Scherp debat leidt niet tot moslimhaat (opinie)

Ministers Vogelaar en Hirsch Ballin slaan de plank mis als ze vragen om minder polarisatie.

De moslimhaat groeit snel in Nederland. Dat is, kort gezegd, de uitkomst van een rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI). Volgens de commissie is de islamfobie in Nederland sinds 2000 toegenomen en ligt dit vooral besloten in het debat dat in Nederland wordt gevoerd over islam en integratie.

In de aanbevelingen adviseert het ECRI de Nederlandse autoriteiten om „geen maatschappelijke discussies te steunen die hoofdzakelijk streven naar het polariseren van de Nederlandse samenleving rond vraagstukken van de moslimgemeenschap”.

Dit is om twee redenen opmerkelijk. Allereerst zullen er weinig tot geen debatten worden georganiseerd met als doelstelling de samenleving blijvend te polariseren. Iedere politicus die een (scherp) standpunt verwoordt doet dit vanuit zijn taak als vertegenwoordiger van een bepaald deel van de bevolking en met de overtuiging een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen.

Ten tweede betekent de aanbeveling van het ECRI dat er blijkbaar geen debatten op het scherp van de snede meer gevoerd mogen worden over een belangrijk issue zoals de islam. Dit zal zeker niet bijdragen aan een beter debat, laat staan dat het leidt tot minder islamfobie.

Juist het niet benoemen van maatschappelijke problemen leidt tot onbegrip. Er is niets op tegen wanneer debat in het begin tot polarisatie leidt, als synoniem voor het benadrukken van tegenstellingen. Het scherp benoemen van tegenstellingen is nuttig. Liever dat, dan direct op zoek gaan naar de nuance van de middenweg. Daarná is er wel degelijk ruimte voor de nuance.

Dit in tegenstelling tot wat minister Vogelaar in reactie op het rapport van het ECRI zei in NRC.Next. Vogelaar hekelde de toon van het integratiedebat, sinds de moord op Theo van Gogh: „Mijn doel is de polarisatie te verminderen en het wij- en zij-denken te doorbreken.” Ook minister Hirsch Ballin van justitie sprak zich deze week uit tegen het benoemen van tegenstellingen. In het radioprogramma ’De Ochtenden’ stelde hij dat „spreken alsof ons land verdeeld is, of andere valse tegenstellingen creëren, de dingen alleen maar erger maakt”.

Hier slaan beide ministers de plank mis. Een debat gaat niet over zaken waarover we het eens zijn. Juist de zaken die ons scheiden, en die zijn er toch wel degelijk bij dit onderwerp, zijn interessant. Door eerst de uitersten te belichten kun je in het midden uitkomen.

Uiteindelijk heeft de huidige, mondige en verharde, samenleving meer baat bij wij-zij denken. Als er vervolgens maar constructief mee aan de slag wordt gegaan. Dat is beter dan alles met de mantel der liefde te bedekken. Dat heeft in het verleden zeker tot minder polarisatie geleid maar uiteindelijk kwam via andere kanalen de onvrede alsnog naar buiten. Minister Vogelaar heeft eerder dit jaar zelf nog aangekaart, toen ze zei dat je mensen alleen leert kennen, als je met ze praat. „En wat je niet kent, boezemt je angst in en wat je vreest, vernietig je”.

In een goed debat kunnen de meest gevoelige onderwerpen worden besproken. Vaak komen in een scherp debat zaken boven tafel die normaliter slechts gedacht worden. In het bespreekbaar maken van gevoeligheden schuilt de grote maatschappelijke waarde van het debat. Het levert duidelijkheid op over standpunten en, bij doorvragen, de achtergrond daarvan. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om standpunten rechtstreeks van repliek te dienen. Hierdoor ontstaat voor deelnemers en toehoorders een helder beeld over de posities en kan een eerlijke afweging gemaakt worden zonder dat tijdens het proces de discussie vertroebelt door verzwegen of ’verboden’ argumenten.

Wat we wel uit het ECRI-rapport kunnen halen is dat een debat op een goede manier gevoerd moet worden. Terecht: ieder standpunt verdient het om met aandacht en interesse gehoord te worden en tegelijkertijd tegen het meest kritische licht gehouden te worden. Partijen dienen elkaars standpunten serieus te nemen en bereid te zijn hun standpunten toe te lichten en kritische vragen serieus te beantwoorden.

Alleen maar spreken in soundbytes, het plaatsen van persoonlijke aanvallen en het zonder argumentatie belachelijk maken van andermans standpunten leidt niet tot een constructief debat.

Hoewel politici zelf verantwoordelijk zijn voor hun uitspraken kunnen ze wel afspraken maken over de manier van debatteren in bijvoorbeeld de Tweede Kamer. Deelname aan een debat is derhalve niet grenzeloos. Maar dan zou de aanbeveling juist moeten luiden: „De Nederlandse overheid moet brede maatschappelijke debatten organiseren en steunen en erop toezien dat deze op een goede en zuivere manier gevoerd worden”.

Pas dan zetten we een eerste stap om de groeiende islamfobie tegen te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden