Scherpere toets voor beëindigen leven zwaargehandicapte baby

Bij levensbeëindiging van ernstig lijdende, gehandicapte pasgeborenen moet worden getoetst of dat in strijd is met het non-discriminatiebeginsel van het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.

door Wilfried van der Bles

Dit stelt de jurist Jo Dorscheidt, expert in het gezondheidsrecht. Vandaag promoveert hij in Groningen op levensbeëindiging bij pasgeborenen. Binnenkort wordt een deskundigencommissie geïnstalleerd onder voorzitterschap van de Groningse hoogleraar Joep Hubben om gevallen van levensbeëindiging van gehandicapte baby’s achteraf te beoordelen. Daarbij zal de commissie gebruikmaken van toetsingscriteria zoals uitzichtloos en ondraaglijk lijden, consultatie van een tweede arts, instemming van beide ouders en zorgvuldige uitvoering. Dorscheidt stelt voor om daar nog een toetsingsnorm aan toe te voegen: het non-discriminatiebeginsel.

Jo Dorscheidt denkt dat opneming van dit beginsel in het toetsingskader artsen zal dwingen heel scherp na te gaan of ze al dan niet bewust aan het discrimineren zijn, als ze het leven van een pasgeboren gehandicapte beëindigen. Waardeoordelen over het leven met een handicap mogen bij zo’n besluit volgens hem geen rol spelen.

Marianne Kroes, jurist bij de Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad Nederland, is blij met het voorstel van Dorscheidt: „Een handicap mag nooit reden zijn het leven van iemand te beëindigen. Dat is discriminatie. Alleen het uitzichtloos en ondraaglijk lijden dat eventueel het gevolg is van de handicap kan reden zijn een einde te maken aan het leven van een pasgeborene.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden