'Scherp kiezen en je visie volgen'

interview | De nieuwe media hebben de potentie de journalistiek te verbeteren, maar óók om die te verslechteren. Deel 4 van een serie over journalistiek.

ADRI VERMAAT

Onder invloed van internet, sociale media en teruglopende inkomsten uit advertenties kampen de meeste dagbladen met dalende oplagecijfers. Met een toename van de betaalde oplage, met acht procent over de periode van juli 2014 tot juli dit jaar, is Trouw een gunstige uitzondering.

Fnuikend voor veel kranten is dat de daling relatief langzaam gaat, meent lector journalistiek en innovatie Alexander Pleijter, verbonden aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. "Het is niet zo dat ineens twintig procent van de lezers is verdwenen. Dat gaat geleidelijk, met één, twee, drie procent. Het is fnuikend omdat het zo langzaam gaat dat je niet door hebt dat het desastreus zou kunnen aflopen. Het is steeds een beetje minder, tot je op zeker moment het punt nadert dat er te weinig lezers over zijn om rendabel te blijven."

Pleijter (44) is naast lector ook hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter, een onafhankelijk weblog 'voor het debat over de toekomst van de Nederlandse Journalistiek'. Als visionair op dat gebied weet hij zich in een voor de media boeiend tijdsgewricht. Op de voet volgt hij niets minder dan een botsing van culturen, met aan de ene zijde de van oorsprong sterke instituten die de papieren kranten vertegenwoordigen en aan gene zijde de steeds krachtiger, maar nog niet voltooide Nieuwe Media.

Nog maar net aangeschoven, verrast Pleijter meteen. In navolging van hoogleraar journalistiek Jeroen Smit spoort hij redacteuren aan om veel meer na te denken over alles wat met hun krant heeft te maken, tot aan distributie en bezorging in de brievenbus toe.

Pleijter: "Ooit had een krantenbezorger gewoon een wijk in de stad of nam hij zijn dorp voor zijn rekening. Nu moet hij steeds verder fietsen om de kranten rond te brengen. Dat kost meer tijd en dus geld. Op enig moment is dat niet vol te houden. Dat raakt iedereen, ook de aan een krant verbonden journalist."

Journalisten zullen niet gauw stilstaan bij de bezorging van hun krant. Zeggen die niet: Zoek het maar uit met de distributie, dat komt wel goed?

"Klopt. Niet mijn pakkie-an, redeneren ze. Maar zoals Jeroen Smit zegt zijn journalisten eigenlijk degenen die voor de inhoudelijke vernieuwing van het vak van de journalistiek moeten zorgen. Je kunt het overlaten aan marketeers en uitgevers, maar dan is het maar de vraag wat er uitkomt. Aan al die nieuwe media zit de potentie de journalistiek te verbeteren, maar óók de potentie om die te verslechteren. Dat zie je aan het internet. Dat leidt tot een heleboel 'bulk' en 'clickbait' zoals dat wordt genoemd. Websites met koppen die zo sensationeel mogelijk worden gemaakt om tot klikken te verleiden. Maar er zijn ook legio mogelijkheden om met internet journalistiek juist beter te maken. Een krant heeft een heleboel beperkingen. Bijvoorbeeld dat een artikel een beperkt aantal woorden mag hebben. Dat je er maar één of twee foto's bij kan zetten. Zulke beperkingen heeft internet niet. Iedere journalist zou razend blij moeten zijn met internet en juist daar op zoek moeten gaan hoe hij zijn berichtgeving beter kan maken."

De praktijk is toch anders? Verslaggevers van kranten redeneren 'stukje schrijven' en missen gevoelsmatig de noodzaak van digitalisering.

"Klopt. Dat heeft ook te maken met de vaak wat oudere organisaties waarover we het hebben. Daar bedoel ik niet de gemiddelde leeftijd van journalisten mee, maar dat ze, de kranten, al langer bestaan. Zulke organisaties hebben altijd een bepaalde, ingebakken cultuur. De manier waarop dingen gebeuren, hoe de boel is ingericht, waarover vergaderd wordt. Dat zijn heel lastige dingen om te veranderen. The New York Times geldt al heel lang als voorloper op digitaal gebied. Vorig jaar lekte een intern innovatierapport van The New York Times uit waarin de redactie zichzelf kritisch tegen het licht hield. Ze stelde vast dat de krant wel veel digitaal deed, maar dat de hele organisatie nog gericht was op het maken van de papieren krant. Er werd eindeloos vergaderd over welk nieuws op de voorpagina moest komen, terwijl er nooit werd vergaderd over wat de opening moest zijn op de homepage van de website van de krant. Dat is typerend. Voor nieuwkomers, journalisten met weinig ervaring, is het dan haast onmogelijk om het anders te doen. Je wordt in feite gesocialiseeerd hoe het gaat binnen zo'n organisatie".

Dat maakt de botsing van culturen, papier en digitaal, ongelooflijk gecompliceerd.

"Waanzinnig ja. Het heeft er ook nog eens mee te maken dat meestal de mensen die aan de top van een redactie zitten groot zijn geworden met de krant en altijd voor die krant hebben gewerkt. Zij hebben dus veel minder affiniteit met sociale media, internet, digitaal. Er is overal wel een chef internet, maar hij is een chef net als zijn collega's van economie, sport, buitenland. Maar zo iemand moet in de hoofdredactie zitten. Zodat met gelijke zwaarte gesproken wordt over alle digitale activiteiten, en ook die van papier. Dat zou al een enorme stap zijn."

Worden krantenredacties wel goed voorbereid op een nieuw, digitaal tijdperk? Er zit toch iets aan te komen, sterker, de kranten zitten er middenin.

"Op tafel ligt simpel de vraag aan redacties en uitgevers wat zij met de krant willen. Wat willen zij met het merk? Ik zou het heel goed vinden als bijvoorbeeld Trouw zegt: 'Wij zijn sterk in het maken van een krant. Daar stoppen we al onze energie in. We maken een heel goede krant en we denken dat het papier nog lang bestaat zodat de mensen ook in de toekomst van papier blijven lezen. Als wij nu zorgen dat we een heel goede krant maken, verkopen we genoeg exemplaren. En van die krant maken we ook nog een bestand zodat mensen 'm digitaal kunnen lezen.' Ik zou dat prima vinden. Dan heb je in elk geval een visie. Overtuiging en visie zijn zo belangrijk.

"Maar als je ervan overtuigd bent dat mensen steeds minder krant en steeds meer digitaal gaan lezen, moet je daarvoor kiezen en kijken hoe je dat het beste voor elkaar kunt krijgen. Zolang je maar scherp kiest en je eigen visie, een vast concept, volgt. Volhouden is belangrijk. In het verleden is te vaak te snel de stekker uit allerlei experimenten met websites getrokken. Dat er een heleboel geld is weggegooid, vind ik op zich niet eens verwijtbaar. Maar wat je heel vaak ziet is dat het beleid meermaals verandert. Dat het heel ad hoc gaat. Dat er geen visie achter zit en evenmin overtuiging. Dat is het probleem."

Wie is Alexander Pleijter?

Alexander Pleijter (1971) is lector journalistiek en innovatie aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Daarnaast is hij hoofdredacteur en auteur van De Nieuwe Reporter, een onafhankelijk weblog over de toekomst van de Nederlandse journalistiek, en over bredere ontwikkelingen op het gebied van media, samenleving en publieke sfeer.

Pleijter heeft tal van publicaties over mediaonderwerpen op zijn naam staan.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden