Schilderen als een Palestijn

verzetskunst | Palestijnse steden staan deze maand in het teken van kunst. 'Qalandia International' trekt met tientallen exposities en lezingen Palestijns én internationaal publiek. De kunstscene in bezet gebied ontluikt en is gewild in het buitenland.

MONIQUE VAN HOOGSTRATEN

Nihayah Saadeh (23) zit wat lacherig op de stoel voorin het klaslokaal. Een schijnwerper vol op haar gericht, zodat schaduw en licht zich goed aftekenen. De Palestijnse is de komende uren het model voor haar medestudenten. Alaa Mohammed Attoun (22) mengt de verf voorzichtig op zijn palet. Als beginnend kunstenaar kun je het zomaar te bont maken. Het contour van Nihaya's gezicht staat op papier, haar paardenstaart al zwart ingekleurd. "Geen details, probeer 't zacht te maken, als gefluister", instrueert Jan van der Kooi.

Op de kunstacademie in Bethlehem zijn ze niet gewend aan modeltekenen. "De eerste keer was met Jan", zegt Alaa, tweedejaars student. "Een van de jongens deed zijn T-shirt uit. Die spieren, als een landschap!" Naakt is vanzelfsprekend vele sprongen te ver. Nihayah: "In onze cultuur kan dat niet."

De kunstacademies in Bethlehem en die van Ramallah zijn de enige kunstopleidingen op de Westelijke Jordaanoever. Niet toevallig alletwee jonge opleidingen, opgericht in 2006. De Palestijnse kunstwereld is aan het ontluiken. "Er worden galeries geopend, er zijn festivals zoals het tweejaarlijkse Qalandia International, er zijn zelfs enkele competities", zegt Faten Nastas Mitwas, directrice van de afdeling beeldende kunst in Bethlehem.

Palestijnse kunst heeft zich bovendien een plek veroverd in op beurzen in de Arabische wereld (zoals Dubai), op tentoonstellingen in Europa en bij de handvol rijke verzamelaars die Palestina sinds kort kent. Buitenlanders zijn dol op Palestijnse kunst omdat het over het conflict gaat, de vernedering, het verzet. De prijzen zijn navenant gestegen.

De Palestijnse kunstenaar Bashir Qonqar (36) ziet in de snelle ontwikkeling van de Palestijnse art scene vooral een valkuil. Qonqar: "Er zijn ineens veel kunstenaars hier, maar de vraag is: ben je kunstenaar omdat je Palestijn bent, of omdat je een goeie kunstenaar bent? Als je de context van veel werken weghaalt - de bezetting - wat blijft er dan over?"

In het spetterend nieuwe academiegebouw in Bethlehem (betaald door internationale sponsors) schuift Jan van der Kooi bijna geruisloos door het lokaal, neemt hier en daar het penseel over. De Nederlandse meestertekenaar, die een paar weken lesgeeft aan de Palestijnse studenten, leert hen kijken. "Waar zit het licht, waar het donker?"

Hij kocht zelfs de lokale verfwinkel leeg aan olieverf en papier. Duur spul dat niet elke student zich kan veroorloven. Na drie weken hard werken - "We moeten van Jan om negen uur beginnen", zegt Nihayah bewonderend over de Nederlandse docent - is het papier op. Dan maar verder op de achterkant.

Achterin het lokaal staat een bolvormige installatie van lege traangashulzen en geluidsgranaten, als een samenballing van geweld. Gemaakt door een van de studenten, het materiaal op straat verzameld na wekelijkse confrontaties tussen Palestijnse jongens en het Israëlische bezettingsleger. Jan: "Ik heb meteen gezegd: verwacht niet dat ik jullie betere verzetskunst leer maken. Ik leer jullie het klassieke tekenen - toonwaarden, licht-donker, anatomie, perspectief. Je moet als kunstenaar zelf bepalen wat je ermee doet."

Lange tijd was er artistieke leegte in bezet gebied. De enkele groten, zoals de schilder Suleiman Mansour en de dichter Mahmoud Darwish, werkten buiten een artistieke context. Er waren geen opleidingen, geen galeries. "Door de vlucht in 1948 gingen veel kunstschatten verloren. Daarna was iedereen druk met overleven", zegt directrice Nastas Mitwas. "De strijd is niet voorbij, maar er is meer ruimte om die op je eigen manier in te vullen. Cultuur is onze manier van verzet."

Sociale kritiek

In een statig oud pand in Beit Jala, een christelijk Palestijns stadje niet ver van Bethlehem, spatten de doeken expressionistisch van de muren. Hier werkt Bashir Qonqar. Als kunst verzet is, is dat in zijn geval gericht tegen de wereld waarin hij opgroeide. Bijna acht jaar studeerde hij in Duitsland en stond hij buiten de Palestijnse samenleving. In 2008 kwam hij terug. Hij voelt zich nog steeds een vreemde.

"Ik had mezelf in Duitsland ontwikkeld als individu en kwam terug in een samenleving waar je als mens niet telt zonder je familie. Waar mensen niet kritisch naar zichzelf kijken. Waar ze nooit 'ja' of 'nee' zeggen, maar altijd het machteloze 'inshallah' - het is in Gods hand." Zo'n levenshouding verdraagt zich moeilijk met onafhankelijk denken.

Qonqar, autodidact die veel in het buitenland exposeerde, zegt dingen die door weinigen worden geaccepteerd. "Iedereen in Palestina geeft de bezetting de schuld van alles, maar we dragen zelf ook schuld. Er is niet alleen de Muur, er zijn ook muren in ons eigen hoofd."

Zijn sarcasme leidt vaak tot consternatie. Hij had eens een installatie waarin een afbeelding van de Geboortekerk vergezeld ging van scheldwoorden én de namen van Palestijnse politieke partijen, die volgens Qonqar tot het bot verziekt zijn. Twee heilige huizen in één werk bezoedeld: religie en politiek. De autoriteiten bezochten zijn familie, eisten verwijdering van het werk. "Ik heb het weggehaald, wilde mijn familie niet in problemen brengen. Ik dacht, misschien is het te vroeg."

Op verzoek zet hij op papier wat zijn handelsmerk is: een ezel. Met grove, speelse streken, de verf rechtstreeks uit de tube, ontstaat in een handomdraai een rode ezelskop van formaat. Met twee bevriende kunstenaars richtte hij 'de Ezelpartij' op. "Ons programma: handelen als ezels zoals anderen dat doen."

Hij lacht hartelijk. De spot druipt ervan af. Alle Palestijnse leiders kunnen zich aangesproken voelen. Het idee ontstond tijdens lange sessies praten en roken in z'n atelier. "We zijn alle drie kritisch. We worden alledrie depressief van de klotezooi hier. Dus we dachten, laten we het omzetten in kunst." De 'partij' houdt het midden tussen een grap en een artistieke creatie in wording.

Serieuzer dan. De vraag naar Palestijnse kunst groeit sneller dan het opleidingsniveau, meent hij. "Door de grote vraag produceren we werk dat het niveau 'leuk' vaak niet overstijgt. Laten we eerst het enorme gat in onze kennis en vaardigheden dichten." Om deze reden stopte hij met lesgeven op de academie in Bethlehem. Onenigheid over de koers. "Ze willen meteen naar het niveau van Bezalel springen, de Israëlische kunstacademie. Maar wij hebben hier sinds de eerste intifada begon geen enkele artistieke ontwikkeling gehad. Ik was blij toen ik mensen hoorde praten over die Nederlandse Jan. We moeten eerst de basis leren."

Een plateau, een bed van kussens. Kussens van gips gevuld met aarde. 'Droom is mogelijk', heet het. Hier en daar lekt de aarde eruit - symbool voor de verbondenheid van Palestijnen met hun verloren land. "Bij de opening hebben we hier iemand neergezet om te voorkomen dat mensen erop gaan zitten", zegt Nat Muller. "Veel bezoekers wilden de kunstwerken aanraken."

Nat Muller - een Nederlandse freelance curator - is dit jaar verantwoordelijk voor de Young Artist of the Year Award (Yaya). Een aanmoedigingsprijs voor jonge Palestijnse kunstenaars. Muller selecteerde negen deelnemers, die ze een aantal maanden intensieve artistieke begeleiding gaf. Het resultaat staat op Qalandia International.

De maakster van 'Droom is mogelijk' is zelf niet bij de opening. Majdal Nateel (29) woont in Gaza. Israël gaf haar geen toestemming naar de Westbank te reizen. Het kunstwerk zelf mocht Gaza trouwens ook niet uit. Het is in Ramallah gereconstrueerd. "Het doet me zo'n verdriet dat ze er niet bij kon zijn", zegt Muller. "Het betekent dat zij geen andere kunstenaars ontmoet, geen curatoren, geen journalisten." Dat een jonge kunstenares als Nateel blootstelling aan andere kunst ontbeert zet haar op grote achterstand.

Nat Muller: "Veel kandidaten hebben moeite om conceptueel te denken. Het is logisch dat ze kunst maken over hun realiteit - conflict, oorlog, bezetting. Maar het hoeft niet zo letterlijk zijn." Nateel bijvoorbeeld, kwam aanvankelijk met het idee kussens te bedrukken met geboortecertificaten, als verwijzing naar het land vanwaar ze moesten vluchten. Bij velen speelt onzekerheid mee. "Ze vragen zich af: 'Mag dit, mag ik hier uitbreken?' Ze voelen maatschappelijke druk om met het typisch Palestijnse narratief te komen." De vlucht, de bezetting, het lijden. "Het was lastig ze daar uit te trekken. Dat was mijn missie."

Poëzie in plaats van politiek. Bij sommigen is het gelukt. Inas Halabi (28), de winnares van Yaya 2016, maakte een videowerk over herinneringen aan een litteken op het hoofd van haar opa. Het gaat opnieuw over het Palestijnse lijden - het litteken gevolg van een Israëlische kogel - maar is er ook van losgezongen. "Het gaat over de geschiedenis van Palestina, maar niet alleen Palestijnen hebben littekens", zegt Halabi. "Ik zie mijzelf niet als representant van Palestina. Maar tegelijk heb ik mijn eigen ervaringen als Palestijn, dus het voelt heel natuurlijk om daaraan te refereren."

Identiteit en kunst - het is een centraal thema in de hedendaagse Palestijnse kunstwereld. Moet je werk de bezetting reflecteren of doet het dat vanzelf omdat dat je dagelijkse realiteit is?

undefined

Verdwenen dorpen

Qalandia International koos dit jaar 'Terugkeer' als thema. Een voor de hand liggend thema: weer gaat het over de vlucht in 1948 en hoop op terugkeer naar de verdwenen dorpen in Israël. Nat Muller: "Je komt weer zo snel uit bij de nostalgie, de olijfboom als het symbool daarvan." Bashir Qonqar is evenmin blij met die traditionele keuze. "Hoeveel ruimte geef je de kunstenaar? Uiteindelijk krijg je te zien wat mensen allang weten."

Qonqar is eens afgewezen voor een tentoonstelling met het argument: 'We willen Palestijnse kunst'. Weer barst hij in lachen uit. "Toen ik acht was is mijn vader door het Israëlische leger gedood. Als kind had ik dagelijks te maken met vernederingen. Later hebben Israëlische soldaten mij twee keer in elkaar geslagen, één keer beschoten. En dan moet ik in mijn kunst 'meer Palestijns' zijn? Rot op zeg, hoeveel meer Palestijns kan je zijn!"

Op de Olijfberg in Jeruzalem zitten Nihayah Saadeh en Alaa Mohammed Attoun met hun schetsboek op een muurtje onder een boom. De oude stad beneden hen het onderwerp van vandaag. Het is niet, zegt Jan van der Kooi met gebalde vuisten en luide, dwingende stem: "Ik HOU van je!" Het is - hij opent zijn handen en fluistert: "Ik hou van je...". Zo legt hij hen uit dat ze moeten schetsen met zachte toets.

Alaa heeft een zeldzaam rood krijt van Jan gekregen dat hij als trofee bewaart in een zelfgeborduurd etui. 'Ik ben trots op wie ik ben', staat er in Arabisch in rood borduursel op. Alaa: "Ik ben de eerste van mijn dorp die kunst ging studeren. Iedereen was erop tegen. Daarom maakte ik dit etui. Ik ben trots op wie ik ben, ik wil schilderen, en ik wil beter worden dan mezelf, beter worden dan Alaa."

Door schilderen wil hij zichzelf leren kennen, zegt de puisterige jongeman met flitsende zonnebril die aan Jan eens onzeker vroeg: 'Zie ik eruit als een Palestijn?' waarop hij superblij werd toen Jan zei: 'Ik zou je ook in Amsterdam tegen kunnen komen'.

Alaa: "Iedereen vertelt hier hoe je moet leven. Ik wil uitvinden wat ik zelf vind. Als één individu begint met nadenken over wat goed en fout is, kan het hele land beginnen te veranderen. Verzetskunst? De beste manier van verzet is vrij zijn van geest."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden