Schetsboek van Malevitsj verdringt geharrewar

AMSTERDAM - Een rondgang door de zalen van het Stedelijk Museum, waar 79 nog nooit eerder vertoonde werken op papier van Kazimir Malevitsj te zien zijn, doet het geharrewar rond de nalatenschap van de Russische kunstverzamelaar Nikolaj Chardzjijev even vergeten.

Omdat een van de belangrijkste Russische avantgardisten uit het begin van deze eeuw de geruite blaadjes uit zijn schetsboek dubbelzijdig gebruikte, hebben de passepartouts waarin ze zijn ingelijst aan twee zijden glas. De lijsten steken dwars de muur uit. Het zijn kleine, heel precieze schetsjes, waar in sommige gevallen nooit een schilderij uit is ontstaan. Onverwachte combinaties van motieven op één velletje papier geven inzicht in de wijze waarop Malevitsj experimenteerde met vorm en kleur.

Geurt Imanse, hoofd van de wetenschappelijke staf van het Stedelijk Museum, knielt voor een van de lijsten die nog op de grond staan te wachten om opgehangen te worden. “Dit soort tekeningen - het lijkt bijna een decoratiemotief - heb ik nog nooit gezien. Daaronder dat rode vlak wat er aan komt zweven, dat is er in de kleur rood in ieder geval niet als schilderij. Van Malevitsj waren wel tekeningen bekend, maar niet zo veel. En een schetsboek kenden we al helemaal niet. Het is belangrijk omdat het laat zien dat er veel meer Spielerei in zijn manier van werken zat dan we tot nu toe konden aannemen.”

De tekeningen in potlood, krijt, gouache, inkt en aquarel beslaan bijna de hele scheppingsperiode (van 1907 tot circa 1930) van Malevitsj. Ze stammen uit de collectie van de Russische literatuurwetenschapper en kunstverzamelaar Nikolaj Chardzjijev, die in juli 1996 in Amsterdam overleed. Chardzjijev, in 1903 in de Oekraïne geboren, liet een belangwekkende kunstcollectie na met werken van onder meer Malevitsj, Tatlin en El Lissitzky en een archief met documenten en boeken van schrijvers als Anna Achmatova en Velimir Chlebnikov. Chardzjijev begon al in de late jaren twintig met het vastleggen van de geschiedenis van de Russische avantgarde. “Hij verkeerde toen nog in de gelukkige omstandigheid”, schrijft Geurt Imanse, “dat hij de feiten en omstandigheden kon verifiëren bij de voormannen van de beweging zelf.”

Met zijn vrouw Lidia Tsjaga en een deel van de collectie verliet Chardzjijev in 1993 de voormalige Sovjet-Unie. Daar had het echtpaar hun verzameling gedurende tientallen jaren angstvallig bewaakt: tot diep in de jaren tachtig was avantgarde kunst verboden. In Amsterdam continueerde het echtpaar hun kluizenaarsbestaan. De deur bleef - letterlijk - dicht: niemand kende de precieze inhoud van de collectie. Toen Chardzjijev overleed werd de collectie ondergebracht in een stichting, bedoeld om de collectie bijeen te houden.

Hier begint het geharrewar. De Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga wordt momenteel beheerd door de Amsterdamse notaris mr. M. Privé, tevens executeur-testamentair van de nalatenschap van Chardzjijev. Erfgenaam is de Russische toneelregisseur Boris Abarov.

Vorige week betichtte de Volkskrant Privé en zijn stichting ervan statuten in de nalatenschap te hebben veranderd en bewust informatie te hebben achtergehouden over de inventaris, teneinde kunstwerken te kunnen verkopen. Dat zou in strijd zijn met de bedoelingen van Chardzjijev. Ook de dubbelrol van Privé werd aan de kaak gesteld. Inmiddels blijken er inderdaad enkele kunstwerken - een serie van zes gouaches van El Lissitzky - op een kunstbeurs in Keulen verkocht te zijn. Privé ontkent niet dat de werken verkocht zijn: dat was noodzaak om enkele hindernissen in de afwikkeling van de nalatenschap weg te nemen. Volgens de notaris had Chardzjijev schulden. Hoe hoog deze waren, en of het daarom nodig zal zijn nog meer werken uit de collectie te verkopen, wil en kan hij “wegens geheimhoudingsplicht” niet zeggen. Privé zegt alle publiciteit als een “katharsis” te ervaren: “Het heeft duidelijk gemaakt dat de zaak snel en goed afgewikkeld moet worden.”

Terug naar het Stedelijk Museum, dat de commotie rond de collectie verre van zich houdt. “Ons 'nieuws', namelijk dat we hier nooit getoond werk laten zien, is door alle publiciteit ondergesneeuwd”, zegt woordvoerster Jacqueline Hagman. “Privé is deze zomer zelf met de tekeningen naar ons toegekomen. Alles wat hier hangt is juridisch in orde.”

“Het grote werk voor de Malevitsj-specialisten moet nog beginnen”, zegt Geurt Imanse. Een lastige bijkomstigheid is dat bijna geen van de werken gedateerd is, waardoor het moeilijk is ze precies in het oeuvre te plaatsen. Imanse: “En als ze gedateerd zijn, moet je bij Malevitsj altijd een slag om de arm houden. Hij anti-dateerde zijn werk veelvuldig, vermoedelijk vanwege zijn competitie met Tatlin, waar het erom om ging wie nou het eerst was met de abstracte taal.”

Het 'Zwarte vierkant' van Malevitsj kan gedateerd worden op 1915: er zijn foto's van de grote futuristische tentoonstelling in Petrograd waar het te zien was. “Maar daarvoor had hij de theaterontwerpen voor de opera 'Overwinning op de zon' gemaakt, die opgevoerd werd in 1913. Dit is zo'n ontwerptekening uit 1913, waar ook al zwarte vlakken in zitten. Alleen zijn die er met inkt overheen getekend. We weten niet of hij dat achteraf in 1915 heeft gedaan, of echt al in 1913.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden