouw werken, als metselaar. Maar na een conflict werd hij op straat gezet. Hij ging op eigen houtje verder als bouwvakker. Hij pakte alles aan, er moest brood op de plank, helemaal toen hij in 1960 trouwde met Dirkje, die door iedereen Duk werd genoemd, en de kinderen Lotte en Robert kwamen.

De Pruttelpot, een koffieshop in Leeuwarden, was het eerste horeca-avontuur in een lange reeks. Postma richtte cafés in – toen de brouwer zag dat hij daar goed in was gaf Heineken hem opdrachten - en bezat in diverse plaatsen ook zelf zaken die hij opknapte en doorverkocht.

De kunstenaar zelf ging in Tolbert wonen – de burgemeester van Leek vond het een eer een kunstenaar binnen de gemeentegrenzen te hebben en bepleitte dat Gerriet Postma een boerderij kon betrekken. Postma doopte deze Dolersheem, in de hoop dat dit dan de plek was om fulltime schilder te zijn. Postma ging in de BKR en als het nodig was nam Duk baantjes aan in de supermarkt of als hulp in de huishouding.

Dolersheem werd een trefpunt van dichters en muzikanten uit het hele land. Johnny the Selfkicker, Rutger Kopland, Simon Vinkenoog en aanverwante vogels kwamen er. Memorabele avonden waren het, maar Postma, de jongen van de straat, vond ook hier zijn stek niet. Nadat hij eind jaren zeventig van Duk gescheiden was, sloeg hij aan het reizen.

Met zijn nieuwe vriendin, de schilderes Elly Smidt, woonde hij langdurig in Portugal en Frankrijk. Overal werd gewerkt. In de stijl die is terug te voeren op zijn harde jeugd: fel, agressief vaak, bij voorkeur non-figuratief. Postma was een straatvechter, en dat mocht, ja moest, de wereld zien. Hij gooide met verf, smeerde het met dikke kwasten en messen op het linnen, zat er zelf onder. Zoals hij zei: „Ik ben verf.”

Aan zijn doeken kwamen geen studies of schetsen te pas. Het was: bam, meteen op het doek met de emotie van dat moment. „Mijn atelier is mijn operatiekamer. Ik snij mezelf open en de gevolgen daarvan zijn terug te vinden in mijn schilderijen”, zei hij ooit.

Gerriet werkte graag groot en zei dus graag ja tegen monumentale opdrachten. Hij beschilderde de Museumbrug in Groningen, de Euromast, en de wanden van het dorpshuis van Twijzelerheide.

Als om de armoe en de schande goed te maken die hij als bastaardjong had gevoeld, moest en zou hij rijk en beroemd worden. Maar de doorbraak van Gerriet Postma kwam pas op zijn zestigste. Galerie Bonnard in Nuenen bracht een boek over hem uit, dat de weg naar vele galerieën over de hele wereld opende. Gaandeweg kon Postma flinke prijskaartjes aan zijn doeken hangen, tot wel vijftienduizend euro. Hij exposeerde in Amerika, al was hij toen al 73 jaar oud.

Ze noemden hem schilderbeest, zoals ook Karel Appel werd genoemd, en kwalificeerden zijn werk als mannelijk en eerlijk. Maar hoorde hij er ook echt bij in de officiële kunstwereld? Ten dele, zegt een bevriende galeriehouder die vooral voor de persoon Postma een zwak had. Gerriet leefde zijn imago. Dan kon hij bijvoorbeeld bij een publieke opdracht komen opdraven in een ruchesbloes vol verfvlekken, die de indruk wekten dat hij ze er expres nog even in gemaakt had. Zo van: Ik ben de kunstenaar.

Zijn zeventigste verjaardag werd niet de mijlpaal die Postma zich gedroomd had. Na zijn reislustige jaren was de schilder in de Groningse binnenstad neergestreken, aan de feeërieke Noorderhaven. Hij hoopte op een overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum. In plaats daarvan was er een kleine feestelijkheid in een galerie. Hij moest het zelf organiseren, geen een vakbroeder was erbij.

De schilder met de grote mond, die soms stotterde onder zijn eigen spraakwaterval, had er verdriet van. Maar juist in die tijd zei hij vaak tegen Ida: Wat zijn we gelukkig hè?

De vrouw met wie hij de laatste drie jaar van zijn leven getrouwd was, was in 2001 zijn atelier komen binnenwandelen tijdens een open dag. Hij had haar vrijwel direct voorgesteld haar zijn huis te laten zien. Zij, een voormalige dansschoolhoudster die net begonnen was met de kunstacademie, had haar twijfels over de opdringerige man. Maar ze zei ja toen hij haar vroeg voor een openbare opdracht: een schilderij dansen, met de voeten in de verf. Bij het dansen van een tango, zijn grote passie, sloeg en plein public de vonk over.

Gerriet Postma had zwakke longen sinds die in zijn jonge jaren een optater hadden gehad bij een zwaar auto-ongeluk. Het kettingroken maakte het er niet beter op. Hij leed aan longemfyseem, had een longontsteking en kreeg uiteindelijk longkanker. Hij was het liefst in Groningen, waar het ziekenhuis dichtbij was en waar hij kon werken in zijn atelier.

In oktober was hij genezen. Maar nog niet hersteld. Angstig dun waren zijn armen en benen. In Spanje zou hij aansterken, maar dat gebeurde niet. Een week voor ze zouden vertrekken vond Ida hem dood in de slaapkamer. Hij had een hartaanval gekregen. In het atelier prijkte zijn laatste doek op de ezel. Af, zo te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden