Scheldend op zijn nieuwe land

Ragfijn ontleedt André Aciman complexe migrantengevoelens

Zelfverkozen ballingschap en alles wat daar bij hoort aan ambivalente gevoelens is hét onderwerp van André Aciman, die anno 1951 werd geboren in een Joods milieu in Alexandrië, maar in 1970 naar de Verenigde Staten emigreerde. Daar debuteerde hij 25 jaar later met de memoir 'Out of Egypt'. Vervolgens publiceerde hij veelgeprezen bundels als 'False Papers, Essays on Exile and Memory' en 'Alibi's, Essays on Elsewhere', die ook in het Nederlands werden vertaald.

Met 'Harvard Square' krijgt die thematiek van culturele identiteit voor het eerst vorm in een roman. Al betoont Aciman zich net als in zijn liefdesromans 'Noem me bij jouw naam' en 'Witte nachten' opnieuw een meester in de ragfijne ontleding van verwarrende gevoelscocktails. The New York Times betitelde 'Harvard Square' als een subtiel voorbeeld van 'immigrantenexistentialisme'.

Voor 'Harvard Square' putte Aciman uit zijn eigen geschiedenis. In de zomer van 1977 worstelt een naamloze ikverteller in Harvard met zijn promotieonderzoek. Tegen het kalme decor van Amerika's meest prestigieuze universiteit ontvouwt zich vervolgens een turbulente vriendschap tussen een academische bolleboos en een Tunesische taxichauffeur.

De verteller is een 26-jarige immigrant, onzeker over zijn geschiktheid voor het academische milieu, dat hij tegelijkertijd ervaart als beschutting tegen de 'meedogenloze' wereld daarbuiten. Buiten de campus, in Café Algiers, gelegen in een zijstraat van Harvard Square, leert hij de 23-jarige Kalaj kennen, een man wiens naam is afgeleid van kalasjnikov, omdat hij aan zijn stamtafel als een machinegeweer zijn tirades afvuurt tegen Amerika en alle waarden die het belichaamt. Voor hem is Amerika het land van mega en nep en dat weet hij op hilarische wijze te onderbouwen. Al spoedig blijkt dat Kalaj, die na omzwervingen door Europa net een half jaar in de VS is, niets liever wil dan een permanente verblijfsvergunning.

Met veel gevoel voor nuance laat Aciman zien hoezeer zijn alter ego gefascineerd raakt door deze Kalaj. Hun beider Noord-Afrikaanse afkomst en de herinnering aan vriendschappen uit hun jeugd scheppen onmiddellijk een band. Maar tijdens hun dagelijkse ontmoetingen in Café Algiers, sfeervol beschreven als een oase van nostalgie, ontdekt de verteller al snel dat Kalaj en hij volstrekte tegenpolen zijn. In puntige karakteristieken etaleert Aciman hier zijn psychologisch raffinement.

Juist als antipode wordt Kalaj een spiegel, die de introverte verteller na zeven jaar van wankelmoedige assimilatie confronteert met zijn diepste twijfels en onzekerheden. "Misschien was hij een plaatsvervanger van degene die ik was, een primitieve versie die ik uit het oog had verloren en had afgeworpen sinds ik in Amerika woonde. Mijn schaduwzelf, mijn portret van Dorian Gray, mijn krankzinnige broer op zolder, mijn duistere kant, mijn zeer ruwe kladversie. Mijn ontmaskerde, ontketende, bevrijde, onvoltooide zelf, ongeremd, in lompen gehuld, in razernij ontstoken. Een ik zonder boeken, zonder vernislaag, zonder verblijfsvergunning. Een ik met een kalasjnikov."

Ook als het om de liefde gaat, zet de flamboyante macho Kalaj de wereld van de schuchtere verteller op zijn kop. Hij beleeft heftige, kortstondige liefdesavonturen die uitzicht bieden op een kosmopolitische toekomst (met een Iraanse) en op een respectabel Amerikaans bestaan (met een blank meisje uit de betere kringen). Maar in beide gevallen deinst hij terug, uit angst zich te binden. Zulke nevenplots laten goed zien hoe immigranten verscheurd kunnen worden tussen het verlangen om er bij te horen en angst voor afwijzing. Wie dat laatste vreest, kiest de aanval als beste verdediging.

Terwijl Kalaj zich in de loop van de vijf maanden die het boek bestrijkt ontpopt tot brokkenpiloot en uitvreter, als een wandelend kruitvat, onmogelijk voor zichzelf en anderen, en terwijl de verteller op Petrus-achtige wijze steeds meer afstand neemt van 'de dierbaarste vriend' die hij in al zijn Harvard-jaren heeft gekend, heeft de eerste toch de kiem gezaaid voor een stevige identiteitscrisis, een crisis die de lezer door de ziel snijdt.

En de Zorba-de Griek- achtige Kalaj verdient een plek in de eregalerij van klassieke romanpersonages.

André Aciman: Harvard Square. (Harvard Square) Vertaald door Wim Scherpenisse. Anthos, Amsterdam; 255 blz., euro 21,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden