Scheurtjes in Italiaans bastion Gimondi: wachten op die ene kanjer, die grote ronde kan winnen

PORTSMOUTH - Flavio Vanzella voor de tweede dag in de gele trui, Nicola Minali gisteren winnaar van de derde massasprint deze week, de Italianen beginnen in de Tour de France op toeren te komen.

Het is alleen onwaarschijnlijk dat de Azzurri ook gaan meespelen om de eindoverwinning. In 1965 was Felice Gimondi de laatste Italiaan die 's werelds grootste wielerwedstrijd op zijn naam schreef. Het hoeft niemand te verbazen dat de huidige vice-voorzitter van de Italiaanse liga van profrenners in die sportieve hoedanigheid ook de volgende eeuw haalt. Ook al kent Italië op het gebied van successen, organisatie, infrastructuur, financiële mogelijkheden en wetenschappelijke kennis zijn gelijke niet in de wielerwereld, het onneembare bastion begint toch scheurtjes te vertonen. De 'oude' generatie Bugno, Chiappucci, Argentin (inmiddels gestopt) is zo langzamerhand aan vervanging toe.

De laatste twee zijn nooit echte ronderenners geweest, Bugno heeft een paar keer vergeefs getracht Indurain naar de loef te steken. De kopman van Polti, die volgend jaar overstapt naar de stal van Ferretti, maakt zich deze dagen vooral verdienstelijk als knecht van groene-truidrager Abdoesjaparov. Hij is zelfs niet te beroerd drinkbussen uit de ploegleidersauto te halen en ze te distribueren onder zijn collega's. Bugno probeert met een ritzege Parijs te halen; verder reiken zijn ambities noodgedwongen niet.

Natuurlijk staan de jonge renners te popelen om de macht van de 'oudjes' over te nemen. In geen land is het potentieel zo groot als in Italië. Dit jaar traden 23 nieuwelingen toe tot het beroepspeloton. 148 wielrenners konden van hun hobby hun beroep maken, tien meer dan het seizoen ervoor. Ze bemannen twaalf profploegen, de twee die om fiscale redenen in Monaco (Jolly) en San Marino (Mercatone Uno) zijn gevestigd, inbegrepen. Acht werden door Jean-Marie Leblanc uitgenodigd om deel te nemen aan de Tour, een record. Wielrennen is passie in Italië. De helden van vroeger - Fausto Coppi, Gino Bartali, Felice Gimondi, Francesco Moser, Guiseppe Saronni - zijn (levende) legendes. Het is een geurig lokaas om jonge coureurtjes in soortgelijke heldendaden te laten geloven.

Nicola Minali (24) is een van de lichting neo-profs die snel zijn weg in het metier heeft gevonden. Vorig jaar debuterend met twee overwinningen, voegde Minali dit jaar al vier zegepralen toe aan zijn palmares: een etappe in de Catalaanse Week, twee ritjes in de Ronde van Romandië en gisteren een massasprint in Portsmouth. Telekom (Ludwig) en Polti (Abdoesjaparov) probeerden in de Zuidengelse havenstad hun kopmannen in een ideale positie te manoeuvreren, nadat elf kilometer voor de finish een 151 kilometer lange ontsnapping van Hervé, Van Hooydonck, Lietti en Perini ongedaan werd gemaakt. Minali was de gereputeerde concurrentie evenwel te snel af. Tot de verliezers behoorde ook Van Poppel. De ritwinnaar in Boulogne-sur-Mer achtte zich al snel kansloos. “Twee bochten voor het einde ging het mis. Ik kwam in de sintels terecht. Ik hoopte dat het stil zou vallen, maar mijn verstand zei dat ik voor de laatste bocht al geklopt was. Ik zat de hele dag tegen de kramp te vechten.”

Minali maakte in Van Poppel, die aan het eind van de Engelse tweedaagse zesde werd, een soort Ahaerlebnis los. “Vorig jaar heeft hij in de Driedaagse van De Panne Cipollini geklopt, dat herinner ik me nog van hem. Hij is typisch een van die Italianen waar je niet op rekent. Als je hem toch winnend over de streep ziet gaan, zeg je tegen jezelf: O ja, hij is er ook nog.”

Paradox

Minali vertegenwoordigt echter ook de generatie waarvan Gimondi en Chiappucci denken dat ze het niet maakt in de toekomst. Gimondi noemt het de paradox van het wielrennen in zijn land. “We hebben heel veel goede coureurs, maar geen vedetten zoals vroeger. We wachten nog altijd op die ene kanjer, die in staat is een grote ronde te winnen.” Chiappucci vindt dat de jongeren te snel naar aansprekende successen lonken. “Ze zetten zichzelf veel te veel onder druk. Ik heb twee jaar op mijn eerste Giro moeten wachten, en vijf jaar op mijn eerste Tour. Ik ben bang dat mijn opvolgers die meteen grote rondes willen rijden, na twee of drie jaar geen progressie meer maken en vrij snel ontgoocheld afhaken.”

Il diabolo kan de beschuldigende vinger in dit geval niet in de richting van Gewiss-ploegleider Emmanuele Bombini wijzen. De oud-profrenner (van 1981 tot '91, winnaar van één etappe in de Giro) houdt met Jevgeni Berzin (de opmerkelijke triomfator in de Ronde van Italië) een potentiële Tour-revelatie bewust thuis. En de ritwinnaar van gisteren had in de eigen nationale ronde vrijaf. Na aan het eind van de jaren tachtig al actief te zijn geweest als hoofdsponsor, nam Gewiss, een fabrikant van elektrische apparaten, voor de aanvang van dit seizoen de plaats in van Mecair. Bontempi, Cenghialta, Furlan, Riis en slechts één neo-prof, Colombo, voegden zich bij de oude kern, die het afgelopen halfjaar een waar schrikbewind voerde in het peloton. Furlan (Milaan-San Remo), Argentin (Waalse Pijl) en Berzin (Luik-BastenakenLuik) wonnen klassiekers, de laatste, zoals gezegd, ook nog de Giro d'Italia.

Aan de andere kant is geen ploeg zo nadrukkelijk gekoppeld aan het fenomeen EPO als Gewiss. Toen ploegarts Michele Ferrari eind april in L'Equipe vertelde dat het toedienen van de synthetische bloeddoping even gevaarlijk is als het drinken van tien liter jus d'orange, was het voor iedereen duidelijk dat de overwinningen voornamelijk op doktersrecept bij de apotheek waren afgehaald. Ferrari trachtte kort geleden in het Franse sportblad zijn mening te ondergraven door te stellen: “Ik heb nooit iemand uit de ploeg EPO voorgeschreven. Het succes van Gewiss heeft niets met farmacologie te maken, het is de som van training, collegialiteit, vriendschap en hard werken.”

Het kwaad was echter allang geschied. Ferrari werd, om te beginnen, alsnog de affaire-Volpi (de Italiaan won in 1993 de wereldbekerwedstrijd Leeds International Classic, maar was positief) in de schoenen geschoven. Als Gewiss andere produkten dan wielrenners op de markt zou brengen, zou het onmiddellijk de schappen in de winkels leeg laten halen. Ferrari werd na zijn opzienbarende ontboezemingen ontslagen en vervangen door Mario Ireneo Sturla, die in 1985 als arts bij Atala het debuut van Gianni Bugno had meegemaakt. Ferrari moest voor de medische tuchtraad verschijnen, kreeg een spreekverbod opgelegd en mocht niet langer renners uit de Gewiss-stal als privépatiënt ontvangen. Dat laatste schijnt toch met zekere regelmaat te gebeuren. Voordat hij in L'Equipe zijn wederverhaal mocht doen, probeerde Ferrari in de Italiaanse pers tekst en uitleg te geven. Alle journalisten boycotten hem. Alleen de Corriere dello Sport nam een drastisch ingekorte ingezonden brief op, gevolgd door een vernietigend naschrift van de redactie.

Het incident leidde het vervroegde afscheid van Moreno Argentin als wielrenner in. Met name in de rug van de plotseling opgeleefde routinier priemden de beschuldigende vingers. Met EPO zou de Venetiaan een nieuw wielerleven zijn begonnen. Na de Giro stapte hij ontgoocheld af. “De beschuldigingen slaan nergens op. Ik boekte al overwinningen voordat ik Ferrari leerde kennen”, luidde zijn korzelige verweer. Om dezelfde reden liet Bombini tijdens de Italiaanse ronde weten zijn ploeg terug te trekken uit de Tour de France. Officieel, omdat Furlan geblesseerd was geraakt en er door de geplande absentie van Argentin en Berzin een te smalle basis voor het Franse avontuur over zou blijven. Twee dagen later kwam Gewiss, mede onder druk van de Tourdirectie, weer op dat besluit terug. Om de smetten helemaal weg te wissen overweegt de ploeg volgend jaar een nieuwe huisstijl te laten ontwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden