Schilder, dichter, fotograaf Lucebert is weer tot leven gewekt in Schiedam.

Het is alsof Lucebert je persoonlijk rondleidt over zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam. Hij draagt zijn gedichten voor, vertelt hoe zijn schilderijen tot stand zijn gekomen en wijst je en passant op zijn bekendste uitspraken die op de muren zijn geplakt, zoals ’Alles van waarde is weerloos’ en ’Overal zanikt bagger’. Ook mag je rondneuzen in zijn boekenkast. En even verbeeld je je zelfs dat je hem hoort zingen, samen met de Zangeres zonder Naam, voor wie hij ooit de smartlap ’Soldatenmoeder’ schreef: ’Huil niet mevrouw Humphrey, het leed gaat voorbij/ voor u gaat straks de zon weer schijnen in mei/ maar Nixon die uw man overwon/ mag straks alleen met kogelvrij vest in de zon.’

Een ’totaalervaring’ moet de grote overzichtsexpositie over Lucebert bieden. Bezoekers moeten het idee krijgen dat de kunstenaar haast lijfelijk aanwezig is. En in die opzet is het museum meer dan geslaagd. Het werd de weduwe van Lucebert, Toni Swaanswijk, bij de opening zelfs even te machtig toen ze zo indringend met de nalatenschap, de stem, beelden en foto’s van haar man werd geconfronteerd.

Het is de eerste grote tentoonstelling na het overlijden van Lucebert (Lubertus Swaanswijk, 1924-1994) die een overzicht geeft van alle aspecten van zijn kunstenaarschap: tekeningen, schilderijen, foto’s, gedichten en keramiek. In totaal zijn bijna 250 kunstwerken te zien. Een groot deel van het beeldende werk is afkomstig uit de schenking die de stichting Lucebert vorig jaar deed aan het Instituut Collectie Nederland. Directeur Diana Wind van het museum stelde de tentoonstelling samen en heeft daarbij gekozen voor een chronologische volgorde, waarbij al zijn kunstuitingen naast elkaar worden gepresenteerd. Daardoor wordt duidelijk dat er ook periodes waren in zijn leven dat hij nauwelijks dichtte, zoals van 1965 tot 1980, uitgerekend de jaren dat hij veel onderscheidingen kreeg voor zijn poëzie.

De enige constante factor in zijn leven, die ook als een rode draad door de expositie loopt, bestaat uit zijn tekeningen. Lucebert heeft zichzelf ook altijd in de eerste plaats als tekenaar beschouwd. Niet alleen omdat hij van jongs af aan tekende, maar ook omdat hij als schilder in zekere zin altijd een tekenaar is gebleven. Op veel van zijn schilderijen zijn de figuren met dikke zwarte contouren begrensd, waarin je de hand van de tekenaar herkent. Pas aan het eind van zijn leven beginnen die contouren te vervagen en zie je dat hij écht gaat schilderen.

Zijn tekeningen waren nooit bedoeld als een voorstudie voor een schilderij. Bij Lucebert was de tekening altijd doel in zichzelf. Aanvankelijk beperkte hij zich ook tot het tekenen, omdat hij geen geld had voor linnen en dure olieverf. Toen hij wel voldoende inkomsten had en het schilderen steeds belangrijker werd, begon Lucebert toch elke ochtend met tekenen. Vaak tekende hij vanuit een vlek of lijn en zijn tekeningen krijgen daardoor al gauw iets grilligs en onvoorspelbaars.

Zijn tekeningen zijn meestal licht, wat niet gezegd kan worden van zijn schilderijen, die in de loop der jaren steeds zwaarder en somberder worden. Lucebert vond de mens wreed en onbetrouwbaar, maar in zijn hart hoopte hij altijd op een betere toekomst. Zijn sombere visie op de mensheid wordt misschien wel het sterkst verbeeld in zijn serie schilderijen ’De Ketters’ (1981). Deze vijf doeken vormen het meest indrukwekkende onderdeel van de expositie. Lucebert, die een tweede huis in Spanje had, reageerde met De Ketters op de mislukte militaire machtsgreep van 200 veteranen van oud-dictator generaal Franco.

De schilderijen verwijzen naar de Spaanse inquisitie, de rechtbank van de rooms-katholieke kerk die belast was met het vervolgen van ketters. De ketters kregen witte puntmutsen op hun hoofd als ze publiekelijk werden vernederd of vermoord. Het zijn gruwelijke portretten van beulen en slachtoffers die in elkaar lijken te vervloeien: ze zijn broeders in het kwaad, maar ook in dezelfde mate slachtoffer.

De schilderijen doen denken aan de serie etsen die de Spaanse kunstenaar Francisco de Goya maakte over het oorlogsgeweld: ’Desastres de la Guerra’ (1810-1811). Lucebert zag in de mislukte machtsgreep een historisch continuüm van geweld. Tien jaar later dichtte hij: ’Nooit is iets zonder geweld en nergens is het stil’.

Hoewel Lucebert zeer begaan was met onderdrukte mensen, reageerde hij nooit zo direct op actuele gebeurtenissen. De Ketters vormen een uitzondering, tenminste wat zijn beeldende werk betreft. Jaren ervoor slingerde hij een soortgelijke aanklacht tegen geweld de wereld in op papier. In 1949 debuteerde hij in het CoBra-tijdschrift Reflex – hij raakte via zijn vriend Karel Appel korte tijd betrokken bij de CoBra-beweging – met het gedicht ’Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’ als een protest tegen de politionele acties. ’Ik ben de bruidegom zoete boeroeboedoer/ hoeveel wreekt de bruidegom de bruid/ als op java plassen bloed zij stuiptrekt/ uitbuiters hun buit haar ogen oesters inslaan en uitzuigen?’

Zijn experimentele gedichten, waarbij hij zich vooral liet leiden door klank en ritme, deden in de jaren vijftig veel stof opwaaien. Even spontaan als de CoBra-schilders hun doeken bewerkten, benaderden de experimentele dichters onder leiding van Lucebert, de Keizer der Vijftigers, de taal. Vaak werden hun gedichten ’moeilijk’ gevonden. Maar minder dan wie ook hield Lucebert zich bezig met zijn positie in de kunstwereld of op de kunstmarkt. Dat interesseerde hem niet, volgens zijn weduwe. Laat staan dat hij zich bezighield met de vraag of hij hoge of lage kunst maakte. Het overduidelijke bewijs is ook te zien en te horen op deze expositie. In een van de vitrines ligt een singletje van de Zangeres zonder Naam met daarop de smartlap ’Soldatenmoeder’ die Lucebert voor haar componeerde. Twee jaar daarvoor had hij de PC Hooftprijs voor literatuur ontvangen. Sommige bezoekers kunnen het niet laten om het refrein mee te zingen: ’Zij hebben haar haar hart geroofd/ Haar lichaam leeg en ook haar hoofd/ Zij slaapt met stenen in haar bed/ Zij hebben haar haar hart geroofd/ Haar lichaam leeg en ook haar hoofd/ Ze slaapt met stenen in haar bed/ En als ze opstaat is ze als dood.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden