Schilderen tegen de gekte

Word je als psychiatrisch patiënt beter van het maken van kunst? Dat is zeer de vraag - en je knapt niet op van kunst van andere psychoten.

Arko Oderwald (l.) is hoogleraar literatuur en geneeskunde aan de Universiteit voor Humanistiek en, net als Abel Thijs, verbonden aan het VU Medisch Centrum.

Het museum Gugging ligt ongeveer twintig kilometer van Wenen, aan de rand van het Wienerwald. Er rijdt een bus naar toe, eerst langs de Donau en dan linksaf gestaag omhoog. De bus stopt voor een gebouw dat onmiskenbaar een paviljoen van een rond 1900 gebouwde psychiatrische inrichting. Verder weg staan nog meer paviljoens, maar er staat ook hypermoderne nieuwbouw. Het museum Gugging ligt fris wit geverfd voorbij de kerk die altijd bij dit soort inrichtingen werd gebouwd, vrijwel gescheiden van andere bebouwing.

Een eindje verderop staat het bijbehorende, vrolijk beschilderde Haus der Künstler, waar psychiatrische patiënten wonen die tevens beeldend kunstenaar zijn. Een bordje op de deur zegt dat dit een privéwoning is, dus niet toegankelijk voor het publiek. Overal zijn kunstuitingen te zien - beschilderde (vogel)-kastjes, stenen, banken, tegels.

Een Haus-bewoner begroet ons vriendelijk en herhaaldelijk. Wij zijn vandaag de enige bezoekers. Op het eerste gezicht, maar dat kan bedrieglijk zijn, hebben de bewoners van het Haus der Künstler eerder een verstandelijke beperking dan een psychiatrische ziekte, maar het lijkt ons ongepast om daar navraag naar te doen.

Het museum oogt zeer professioneel. De ruimten zijn duidelijk recentelijk gerenoveerd. Naast ateliers is er een galerie die beeldende kunst verkoopt.

Een van de eerste en bekendste psychiatrische patiënten die beeldende kunst maakten, was Adolf Wölfli. In het begin van de 20ste eeuw maakte hij veel werk dat nu in het Kunstmuseum in zijn geboortestad Bern te zien is.

Sinds die tijd raakten ook psychiaters geïnteresseerd in de kunst van hun patiënten. Zo legde de Duitse psychiater Hans Prinzhorn rond 1920 een verzameling aan van tekeningen en schilderijen van psychiatrische patiënten. Deze collectie bestaat nog steeds en is te zien in Heidelberg. In de jaren vijftig van de vorige eeuw liet de Oostenrijkse psychiater Leo Navratil zijn patiënten in Gugging systematisch kunst maken, zowel beeldende kunst als poëzie.

Ook in Nederland vond dit voorbeeld navolging: de hoogleraar psychiatrie J.H. Plokker werkte in de jaren zestig veel met het laten maken van kunst. Zijn proefschrift 'Geschonden beeld' gaat over het therapeutisch belang van deze kunst, en de inspiratie die andere kunstenaars uit hun werk kunnen putten.

Kunst van psychiatrische patiënten kreeg na de Tweede Wereldoorlog steun vanuit de 'gewone' kunst. Jean Dubuffet, van wie in het beeldenpark van het Kröller-Mullermuseum een reusachtige sculptuur te bewonderen is, muntte rond 1946 de term Art Brut ('ruwe kunst') voor kunst die niet door professionele kunstenaars wordt gemaakt.

In 1972 voegde Roger Cardinal daar de term Outsider Art aan toe - een paradoxaal begrip: een kunststroming die zichzelf definieert als stroming buiten de kunst. Dat de outsiders nu ook binnen zijn, blijkt uit musea en galerieën die gespecialiseerd zijn in Art Brut, zoals het Guislain museum in Gent, het Art Brut museum in Lausanne, De Stadshof in Zwolle en Art-en-marge in Brussel..

Psychiater Leo Navratil stimuleerde zijn patiënten in Gugging niet alleen op het terrein van beeldende kunst, ook andere kunstuitingen hadden zijn belangstelling. De Duitse arts, (toneel)schrijver en theatermaker Heinar Kipphardt, die in contact stond met Navratil, maakte in 1975 een geruchtmakende film, 'Das Leben des schizophrenen Dichters Alexander März', midden in de tijd van de antipsychiatrie.

"Toen ik onlangs een lang gekoesterde wens in vervulling kon laten gaan om een televisiefilm te maken waarin ik poog het leven van een schizofrene zieke te beschrijven, moest ik bij het verzamelen van grote hoeveelheden materiaal opnieuw sterk denken aan uw patiënt Alexander", schreef Kipphardt in 1974 aan Navratil. "Ik heb mij verstout om de door mij bedachte persoon enige trekken van de werkelijke Alexander te geven, waaronder enkele van zijn uitingen en levensomstandigheden en vooral enkele van zijn meeslepende gedichten, soms ook slechts twee of drie regels van een gedicht."

De Art Brut in de beeldende kunst drong ook door tot de literatuur, waar in navolging van Dubuffet werd gesproken van Écrits Bruts. Tegelijkertijd gooiden sommige (poëzie)schrijvers allerlei vormconventies overboord. Dat alles resulteerde in - naar een titel van het tijdschrift Raster uit 1982 - 'gestoorde teksten', waarvan het niet meteen duidelijk is of zij verbonden zijn met een psychische afwijking, dan wel bewust zo bedoeld zijn. Neem het volgende gedicht van Ernst Herbeck:

Patiënt en Dichter

Dichter

Des te groter het leed

des te groter de dichter

Zoveel harder de arbeid

Zoveel dieper de zin

Patiënt

Hoe groter het onheil

Des te harder de strijd

Hoeveel erger het verlies

Des te Krankzinniger de verdoemden

Deze Ernst Herbeck, patiënt van Navratil, stond model voor März van Kipphardt. Hij kreeg Herbeck niet persoonlijk te spreken, want Navratil schrijft dat Herbeck niet uit zichzelf produceert, maar dat de gedichten het gevolg zijn van de dialoog tussen Navratil en Herbeck.

De film, die op 23 juni 1975 door het ZDF werd uitgezonden, kwam onder moeilijke omstandigheden tot stand, omdat vrijwel geen enkele psychiatrische kliniek wilde meewerken aan de opnamen. Kipphart: "De angst om de deksel van de pan te halen was schokkend. Hoewel niemand bestrijdt dat het om een goed draaiboek gaat, dat ook met de psychiatrische opvattingen te verenigen is, lukt het ons niet om een geschikte kliniek te vinden."

Kipphardt werkte ondertussen ook aan een roman die op de film was gebaseerd, maar met meer oog voor de context en de vragen die de film niet beantwoordde.

Die roman verscheen begin 1976. Het boek is nog steeds een juweeltje en een toonbeeld van de kritische distantie die Kipphardt zijn hele leven lang heeft gekenmerkt. De roman is zeker onderdeel van de antipsychiatrische aanklacht van die tijd, maar laat tegelijkertijd van de romantische ondertonen van die visie niet veel heel. März is niet goed af in de inrichting, maar overleeft daarbuiten ook niet.

Kipphardt ging niet mee in Navratils opvattingen over 'helende' kunst. In zijn film en in zijn roman figureert directeur Feuerstein van Lohberg, de inrichting waar Alexander März verblijft, als een soort running gag: meestal delibereert hij met bezoekers over de heilzame werking van kunst in de psychiatrie. Werk van Miro of Hundertwasser maakte patiënten 'vrolijk', maar bij hen roept een schilderij van een psychotische kunstenaar juist 'aversie'op.

Het is niet verwonderlijk dat Leo Navratil na het lezen van het boek in woede ontstak, al is het onduidelijk of dat kwam door deze running gag, of door het feit dat März maar weinig baat heeft bij de kunst.

Ook in Nederland laaide de discussie over de heilzame werking van kunst op. P.C. Kuiper, hoogleraar psychiatrie van de UvA, deed in zijn boek 'Ver heen' (1988) verslag van zijn psychose en opname. Hij werd therapeutisch aan het schilderen gezet en dankte daar, volgens eigen zeggen, zijn herstel aan.

Hoogleraar psychiatrie Rudi van den Hoofdakker (alias Rutger Kopland) had zo zijn twijfels over de oorzaken van het opknappen van zijn vermaarde collega, zei hij in 1995 in De Groene. "Ik weet niet hoe creatieve therapie bijdraagt aan genezing. Dat soort therapieën vindt meestal plaats naast andere. Vaak buigt een heel team zich over een patiënt, en ieder van dat team heeft het gevoel dat hij of zij veel aan de genezing heeft bijgedragen. De psycholoog denkt: de gesprekken die ik met iemand voer, helpen werkelijk; de dokters hebben het gevoel: die medicamenten zijn heel goed geweest; de arbeidstherapeut zegt: het is goed voor iemands zelfrespect om zo'n mooie kast te maken. En intuïtief denk ik: ja, natuurlijk is het goed voor mensen om iets moois te maken. Maar wat iemand er nou uiteindelijk weer bovenop helpt...

Ik ben nu zo'n vijfendertig jaar dokter en ik heb veel mensen zien opknappen en vaak wist ik niet waar dat aan lag. Het contact dat je met een patiënt hebt en de belangstelling die je toont, zijn al buitengewoon krachtige therapeutische factoren. Maar dat persoonlijke expressie of andere non-verbale uitingen een specifieke bijdrage aan het therapeutische proces zouden leveren, is nooit wetenschappelijk vastgesteld."

We zijn inmiddels weer bijna twintig jaar verder. Weten we iets meer wat er waar is van de idealen en stellingen van Leo Navratil en anderen wat betreft de heilzame werking van kunst voor psychiatrische patiënten?

Er is veel studie naar gedaan, maar vrijwel al deze studies ontberen een onweerlegbare uitkomst. Een studie uit 2012 leidde tot de conclusie dat kunstzinnige vorming geen verschil maakte in behandelresultaten van psychiatrische patiënten. Dat is dus geen sterk argument voor kunst als therapie; ook geen argument tegen, trouwens.

Het opnemen van Art Brut in de officiële kunst heeft wel tot andere effecten geleid. De antropologe Alexandra Schüssler, die in 2002 een tijd meeliep in Gugging, vond dat de patiënten werden opgejaagd, ja zelfs gedwongen om te tekenen en schilderen omdat dat financieel profijtelijk was voor het instituut.

In de galerie van Gugging zijn de prijzen pittig, ondanks het oorspronkelijk idealistische karakter. Er staan werken te koop voor 10.000 euro, met uitschieters naar meer dan 50.000 euro voor een originele August Walla. Je ziet het er niet aan af, eerlijk gezegd.

De directe bron van de Gugginger kunst is alweer negen jaar geleden verdwenen. De psychiatrische inrichting is in 2005 opgeheven; de patiënten zijn overgeplaatst naar andere inrichtingen. Alles wat ervan over is, zijn het museum en de bewoners van het Haus der Künstler.

De verbouwde paviljoens bieden plaats aan het Institute of Science and Technology Austria (IST), een topinstituut voor fundamenteel onderzoek in de biologische en mathematische wetenschappen. Het museum staat op de plattegrond van IST als onderdeel van het IST afgebeeld, maar is feitelijk een Fremdkörper.

Welke toekomst heeft het museum zonder aanvoer, zonder zijn oorspronkelijke reden van bestaan? De Amerikaanse essayiste Susan Sontag zei ooit dat goede kunst verontrust en verstoort. Dat gevoel ontbreekt bij het werk dat in Gugging hangt, nu de bron daarvan is opgedroogd.

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor bijzondere journalistieke projecten.

Over twee weken (op 8 oktober) start in Het Dolhuys te Haarlem de expositie 'Levenslang. Het criminele brein ontleed'.

undefined

Outsider art

Het Dolhuys ('museum van de geest') toont werk van delinquenten. De expositie is te zien op de Schotersingel 2 in Haarlem. Openingstijden: zie www.hetdolhuys.nl

Tussen strafbaar gedrag en psychiatrische aandoeningen bestaat een sterk verband. Veel gestraften lijden aan een psychiatrische stoornis. In NRC Handelsblad bevestigde een woordvoerder van de Dienst Justitiële Inrichtingen in 2012 de stelling van hersen- onderzoeker Dick Swaab ('Wij zijn ons brein') dat onder adolescenten die vastzitten, 90 procent psychiatrisch patiënt is.

undefined

Kunst als therapie

In het Rijksmuseum in Amsterdam was deze zomer Art Is Therapy te zien, een door de Britse filosoof Alain de Botton samengestelde expositie over het doel van kunst. De Botton wees op het therapeutische effect op de bezoeker die naar kunst kijkt en ervan geniet. Niet wat de kunst is of waar het object vandaan komt stond voorop, maar wat het voor de museumbezoeker betekende, in de liefde, voor diens werk of als sterfelijk persoon.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden