Scherven en stenen: de nieuwe symbolen

Nu de kerkelijkheid afneemt, verdwijnt ook de bekendheid met christelijke rituelen. Geestelijk verzorgers komen daarom soms met eigen rituelen. 'Met de symbolen in handen probeer ik bespreekbaar te maken waar de mensen mee worstelen.'

Acht dementerende bewoners van Zorgcentrum Noorderbreedte in Leeuwarden worden in hun rolstoel de activiteitenruimte binnengereden voor hun wekelijkse bijbelclub. Sommigen lijken tegen niemand in het bijzonder te praten. Anderen staren voor zich uit. Dan ontsteekt geestelijk verzorger Grietje Willy van Bochove (57) een waxinelichtje. Ze doet dat iedere maandag, en elke keer zegt ze dan: "Het licht van God schijnt in de wereld. Het is gekomen voor alle mensen en schijnt ook voor u."

Van Bochove gaat alle mensen langs, houdt hen de kaars voor en wacht op een reactie. Het gemompel van de aanwezigen verstomt. "Uit die rust leid ik af dat ze het ritueel op een bepaalde manier beleven", zegt Van Bochove later. "Ze laten zich meevoeren op de stroom."

Als de geestelijk verzorger een verhaal uit de kinderbijbel voorleest, neemt het rumoer weer toe. Af en toe reageert Van Bochove op een van de bewoners met een zachte aanraking of een opmerking. Ze gaat rond met het boek om plaatjes bij de verhalen te laten zien: "Kijk, dat is Jezus, hij is altijd in het wit gekleed." Acht paar ogen dwalen over de tekeningen. "Ik vind het maar niks", merkt een van de bezoeksters op. Of ze reageert op de tekening of op iets anders blijft een raadsel.

"Ik zie het menselijk brein als een boekenkast", zegt Van Bochove. "Bij dementerenden vallen er langzamerhand steeds meer boeken van de planken. De boeken van het geloof blijven het langst staan, want die rusten op de ziel."

De verbinding die gezonde mensen maken tussen het plaatje en het verhaal verdwijnt bij dementeren. "Toch zijn de bijbelverhalen zo bekend dat demente bewoners bij het zien en horen ervan soms nog iets herkennen", zegt Van Bochove. "Daardoor ontstaat er weer vertrouwdheid. "Met het ritueel dat Van Bochove uitvoert, probeert ze dat laatste stukje aan te spreken dat nog overeind staat in het brein van de ouderen. "Bij sommige dementen lukt ook dat niet meer", zegt Van Bochove. "Als ik het lijdensverhaal van Jezus voorlees, reageren ze alsof het een nieuw verhaal is. 'Och wat erg!' roepen ze dan."

Dementie is een van de ergste dingen die je kan overkomen, meent Van Bochove. "Uiteindelijk komen zelfs woorden niet meer aan." Om ernstig demente mensen toch de kracht van rituelen te laten ervaren, is ze op zoek naar nieuwe vormen. "Misschien kan een ritueel op basis van aanraking een manier zijn om ook bij hen een gevoel van verbondenheid en veiligheid te creëren. Maar de invulling van zo'n ritueel moet ik nog bedenken."

Ook de toenemende ontkerkelijking spoort de geestelijk verzorgers van Noorderbreedte aan om nieuwe rituelen te ontwikkelen. "Als een gelovige bewoner op sterven ligt, heb ik een scala aan rituelen tot mijn beschikking", zegt geestelijk verzorger Gerda Wiersma (49). "Ik kan mensen zegenen en voor hen bidden. Die rituelen hebben betekenis voor mij en voor de stervenden. Als iemand niet gelovig is, denk ik vaak: wat nu?"

Soms zingt Wiersma op die momenten een lied waarvan ze weet dat de stervende het mooi vindt. Of ze steekt een kaars aan. "Kaarslicht is een symbool dat iedereen kan plaatsen, of je nou gelovig bent of niet."

Zoals in ieder verpleeghuis is in Noorderbreedte de dood een terugkerend thema. "Sinds een aantal jaren komen bewoners van het zorgcentrum, familieleden en vrienden massaal op herdenkingsbijeenkomsten af", constateert Karlijn Kwint (31), de derde geestelijk verzorger in het huis. "Toen ik hier zes jaar geleden kwam werken, was dat veel minder."

Nabestaanden willen volgens Kwint meer dan vroeger een actieve rol spelen bij het afscheid en zelf handelingen verrichten. "Vooral jongeren helpen tegenwoordig graag met het afleggen van een overledene. Het wassen van de dode wordt zo ook een rituele handeling."

En bij herdenkingsbijeenkomsten, zegt Kwint, nemen familieleden vaak een bloem mee die voor hen symbool staat voor de overledene. Ook het personeel van het zorgcentrum doet daaraan mee.

Hoe verklaart Kwint die toegenomen betrokkenheid? "Overlijden kan tegenwoordig veel meer dan vroeger besproken worden", zegt ze nadenkend. "Mensen hebben er behoefte aan zich te verhouden tot de dood, maar ze hebben geen vaste rituelen meer om ze te helpen bij het afscheid nemen of loslaten."

In het zorgcentrum is niet alleen de dood een terugkerend afscheid. "Iedere bewoner heeft het wel ergens moeilijk mee", zegt Gerda Wiersma. "Mensen moeten hier leren omgaan met hun afhankelijkheid. Ze moeten afscheid nemen van hun gezondheid, werk en hun vorige thuis. Er zijn maar weinig mensen die zich voorbereiden op het 'laatste station'."

In gespreksgroepen met bewoners gebruikt Wiersma zakken met scherven, schalen met water en zware stenen om ouderen te helpen met de aanvaarding van hun situatie. "Ik voer er geen ritueel mee uit, maar gebruik de attributen als symbolen. Ze geven uitdrukking aan het leven dat voor de bewoners gevoelsmatig aan gruzelementen kan liggen, nog vloeit, of loodzwaar kan aanvoelen. Met de symbolen in handen probeer ik bespreekbaar te maken waar de mensen mee worstelen."

De geestelijk verzorgers van Noorderbreedte zouden een ritueel willen bedenken dat de overgang markeert van het eigen huis naar zorgcentrum. Een rituele handeling bij aankomst in het centrum zou uitkomst bieden. "Dan kan de nieuwe bewoner afscheid nemen van zijn vroegere leven en het nieuwe leven in het zorgcentrum beter aanvaarden", meent Van Bochove. "Het zou niet alleen goed zijn voor de nieuwe bewoner, maar ook voor zijn of haar familie. Met zo'n ritueel biedt je ze veiligheid en houvast."

Jongste rituelen verwijzen minder direct naar het goddelijke
Rituelen hebben een helende functie, meent hoogleraar godsdienstpsychologie Hetty Zock (Rijksuniversiteit Groningen). Zock was vrijdag in Groningen een van de sprekers op een congres over nieuwe rituelen in de zorg. "Het is geen magie, het zijn middelen waarvan je de werking kunt begrijpen."

Een ritueel geeft mensen vertrouwen om moeilijke momenten te overbruggen en gebeurtenissen te markeren. "Het is geen hocus pocus, maar symbolisch gedrag dat mensen verbindt met zichzelf, elkaar, of een plek. In de hulpverlening kunnen rituelen mensen helpen bij het omgaan met existentiële problemen."

Zock signaleert dat er in de hulpverlening nieuwe rituelen in opkomst zijn. "Zo kun je letterlijk door een deur gaan om een nieuw begin te markeren en het oude af te sluiten. Of een kaars ontsteken om stil te staan bij het overlijden van een dierbare." Die rituelen maken volgens Zock gebruik van joods-christelijke oersymbolen. Zo verwijst water naar zuivering en nieuw leven. Kaarslicht naar het goddelijke.

De kracht van rituelen zit volgens Zock in het lichamelijke aspect en de herkenbaarheid ervan. "Iedereen begrijpt de symbolen, ook al zijn sommigen hun achtergrond vergeten."

De nieuwe rituelen verwijzen minder direct naar 'het goddelijke'. Toch kun je volgens Zock zeggen dat dat nog wel aanwezig is. "De rituelen creëren afstand, ze helpen uitdrukking te geven aan iets groters." Ook verlopen rituelen volgens een vast patroon. "Iemand geeft de kaders aan en vertelt wanneer het ritueel begint en eindigt. Binnen die afgrenzing kunnen emoties in een veilige setting tot uiting komen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden