Schilderdorpen / Een hang naar vroeger

Schildersdorpen voeden een onbestemde hang naar 'vroeger', toen het bestaan nog eenvoudig was.

Het fenomeen schildersdorpen is altijd omgeven met een romantisch gevoel, gevoed door een wat onbestemde hang naar het verleden, naar 'vroeger' toen het bestaan nog eenvoudig, nog onbekommerd was en er tijd was om tot overpeinzing en langdurige beschouwing te geraken. Die hang naar het verleden lag ook ten grondslag aan het ontstaan van het begrip schildersdorp: hier was immers de plek waar de schilder zich voor korte of lange tijd aan de hectische samenleving kon onttrekken. Zo werd een beeld geschapen dat meer dan anderhalve eeuw rechtovereind zou blijven staan.

Schildersdorpen als het Noord-Hollandse Volendam, Laren en Bergen en de beide Zeeuwse plaatsen Veere en Domburg hebben de tand des tijds wonderbaarlijk goed doorstaan en gelden onverminderd als schilderachtige oorden.

Die romantische hang naar het verleden is ook heel goed getroffen op de sfeervolle presentatie die het Singer Museum in Laren (want waar zou dit overzicht beter getoond kunnen worden dan in dit museum dat zich toelegt op de kunstgeschiedenis van een van de interessantste schildersdorpen) onder de titel 'Schildersdorpen in Nederland' deze zomer toont. Singer zet niet alleen het verleden van zo'n zestien schildersdorpen op de kaart, het museum vroeg ook fotograaf Bert Creyghton zijn visie op het landschap rond de bewuste dorpen vast te leggen, met een reeks weemoedige beelden als gevolg.

Niet dat het schildersdorp een typisch Nederlands verschijnsel is. Wat dat betreft gaat zeker één Europees land ons voor: Frankrijk kende in het tweede kwart van de 19de eeuw in het plaatsje Barbizon ten zuiden van Parijs een schilderskolonie waarvan Rousseau en Millet, de grondleggers van het realisme, de belangrijkste representanten zouden worden. In Frankrijk zelf ontstonden in de loop van de 19de eeuw meer van dit soort plaatsen waartoe kunstenaars zich voelden aangetrokken, omdat of de natuur er geweldig was of omdat zich een voor hen inspirerende schilder er had gevestigd. Soms hadden deze dorpen ook aantrekkingskracht op degenen die op werkelijke vernieuwing uit waren.

Zo vestigden zich rond het atelier van Monet in het Normandische Giverny een kleine horde Amerikanen die zich met zijn impressionisme doordrenkten. Gauguin koos het Bretonse Pont-Aven om zich te laten inspireren door het ruige landschap met zijn kleurige bevolking, maar vond er tevens een groep van gelijkgestemde zoekers die een belangrijke impuls aan het post-Â impressionisme zou geven. In Collioure aan de Middellandse Zee streek Matisse neer, die al spoedig navolgers vond die net als hij in fauvistische stijl werkten. Picasso trok, zonder dat hij zich daarvoor veel moeite getroostte, talloze schilders naar het Pyreneeënstadje Céret waar in de jaren '50 van de 20ste eeuw voor hem en andere schilders een museum voor moderne kunst werd opgericht. Ook elders, buiten Frankrijk, werd het concept van Barbizon nagevolgd. Sint Martens-Lathem in België, Skagen in Denemarken (waar een plaatselijke hotelier de spil van de schilderskolonie werd en zijn dochter met de belangrijkste kunstenaar zag trouwen), Worpswede in Duitsland en St. Ives in Engeland zijn de bekendste namen op dit gebied.

Nederland hoeft zich op het gebied van beroemde schildersdorpen niet te beklagen. Het Franse Barbizon werd in Nederland vrijwel gekopieerd in het Gelderse Oosterbeek waar te midden van een ongerepte natuur, compleet met woeste bossen, idyllische beken en watervalletjes aanvankelijk in de romantische traditie werd gewerkt. Na verloop van tijd werd het vlakbij Arnhem gelegen dorp eigenlijk opnieuw ontdekt. Nu door de Haagse Scholers, zeg maar de Hollandse slechtweerschilders die in meerderheid de voorkeur gaven aan het landschap boven het stadsgezicht.

Impressionisten gaven in het laatste kwart van de 19de eeuw vrijwel overal de toon aan: van het Brabantse Heeze tot het Zuid-Hollandse Noorden. Het is daarom een opvallend gegeven dat het tot in de 20ste eeuw moest duren eer het fenomeen 'schildersdorp' ook aantrekkingskracht op de grondleggers van de moderne (lees abstracte en expressionistische) kunst kreeg. Laren en het nabijgelegen Spakenburg, Bergen en de Zeeuwse plaatsen Veere en Domburg kregen de groten van moderne kunst binnen hun dorpsgrenzen. Met de komst van de Tweede Wereldoorlog is definitief een punt gezet achter het fenomeen schildersdorp, zodat de romantiek alleen nog voortleeft bij het toerisme. Schilders zijn allang niet meer op zoek naar het onbekommerde bestaan of de ongerepte natuur . Ze zoeken hooguit nog naar een vorm van collegialiteit onder vakbroeders die eigenlijk alleen nog maar bestaat in de grotere steden. Met als gevolg dat zij mede bijdragen aan de ontvolking van het platteland. Ook dat verstevigt de sfeer van weemoed en romantiek op de Larense expositie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden