Scheve ogen? Valt mee in Haarlem

De samenleving raakt verdeeld in een kleine, rijke toplaag en een brede, arme onderklasse, stelt de Franse econoom Thomas Piketty. Trouw bezocht deze zomer twee wijken in Haarlem. Wie op en neer fietst tussen Schalkwijk en Koninginnebuurt, ziet vooral een verschil in bezit. Een terugblik op de serie.

ESTHER BIJLO

Ze hebben geld en daar maken ze geld mee. Als je geen geld hebt, kun je dat niet doen." Zonder zich daarvan bewust te zijn, raakt deze bewoner van de Haarlemse buurt Schalkwijk de kern van het dikke boek van Fransman Thomas Piketty. Het verschijnen van dat epos over groeiende ongelijkheid in de westerse wereld, bracht verslaggevers van Trouw afgelopen zomer in Haarlem. Preciezer: in een, simpel gezegd, arme en rijke buurt, Schalkwijk en de Koninginnebuurt.

Is er iets van die toenemende ongelijkheid die de Franse econoom in kaart heeft gebracht te zien? Feit is in ieder geval dat de bewoners van beide wijken elkaar nauwelijks ontmoeten. Alleen om boodschappen te doen gaat een Koninginnebuurter naar Schalkwijk - "De Dekamarkt heeft uitstekende camembert". Een Schalkwijker fietst nauwelijks de andere kant op - "Al won ik twee miljoen, dan zou ik daar niet willen wonen". Te saai, nauwelijks mensen op straat. Iedereen is aan het werk om "de vijf hypotheken die om mijn nek hangen" te kunnen betalen.

Verschillen genoeg tussen de twee wijken, in inkomen, huisvesting, opleiding, maar worden ze ook groter? Voor de Haarlemse buurten valt dat niet precies vast te stellen, voor Nederland als geheel wel. En dan is het antwoord: ja. Hoewel Nederland als één van de meest egalitaire landen te boek staat, neemt ook hier de ongelijkheid toe.

Het is wel onderwerp van discussie. Want de uitkomst hangt af van hoe je meet en waar je naar kijkt. Volgens Koen Caminada, hoogleraar aan de Universiteit van Leiden, is de inkomensverdeling in Nederland zeer stabiel. Sinds 2001 is het gat tussen de minst verdienenden en degenen met hoge salarissen wel toegenomen, maar het systeem van belastingen, premies en uitkeringen heeft die kloof weer gedicht. Conclusie: de ongelijkheid stijgt niet, voor zover het gaat over besteedbare inkomens, ofwel wat mensen daadwerkelijk uit kunnen geven.

De gebruikelijke maatstaf voor ongelijkheid, de Gini-coëfficiënt, is echter nogal een grof instrument, werpen anderen tegen. Het getal hangt zwaar op het midden van de inkomensverdeling en zegt minder over wat er aan de uiteinden gebeurt. Hoogleraar Wiemer Salverda van de Universiteit van Amsterdam is daarom dieper in de cijfers gedoken. Dan blijkt dat sinds de jaren negentig het verschil tussen de hoogste 10 procent en de laagste inkomens is gegroeid, net als in andere westerse landen.

Dat wordt nog duidelijker voor wie inzoomt op de ontwikkeling van inkomens in het bedrijfsleven. Een bestuurder van een grote onderneming in Nederland verdiende in 1990 in iets minder dan twee weken net zoveel als een minimumloner in een heel jaar, zo berekende hoogleraar Paul de Beer van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies. In 2011 had de gemiddelde bestuurder daar nog maar één week voor nodig.

undefined

Huurflat of kooppand

Schever dan de verdeling van inkomens is de spreiding van bezit. Een logische conclusie, voor wie op en neer fietst tussen Schalkwijk en Koninginnebuurt, van de huurflats naar de soms monumentale kooppanden. Maar veel onderzoek is er in Nederland niet naar gedaan. Recent publiceerde hoogleraar Bas van Bavel nieuwe cijfers over vermogens in Nederland. Daaruit blijkt dat de rijkste 10 procent goed is voor 61 procent van het private bezit, zoals huizen, aandelen en spaartegoeden. De onderste 60 procent van de Nederlandse huishoudens heeft slechts 1 procent van het totale vermogen. De top 1 procent is goed voor bijna een kwart van het vermogen.

Of de vermogensongelijkheid in Nederland is gegroeid de afgelopen tien jaar, is niet te zeggen. Er zijn te weinig betrouwbare gegevens om dat met zekerheid vast te stellen. Thomas Piketty heeft dat voor een aantal andere landen, waaronder de VS, Duitsland, Frankrijk en Zweden, wel uitgezocht. In al die landen is het aandeel van de meest vermogende 10 procent gestegen. Binnen die groep zijn de verschillen ook groter geworden. Het aandeel van de rijkste 1 procent is sneller gegroeid dan dat van de overige 9 procent uit de top. Hoewel de grootte van de kloof verschilt per land, is de trend overal onmiskenbaar. Plat gezegd: de rijken worden rijker. Er zijn volgens de Fransman weinig redenen om aan te nemen dat het in andere westerse landen niet zo zou zijn.

Dat fenomeen is namelijk inherent aan het kapitalisme, is zijn conclusie. Tussen pakweg 1920 en 1950 nam de ongelijkheid af, maar dat is een uitzondering in de geschiedenis. Twee wereldoorlogen en de Grote Depressie tastten de waarde van bezittingen aan. Spaargelden verdampten door hoge inflatie. Zeer hoge, progressieve, belastingtarieven waren nodig om eerst het wapentuig en daarna de wederopbouw te kunnen betalen. Tegelijk kwam de vakbeweging op en werden sociale welvaartsstaten uit de grond getimmerd om nooit meer de verschrikkelijke armoede uit de jaren dertig mee te hoeven maken en groeiden de westerse economieën hard.

Zo kreeg de factor arbeid in die periode een groeiend deel van de economische koek. Inmiddels is die ontwikkeling weer omgedraaid, vooral sinds de jaren tachtig. Belastingen op vermogens en winsten zijn omlaag gegaan. Liberalisering heeft het mogelijk gemaakt kapitaal elders te stallen, op zoek naar het laagste tarief. De economische groei is weer op een lager pitje terechtgekomen. De lonen aan de onderkant en in het midden stijgen niet erg hard of stagneren. Dat betekent dat de factor kapitaal weer aan de winnende hand is.

Die conclusie wordt door velen onderschreven, ook door organisaties als het IMF, de Oeso en de Wereldbank. Daar vallen allerlei morele discussies over te voeren, wat ook zeker zal gebeuren, maar dat is niet de kern van het probleem. Wat Piketty wil bereiken is dat politici en beleidsmakers zich verdiepen in die mechanismen van het kapitalisme en zich afvragen hoe ze de westerse samenleving, met grote uitgaven aan zorg, sociale voorzieningen en onderwijs, overeind kunnen houden.

Die discussie is ook van toepassing op Nederland en komt heel voorzichtig op gang. In Den Haag klinkt nu dat 'de lasten op arbeid' omlaag moeten. De komende Miljoenennota bevat een heel klein stapje in de vorm van een lastenverlichting van 500 miljoen euro. Een principiële verandering is het nog niet. Daarvoor zijn de ideologische verschillen tussen de regeringspartijen VVD en PvdA te groot.

undefined

Belonen en straffen

Economen en vakbonden proberen het debat wel verder aan te zwengelen door op de Nederlandse cijfers te wijzen. De lasten op arbeid zijn nu goed voor zo'n 40 procent van het bruto binnenlands product, ofwel 240 miljard euro, berekende hoogleraar Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Belastingen op vermogens, vermogenswinsten en erfenissen brengen een fractie daarvan op, ruim 10 miljard euro, ofwel minder dan 2 procent. Die verhouding is schever dan in andere westerse landen, Nederland belast vermogens relatief licht. De overheid subsidieert ook nog eens de twee belangrijkste bronnen van bezit: het eigen huis en het pensioen, constateert Jacobs. Nederland beloont met dit beleid het renteniersbestaan en straft hard werken en ambitie af.

Dat is wat volgens Piketty, Jacobs en anderen op het spel staat: de twintigste-eeuwse verworvenheid dat iemand met alleen inkomen uit arbeid een decent bestaan op kan bouwen en dat publieke voorzieningen betaalbaar zijn. Of zoals een Schalkwijker het zegt: "Ik gun het de mensen uit de Koninginnebuurt van harte dat ze daar wonen. Zolang ikzelf niets tekort kom."

undefined

Twee buurten

In de serie 'Scheve ogen' liep deze krant de afgelopen zomer rond in twee zeer verschillende, vlak bij elkaar gelegen buurten in Haarlem. De statige maar stille Koninginnebuurt met huizen uit begin twintigste eeuw. En Schalkwijk met veel huurflats, een winkelcentrum en leven op straat. Verslaggevers schreven in zes afleveringen over het wonen in beide buurten, de middenstand, de sociale cohesie, de gezondheidszorg, het onderwijs en de ervaringen van de bewoners zelf.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden