Schilder op leeftijd

Onlangs hoorde ik Douwe Draaisma zeggen dat er wel domme schilders zijn maar geen domme schrijvers. Hij keek erbij alsof hij een waarheid als een koe verkondigde. Douwe Draaisma is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie te Groningen, en hij was in gesprek met de dichter Menno Wigman, die een seizoen als ’writer in residence’ heeft doorgebracht tussen de ’cliënten’ van de Willem Arntshoeve in Den Dolder. Een van Wigmans zelfbedachte opdrachten was op zoek te gaan naar de poëzie van de plaatselijke gekken. Dat was hem niet meegevallen en Draaisma gaf er nu dus een verklaring voor: om te schrijven moet je toch een zekere rijpheid en verstand bezitten, om te schilderen is dat niet zo nodig. Klopt dat? In de wereldberoemde Prinzhorn-collectie van de universiteit van Heidelberg verzamelde psychiater Hans Prinzhorn allerlei schilderijen en tekeningen van mensen die een of andere geestelijke afwijking hadden, en jawel hoor, daar zitten prachtige dingen tussen. Sommigen zijn er wereldberoemd mee geworden. De krankzinnige Adolf Wölfli bijvoorbeeld schiep in zijn vijfendertigjarig verblijf in het dolhuis een fascinerend oeuvre. In haar boek Genetic Studies of Geniuses schrijft Catherine Morris Cox IQ’s toe aan grote kunstenaars en denkers uit de geschiedenis, die daartoe overigens nooit een test hebben afgelegd: ze herleidt ze uit hun werk. In de top-30 daarvan wemelt het van de schrijvers, Goethe bijvoorbeeld staat op plaats nummer 2 (met een IQ van 185) Chatterton op nummer 3 (170), Byron op nr. 7 (150). Maar er komen slechts twee schilders in voor, eentje die bovendien ook uitvinder en wetenschapper was, Leonardo da Vinci (op nummer 16 met een IQ van 135) en onze eigen Rembrandt, op plaats nummer 28 met een heel modaal IQ’tje van 110. Zo, dat weten we dan ook weer. Opgelucht zat de zaal bij Draaisma en Wigman te knikken, want ze schreven natuurlijk allemaal poëzie, dus de kans dat ze onnozel waren was klein. Er zijn natuurlijk wel gestoorde schrijvers, zoals Gerrit Achterberg of Jan Arends, maar heel erg dom konden die dus niet zijn. Overigens heeft een psychiater die Achterberg onderzocht diens werk ooit ’Wortsalat’, wartaal genoemd, zo diep zat kennelijk het gevoel dat je doodnormaal moet zijn om te schrijven. Intussen ben ik de laatste tijd aan het schilderen geslagen. Vroeger tekende ik wel eens wat, maar het zette nooit door. Inmiddels heb ik mij echter geschaard tussen lieden, die in hun nadagen de kwast gingen hanteren. Churchill en koningin Wilhelmina gingen mij voor. Ook mijn bloedeigen moeder, die vroeger slechts het huishouden bestierde en zo nu en dan wat piano speelde, voelt zich tegenwoordig tot aquarellen en olieverf geroepen. Het is een bezigheid die je betrekkelijk risicoloos op latere leeftijd kunt aanvangen, omdat je dan immers al bewezen hebt verder normaal te kunnen functioneren. Zelden hoor je dat iemand na zijn pensioen opeens gaat dichten of pianolessen neemt, daarentegen wordt menigeen in de herfst van z’n leven opeens schilder. Wij begrijpen nu waarom. Dat is het veiligste moment.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden