Werknemersbelangen

Schijnvakbonden, stoorzenders op de arbeidsmarkt

null Beeld Idris van Heffen
Beeld Idris van Heffen

De grote vakbonden FNV en CNV hebben het niet langer alleen voor het zeggen als het gaat om het afsluiten van cao’s. Kleine, alternatieve bonden dienen zich aan. Voegen de kleintjes wat toe aan de onderhandelingstafel, of vormen zij de ‘achilleshiel van ons cao-sytseem’?

Een vrijstaand huis aan de rand van Leidschendam. Witgeverfde bakstenen muren, afgewerkt met donker hout. Niets wijst erop dat hier de belangen van tienduizenden Nederlandse werknemers worden behartigd. Toch zijn we hier op het hoofdkantoor van maar liefst zes vakbonden, waaronder de bonden voor het post- en douanepersoneel en onderwijsbond AC-HOP. Ze worden hier allemaal bijgestaan door de stichting Staywise, met secretaris Johan Traets als woordvoerder. Samen met zijn collega’s, legt hij uit, verzorgt hij de ledenadministratie, het onderhoud van de website en zelfs het aanleveren van onderhandelaars. “Wij richten ons op het ontzorgen van vakbonden.”

Bij vakbond Qlix, de bond voor KPN-personeel die ook in Leidschendam kantoor houdt is Michel Boers voorzitter, al is hij in het dagelijks leven adviseur bij KPN. Hij onderhandelde vroeger mee aan de werkgeverskant, maar vertegenwoordigt vanuit Qlix nu dus de werknemers. KPN had vroeger zijn eigen callcenters, dus Qlix is ook betrokken bij de cao voor Nederlandse callcentermedewerkers, al heeft de bond nauwelijks leden in die sector. Toch zette Boers in 2017 als enige vakbondsman zijn handtekening onder de cao. FNV wilde niet tekenen en noemt de cao zelfs ‘de slechtste van Nederland’.

“Ik wil ook zeker niet zeggen dat het een top-cao was”, zegt Boers. “Maar wij hebben getekend voor verbeteringen.” Boers vindt het niet vreemd dat zijn bond onderhandelt over callcenters die zijn werkgever KPN zo goedkoop mogelijk wil inhuren: “Ik ga niet over de inkoopafspraken van KPN. Wij denken gewoon dat je met dialoog veel kunt bereiken.”

Dit gebeurt niet alleen in de callcenterbranche, blijkt uit onderzoek van Platform voor Onderzoeksjournalistiek Investico met Trouw, De Groene Amsterdammer en ‘Argos’. Zeker vijftigduizend Nederlanders werken onder cao’s die niet werden ondertekend door FNV, CNV of De Unie. De schilders bijvoorbeeld, net als de bloemisten en horecabeveiligers. Voor het sluiten van die cao’s krijgen vakbonden bovendien door werkgevers betaald, waardoor weglopen bij de onderhandelingen voor kleine bonden geen optie is.

‘Ondermijning cao-stelsel’

Bijna een op de tien cao’s wordt gesloten zonder de grote drie vakbonden, becijferde het ministerie van sociale zaken afgelopen jaar. Het ministerie deed dit onderzoek onder meer omdat het ‘lijkt dat kleine vakbonden vaker de cao-onderhandelingen overnemen’. Omdat dit de eerste meting is, kan het ministerie niet zeggen of de invloed van deze alternatieve bonden groeit. Werkgevers hebben altijd al kunnen kiezen met welke vakbond ze zaken willen doen. Maar ze kunnen FNV en CNV makkelijker omzeilen, nu het ledental van die bonden terugloopt, zegt hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer. “Dit kan het hele cao-stelsel ondermijnen.”

Met twee leden ben je er al

Een vereniging met minimaal twee leden die in de statuten opneemt dat ze cao’s wil afsluiten, is volgens de Nederlandse wet een vakbond. Als die bond vervolgens een werkgever of brancheorganisatie kan overtuigen om te onderhandelen, kunnen ze samen een cao afsluiten. Als beide partijen de cao vervolgens aanmelden bij het ministerie van sociale zaken, geldt die voor alle werknemers van de bedrijven die aan de onderhandelingstafel zaten.

Als die bedrijven meer dan 55 procent van alle werknemers in een sector in dienst hebben, kan de cao ‘algemeen verbindend’ worden verklaard en gelden de afspraken voor alle werknemers in de sector. Dit wordt gedaan door de minister van sociale zaken, maar die heeft vooral een formele functie. Hij checkt slechts of er inderdaad genoeg werkgevers aan tafel zaten en of alles volgens de wet is verlopen. Aan de representativiteit van de vakbonden aan de onderhandelingstafel worden in dit proces geen eisen gesteld.

Alternatieve vakbonden bestaan in allerlei smaken. Naast sectorbonden als Qlix die alleen in specifieke sectoren meepraten, zijn er ook vakbonden die slechts bij één bedrijf aan tafel zitten en soms zelfs door dat bedrijf zelf zijn opgericht. En er bestaan vakbonden die daadwerkelijk een alternatief voor de brede vakbeweging willen zijn. De bekendste daarvan noemt zich ook zo: Alternatief Voor Vakbond (AVV, zie kader); die eveneens kantoor houdt in de vakbondsvilla in Leidschendam.

Ook de Landelijke Belangen Vereniging (LBV) is zo’n landelijke vakbond die zich tussen de grote jongens aan de onderhandelingstafel wil wurmen. “We zijn in principe overal actief voor onze leden”, zegt voorzitter Gerrit IJzermans. “We hebben in totaal ruim twintig cao’s afgesloten.” Dat doet hij vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar traditionele bonden weinig leden hebben en veel mensen werken op onzekere, flexibele contracten. Voor horecabeveiligers en dakdekkers is de LBV bijvoorbeeld de enige vakbond die de ca0 ondertekent. En ook onder de ‘gewone’ cao voor uitzendkrachten staat de handtekening van LBV samen met die van FNV, CNV en De Unie.

De LBV komt voort uit ‘ondergronds marx­istische vakbonden’ uit de periode na de Tweede Wereldoorlog, die principieel tegen het sluiten van cao’s waren. Maar vanaf 1994 ontpopte de bond zich tot een onderhandelingspartner voor werkgevers die onder dure cao’s uit willen. De bond maakt onder andere afspraken met uitzendbureaus, transport- en bewakingbedrijven. Het zette werkgeversorganisatie VNO-NCW er eind jaren negentig toe aan om de LBV te omschrijven als ‘de Antillenroute van de arbeidsverhoudingen’.

Akkoord voor schilders

Voor de schilders tekende de bond in 2016 een cao nadat de andere bonden er niet uitkwamen met werkgeversvereniging OnderhoudNL. Die probeerde aanvankelijk het AVV zover te krijgen om een akkoord te sluiten, toen ze door IJzermans werd benaderd. “Wij hadden ook leden onder de schilders. Hoeveel weet ik niet precies, maar dat maakt ook niet uit”, zegt hij daarover.

Volgens FNV en CNV is de cao die IJzermans sloot zelfs slechter dan het eindbod van OnderhoudNL, dat zij destijds links lieten liggen. Zo staat de cao minder seniorendagen toe dan het eindbod, en worden die bovendien minder vergoed, is de reiskostenvergoeding lager en de maximale werkdag langer.

Wat doet alternatief voor vakbond?

De bekendste alternatieve vakbond bestaat sinds 2005: Alternatief Voor Vakbond, AVV. De bond werd opgericht door wiskundige Martin Pikaart en de huidige PvdA-senator Mei Li Vos, die onlangs opstapte als vicevoorzitter.

De alternatieve bond heeft een kleine tienduizend leden, maar het was ook nooit de bedoeling om er veel te werven, zegt Pikaart. “Het aantal vakbondsleden daalt al decennia, maar mensen willen wel cao’s. Dus besloten wij om ons te richten op alle werknemers in een sector, niet alleen op de leden.”

AVV sluit bijvoorbeeld cao’s af voor bloemisten, voor werknemers in zelfstandige medische klinieken, en in de detailhandel, waar CNV en De Unie mede-ondertekenaar waren. Die overeenkomsten legt de bond ter stemming voor aan alle werknemers in een sector. “Iedereen mag meestemmen.”

Maar nauwelijks leden, betekent ook nauwelijks contributie, dus moet het geld ergens anders vandaan komen. Een blik op de AVV-begroting, in handen van Investico, leert dat de bond minder dan 3 procent van de inkomsten uit contributie haalt. De overige 97 procent komt voornamelijk van de werkgevers met wie de bond cao’s sluit. Bovendien komt daarvan bijna twee derde, ruim 400.00 euro, uit één sector: de detailhandel. Is de bond daarmee niet veel te afhankelijk van het tekenen van een cao? “Wij proberen die betalingen zoveel mogelijk los te koppelen van de cao”, zegt Pikaart, die benadrukt dat alle bonden geld van werkgevers krijgen en dat AVV daar nog relatief open over is. “Maar als wij actief willen worden in een sector, vertellen we de werkgevers dat daar in Nederland een bijdrage bij hoort.”

Dat gebeurt ook als werkgevers er met de reguliere bonden niet uitkomen: AVV is dan letterlijk het ‘alternatief’ waarmee zaken wordt gedaan. Begin dit jaar bleek dat de bond al een bedrag van 50.000 euro kreeg van de werkgevers in de Technische Groothandel, nog zonder dat er een cao was gesloten. FNV en CNV wilden niet meer onderhandelen, terwijl de alternatieve collega’s nog wel ruimte zagen. Uiteindelijk kwamen alle bonden eruit, maar niet voordat FNV-leden ruim twee weken voor een nieuwe cao hadden gestaakt.

De betrokkenheid van AVV verandert weinig aan het teruglopende draagvlak van de vakbond. Eind 2018 stemden slechts 471 werknemers over de detailhandel-cao, een sector met 200.000 werknemers. Een kleine meerderheid van 269 was voor, en die garandeerde ruim vier ton aan inkomsten voor de alternatieve vakbond.

IJzermans noemt het sluiten van zo’n cao een kwestie ‘van plussen en minnen’. Welke positieve punten de LBV uiteindelijk in de cao heeft verwerkt, weet hij zo snel niet te benoemen. Later verwijst de vakbondsman hiervoor naar werkgeversvereniging OnderhoudNL.

Dat vakbonden ook een verdienmodel kunnen zijn komt door het Nederlandse systeem van de werkgeversbijdrage. In de jaren zestig was dit bedrag ooit tien gulden per werknemer, en sindsdien staat de bijdrage bekend als het ‘vakbondstientje’. Werkgevers hebben er belang bij als de bonden onderhandelen voor alle werknemers en niet alleen voordeeltjes voor hun leden willen regelen.

Vakbond blijft in de familie

Daarom krijgen bonden bij een geslaagde cao-onderhandeling een vergoeding voor het werk dat ze voor niet-leden hebben uitgevoerd. Tegenwoordig gebeurt dat op verschillende manieren; vaak buiten de cao en de openbaarheid om. FNV, CNV en De Unie praten er niet graag over maar zij ontvangen zo jaarlijks miljoenen van werkgevers: naar eigen zeggen tussen de 20 en 30 procent van hun inkomsten.

Ook de LBV krijgt dus betaald voor het afsluiten van cao’s. In eerste instantie zegt voorzitter IJzermans dat die werkgeversvergoeding slechts 10 procent van de totale inkomsten van de bond beslaat, in een latere berekening komt hij tot 40 procent. IJzermans wil Investico geen inzage geven in zijn jaarverslag om die cijfers te controleren: “Dat doen andere bonden ook niet.”

Het bondje houdt het al decennia vol in de marge van de polder. IJzermans’ voorganger Annet Dolman was 26 jaar lang voorzitter, voordat IJzermans drie jaar geleden het stokje overnam. Maar LBV blijft in de familie: “Ik ben met haar getrouwd, dat klopt”, zegt hij. “Ze is de moeder van mijn zoon. Die werkt ook binnen LBV.”

Achilleshiel van cao-systeem

Experts benadrukken dat het bestaan van deze alternatieve bonden geen nieuw fenomeen is. Alternatieve bonden als LBV en AVV bestaan al vele jaren en de wetten rondom cao’s stammen uit het begin van de twintigste eeuw. Toch noemt Willem Plessen, universitair hoofddocent in arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg, de kleine bonden ‘de achilleshiel van ons cao-systeem’. Al is dat volgens hem vooral een theoretisch probleem: “Voor zover ik weet, zijn er niet veel mensen gebonden aan zulke cao’s.”

Hoogleraar De Beer wijst erop dat de slagkracht van traditionele bonden kan worden ondermijnd door de alternatieve bonden. “Vroeger waren werkgevers bang voor stakingen als ze de grote bonden terzijde schoven. Maar nu het de FNV en andere bonden niet lukt om die sectoren plat te leggen, ben ik bang dat werkgevers vaker op zoek gaan naar een bond die voor de goedkoopste cao tekent. Dat ondergraaft het hele cao-stelsel.”

Ook onafhankelijk arbeidsvoorwaardenadviseur Keimpe Schilstra signaleert dat de traditionele bonden in veel sectoren geen ‘vuist op de werkvloer’ meer kunnen maken. Dan staat een werkgever juridisch niets in de weg om het goedkoopste alternatief te vinden. “Het was ook nooit nodig om daar wetgeving voor te ontwikkelen. Als de vakbeweging sterk genoeg is, heeft de werkgever immers helemaal geen keus om die links te laten liggen.”

Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Frictie bij bonden teistert cao-onderhandelingen technische groothandels

Het aanschuiven van nieuwkomer AVV zorgde voor frictie bij aanvang van de cao-onderhandelingen voor technische groothandels. Nu voelt juist vakbond FNV zich gepasseerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden