SCHELTEMA

Even een voetnoot bij de rede die minister en oud-journalist Hans van Mierlo uitsprak bij de dodenherdenking in perscentrum Nieuwspoort. Daar leverde hij kritiek op de rol van de legale pers tijdens de Tweede Wereldoorlog. In feite schikte die zich al in de meidagen van '40. “Hoewel journalisten en uitgevers voldoende konden weten om te beseffen dat er tijdens de Duitse bezetting geen sprake zou zijn van een vrije pers, was er slechts één blad waarvan de uitgave direct na de capitulatie van Nederland om principiële redenen werd stopgezet: het in Vlissingen verschijnende Zeeuws Nieuwsblad.”

Einde aan de hardnekkige mythe, dat het Friesch Dagblad de rug recht had gehouden en om principiële redenen als eerste, maar pas op 17 mei 1941, de krant ophief?

Het is duidelijk waar Van Mierlo zijn Zeeuws Nieuwsblad vandaan heeft. In deel 4 (uit 1972) van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' schrijft dr. L. de Jong: “Er is ons evenwel slechts één nieuwsblad bekend, het kleine in Vlissingen verschijnend Zeeuws Nieuwsblad, waarvan de uitgave na de capitulatie om principiële redenen stopgezet werd; de directeur-hoofdredacteur, C.L. Koster, kon een functie vinden als inspecteur van een bouwkas.”

Dat beeld heeft René Vos in zijn uit 1988 stammend proefschrift 'Niet voor publicatie, de legale Nederlandse pers tijdens de Duitse bezetting' wat bijgesteld. “Slechts drie kranten hebben in die roerige meidagen de uitgave stopgezet en dat geschiedde niet om principiële redenen.” De drie waren: de Nieuwe Drentsche Courant, de Avondpost en het Zeeuwsch Nieuwsblad. De Drentsche Courant moest om technische redenen stoppen en werd samengevoegd met de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, die op 1 oktober 1941 werd opgeheven. In Den Haag werd de uitgave van De Avondpost door eigenaar A.W. Sijthoff gestaakt: het blad had 'tegen de Joodse vervolging in Duitsland en de Hitler-kliek steeds fel gereageerd'. Sijthoff vreesde dat een voortzetting van De Avondpost het voortbestaan van zijn andere kranten in gevaar zou kunnen brengen.

En dan was er het Zeeuwsch Nieuwsblad. Eigenaar-hoofdredacteur C.L. Koster staakte de uitgave, naar hij zei, om principiële redenen. “Mogelijk hebben die mede een rol gespeeld”, vervolgt Vos, “maar Koster erkende dat zijn blad er al enige tijd financieel slecht voor stond. Koster moest zijn inkomsten aanvullen met correspondentschappen voor het ANP, De Maasbode en De Nederlander. Wellicht had hij al enige tijd overwogen het blad stop te zetten en was de Duitse inval een goede aanleiding daarvoor.”

In 'Zeeland 1940-1945', een tweedelige studie over Zeeland in de oorlog van L.W. de Bree en Gijs van der Ham, zegt Koster, dat hij meent toch niet de enige te zijn geweest die zijn 'krantje' opdoekte na de Duitse inval. “De betreffende passage bij De Jong heeft verschillende Vlissingers de cynische opmerking ontlokt dat mijn Zeeuwsch Nieuwsblad er in mei '40 niet te best voorstond. Ik kan dat niet tegenspreken, maar het is toch niet zo dat ik van de nood een deugd heb gemaakt. Ik was namelijk ook correspondent van het ANP en van enkele landelijke dagbladen. Voor al die baantjes heb ik bedankt, ik wilde met die hele gelijkgeschakelde troep niets te maken hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden