Schilder met een hoofd vol muziek

Henk Starre 1914-2016

Op zijn 102de verjaardag in september hadden ze een rolstoelbusje gehuurd voor een tochtje door Rotterdam. Zijn vier dochters en hun mannen omringden zijn rolstoel, terwijl ze langs de plaatsen in de stad reden die hem dierbaar waren. Natuurlijk gingen ze schepen kijken, dat was altijd een hoogtepunt voor hem geweest. Langs de kant van de Nieuwe Maas had hij ontelbare uren staan turen naar de schepen die af- en aanvoeren. Als klein ventje had hij er gestaan aan de hand van zijn oma. Als volwassen man kon hij schepen herkennen aan het geluid van de motoren. En als 93-jarige fietste hij een uur dwars door de stad naar Katendrecht om de teruggekeerde SS Rotterdam aangemeerd te zien op zijn laatste ligplaats.

Hij genoot van zijn laatste verjaardagstochtje. En net zoals vroeger op vakantiereizen, hieven ze in het busje het ene na het andere lied aan. Hij zong alles mee. In het dagelijks leven kon hij weleens de draad kwijtraken, die oude liedjes vergat hij niet. Heel zijn leven had hij gezongen. Als hij in een latere periode geboren was, dan had hij er wellicht zijn beroep van gemaakt. Het was anders gelopen. Een ander talent had zijn leven bepaald: zijn gave om te tekenen en te schilderen.

Henk Starre was een bleek en ziekelijk jongetje geweest. Om aan te sterken werd hij vaak naar zijn oma gestuurd in Vlaardingen, waar de lucht gezonder werd geacht dan in Rotterdam. Hij groeide op in Kralingen, in de 'kleine straatjes' waar de minder fortuinlijke mensen woonden. Zijn vader had aanvankelijk een goede baan in het magazijn van melkfabriek Aurore. Maar in de crisis van de jaren dertig raakte hij die kwijt aan een goedkopere jonge vrouw voor wie zijn baas ook geen pensioenpremie hoefde te betalen. Zijn moeder verdiende bij door vitrages te wassen en te stijven, naast haar zorg voor de zeven kinderen, van wie Henk de derde was.

Ook Henk droeg bij aan het gezinsinkomen. Omdat hij altijd in een hoekje had zitten tekenen, was hij naar de ambachtsschool gegaan om te leren voor huisschilder. Bij zijn diploma kreeg hij in 1931 ook een ereprijs: een zilveren horloge. Hij vond vooral emplooi als schilder van letters op etalageruiten en uithangborden. Maar hij wilde verder en ging naar de avondacademie voor beeldende kunst, zeven jaar lang.

Muziek was zijn andere liefde, die hij van huis uit had meegekregen. Zijn vader, die bugel speelde, had op de melkfabriek een harmonie opgericht. Thuis werd er altijd gezongen. Henk ging met zijn tenor bij een koor. Daar zag hij een drie jaar jonger meisje met een prachtige sopraan, Meta de Kievit, ook uit Kralingen. Hij liep achter haar aan en wist haar te winnen. Na vier jaar verkering trouwden ze in november 1939.

Al snel moest hij in militaire dienst, toen de regering onder de dreiging van nazi-Duitsland het leger op sterkte probeerde te krijgen. Toen Duitsland aanviel, werd Henk naar de Grebbeberg bij Wageningen gestuurd, waar het leger nog enkele dagen standhield. Henk ontkwam aan krijgsgevangenschap en vluchtte naar Rotterdam, waar hij zich een tijdje schuilhield in ziekenhuis Eudokia.

In juni 1941 kwam het eerste kind, Ria, gevolgd door Heleen, Meta en een meisje voor wie ze de naam Trudy hadden bedacht. Maar op weg naar het stadhuis om de geboorte aan te geven, bedacht Henk zich. Na drie dochters had hij gehoopt op een zoon. Toen hij bij het loket stond, gaf hij de naam Hendrika op, roepnaam Henny zoals hij zelf in zijn jonge jaren was genoemd.

"Vier dochters en mama, vijf plagen voor papa", stond er op een sigarettenbekertje thuis. Eenzelfde beker zou op paleis Soestdijk hebben gestaan.

Al te goed van vertrouwen

Na de verwoestingen van de oorlog, had Henk veel werk in de wederopbouw van Rotterdam. Hij had vier knechten om al het schilderwerk aan te kunnen. Rijk werd hij er niet van, want hij was niet zakelijk en al te goed van vertrouwen. Meta jutte hem op om wanbetalers achter de broek te zitten.

Henk had zijn hoofd in de wolken en zat liever achter zijn schildersezel, midden in de volle woonkamer van een krappe etagewoning op één hoog aan de Insulindestraat. Het rook er altijd naar olieverf. Hij schilderde stadsgezichten, vaak bij de Nieuwe Maas met zijn bruggen en schepen. Hij deed het voor zijn plezier. Toch heeft hij wel geprobeerd zijn schilderijen te verkopen. Kunsthandel Koch aan de Lijnbaan adviseerde hem om wat kleinere doeken te schilderen, iets met bloemetjes of zo dat makkelijk te slijten was. Dat vertikte Henk.

Moderne kunst was hem ook een gruwel. Het duurde lang voordat hij iets van waarde in Van Gogh ging zien. Aan 'kladschilders', zoals zijn generatiegenoot Karel Appel, had hij een hekel. Hij muntte uit in klassieke technieken: hij had schriften nauwgezet volgetekend met spierbundels en beenderen. Toen de academie de anatomische lessen schrapte, vond hij dat een schande.

Henk hield zijn bedrijf als huisschilder vol tot zijn 48ste. Toen werd de pijn in zijn rug te erg. Toen hij leraar tekenen kon worden, was dat een verlichting. Hij gaf eerst avondles op een lagere technische school. Dat viel niet mee. De lts-jongens in de puberteit waren ook niet makkelijk. "Zie je nou wel", zei Meta. "Wees maar blij dat je alleen dochters hebt." Maar Henk was pas echt blij toen zijn dochters thuiskwamen met aanstaande schoonzonen.

Later ging hij lesgeven aan een mulo. Uitdelen en schoonmaken van kwastjes en inktpotten kostte zoveel tijd dat er van een lesuur weinig overbleef.

Het leraarschap gaf wel een vast inkomen en kinderbijslag, die hij als zelfstandige nooit had gekregen. Dat maakte het ook makkelijk om zijn kinderen een muzikale opvoeding te geven. Ze gingen allemaal naar de volksmuziekschool en ze gingen allemaal naar promenadeconcerten in de Rivièrahal, desnoods op een staanplaats.

Ze gingen wat groter wonen aan de Troelstrastraat, met vier kamers en een douche. In 1967, toen de kinderen het huis uit waren, vonden ze in de nieuwe wijk Ommoord een ruime flat met centrale verwarming.

Daar vonden ze ook kerkelijk onderdak bij het oecumenische Open Hof. Henk was hervormd, maar in zijn ouderlijk huis deden ze daar nauwelijks iets aan. Meta was gereformeerd en betrok het gezin bij de kerk. Het oecumenische pionierswerk sprak Henk aan. Als er wat te zingen viel, was hij gegrepen. Hij zat in verscheidene koren, onder meer kerkkoor Halleluja, waar hij ook solo zong, en hij was medeoprichter van het koor van het Rotterdams Barokensemble.

Meta overleed op haar 81ste in 1998 aan een hersenbloeding. Henk wist goed voor zichzelf te zorgen in de flat, al ging hij wel eten in een bejaardentehuis of bij zijn kinderen.

Voor zijn plezier gaf hij tekenles in een buurthuis en aan bejaarden. Tot zijn 90ste was hij ook vrijwilliger in een verpleeghuis om 'de ouwetjes' te helpen.

Uiteindelijk kwam hij zelf in dat verpleeghuis terecht. Tekenen ging niet meer na zijn 100ste jaar. Maar de muziek bleef in zijn hoofd.

Op één zus na, overleefde het ziekelijke jongetje van weleer het hele ouderlijk gezin.

Hendrik Leendert Starre werd geboren op 13 september 1914 in Rotterdam. Daar stierf hij op 25 oktober 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden