'Scheiding van kerk en staat is geen formule'

update | interview | Hoogleraar Fokko Oldenhuis vindt het hoog tijd om een oud beginsel bij de tijd te brengen. 'Je moet de scheiding van kerk en staat niet verabsoluteren.'

Onder het rieten dak van zijn boerderij, tussen de uitgestrekte Groningse akkers, lijkt de wereld ver weg. Maar hiervandaan houdt hoogleraar religie en recht Fokko Oldenhuis van de Rijksuniversiteit Groningen het veranderende religieuze landschap van Nederland scherp in de gaten.

De laatste tijd ziet hij in het publieke debat een terugkerend patroon als het gaat over de scheiding van kerk en staat. "Het aloude beginsel wordt gehanteerd alsof er tussen de staat en de kerk een waterscheiding bestaat. Dat deugt niet."

Hij ziet het zowel bij religieuzen, die stellen dat de staat zich niet met de kerk heeft te bemoeien, als bij anti-religieuzen, die precies het omgekeerde beweren.

Laten er nu juist actuele kwesties spelen - zoals de politieke invloed die Turkse moskeeën hier uitoefenen, of de financiering van buitenlandse moskeeën - waarbij het van groot belang is dat we het beginsel juist begrijpen, stelt Oldenhuis. "Na de mislukte coup in Turkije heeft de staatsmoskee (Diyanet) zich als verlengstuk van de regerende partij van Erdogan gedragen. De Nederlandse afdelingen van die moskeeën lieten zich wat dat betreft ook niet onberoerd. Dat gegeven heeft bij mij iets losgemaakt. Ik vraag me af: is het gelijkheidsbeginsel, wat op zich een goede uitwerking is van de scheiding van kerk en staat, niet iets te ver doorgeschoten? De ene kerk of moskee is kennelijk de andere niet."

Oldenhuis vindt het tijd dat een staatscommissie zich over deze zaken buigt. "Die zou eens goed moeten nadenken over de vraag of er nieuwe kaders nodig zijn. Zo kunnen we het beginsel van scheiding van kerk en staat herijken."

Hoe komt u op dit idee?

"Die Turkse kwestie heeft me de ogen geopend. Zet je dit vraagstuk in historisch perspectief, en breng je ons eigen zendings- en missiewerk in kaart, dan zie je: er gingen scheppen met geld naar Indonesië om kerken te stichten. Dat was een moslimcultuur, en dus was dat voor hen bedreigend. Financiering uit een ander land is niet illegaal. Maar: als de Turkse staat structureel binnen bepaalde moskeeën vaste voet aan de grond krijgt en de gemeenschap bewust een bepaalde richting op duwt, dan is dat niet te vergelijken met wat vrome gereformeerden in Indonesië en de katholieke Witte Paters in Afrika deden: hen ging het puur om religie, niet om overheidsinvloed. Dan is er wel iets aan de hand.

"Ik vermoed dat we nieuwe wegen moeten inslaan. Maar de vraag is welke. Wees als overheid voorzichtig, alsjeblieft. De CDA (Buma)-motie om de financiering door Turkije van de Diyanet-moskee in Nederland te doen stoppen is wel erg snel aangenomen."

En stel dat de Turkse regering mensen in Nederland beïnvloedt, wat dan nog? Er is toch ook vrijheid om politieke invloed uit te oefenen?

"Vanaf 1980 betekent scheiding van kerk en staat dat we alle kerken gelijk behandelen. Oosterse religies krijgen evenveel rechten als traditionele kerkgenootschappen. Het Turkse voorbeeld moge een signaalfunctie voor ons zijn. We zullen een scherper oog moeten hebben dat niet alle kerken gelijk zijn. Dat is dus mijn boodschap aan een staatscommissie. Leg dat gelijkheidsbeginsel maar onder een vergrootglas. Een organisatie die geen kerk is, maar wel zegt het te zijn, kun je verbieden. Daar is jurisprudentie over: de Satanskerk op de Amsterdamse Wallen, die beweerde een religieuze gemeenschap te zijn, maar in feite een bordeel en dus geen kerk was. De rechter heeft het laatste woord. In lijn daarmee kun je moskeeën die onder de vlag van religie uitsluitend politiek bedrijven, ook juridisch aanpakken."

Door wie wordt de scheiding van kerk en staat precies verabsoluteerd?

"Ik zie het in alle hoeken gebeuren. Een imam zei een paar jaar geleden in een interview in De Telegraaf: 'In de moskee ben ik de baas; zo gauw ik op straat kom is de minister van justitie de baas'. Nee, zo is het dus niet. In beginsel is de staat ook in de moskee de baas. Ook binnen de kerkmuren heeft de rechter uiteindelijk het laatste woord. 'De' scheiding van kerk en staat bestaat niet. Hooguit is er een onderscheiding van kerk en staat.

"Uit de hoek van de VVD en D66 komt die verabsolutering ook. Tot in de Tweede Kamer aan toe voeren zij het beginsel van scheiding van kerk en staat nogal eens ten onrechte aan: financiering van bijzonder onderwijs zou bijvoorbeeld in strijd zijn met de scheiding van kerk en staat. Er zijn best argumenten tegen bijzonder onderwijs te verzinnen. Maar met een beroep op scheiding van kerk en staat kom je in dat debat geen steek verder. In academische kringen tref je het ook aan. Meer dan tien jaar geleden stelde rechtsfilosoof Paul Cliteur dat docenten binnen een rijksuniversiteit geen keppeltjes, hoofddoekjes of hugenotenkruisjes zouden mogen dragen. Ook hij beriep zich daarbij op de scheiding van kerk en staat. Ik vond dat een belediging voor mijn volwassen studenten, en die verwijzing naar dat beginsel is een slag in de lucht."

Hoe zit het dan wel, met dit beginsel? Waar begint het, waar houdt het op?

"Dat is de vraag: het komt uit een andere tijd. Het dateert uit 1796. Toen we in Nederland nog slechts één gevestigde kerk hadden, de gereformeerde kerk. Andere kerken werden gedoogd. De leus kwam erop neer dat de overheid zich niet moet bemoeien met de kerk en de kerk zich niet moet bemoeien met de overheid. Destijds was het vooral de gereformeerde kerk die veel te veel in de melk te brokkelen had. Ieder zijn eigen terrein, betekent het eigenlijk. Het is een uitstekend beginsel, maar niet eenduidig. Het is geen wiskundeformule. Dan overrek je het."

Waar komt het misverstand vandaan, in uw ogen?

"Ik heb veel vrienden bij D66. Ik snap wel dat ze meer dan genoeg hebben van dat 'Spakenburg- of Nunspeetgevoel'. Laat ik toelichten wat ik bedoel. In dorpen waar gelovige burgers in de meerderheid waren, bestond vaak de neiging de ongelovige hooguit te gedogen. De christelijke meerderheid beschouwde Jezus Christus zowel als hoofd van de kerk als van het gemeentehuis. Begrijp me goed. Ik doe aan de integere intentie van de meerderheid niets af. Het werd ze in de kerk geleerd; maar volgens het huidige staatsrecht deugt die opvatting niet. Juist van een christelijke meerderheid heb ik die aanpak nooit begrepen. Laat de ander toch in z'n waarde! Dat is een van de kernwaarden van het christelijk geloof. Zwembaden en voetbalvelden moet je niet per se willen sluiten op zondag. Zullen we maar zwijgen over dat ambtsgebed? Een gebed moet verbinden. De kerk mag er zijn, die mag ook bloeien. Maar je moet de overheid niet gebruiken om jouw wil op te leggen aan anderen. Zo simpel is het eigenlijk. Ik zou denken dat de christelijke meerderheid op dat punt eens wat schuld zou moeten belijden. Zeggen: dat hebben we niet goed gedaan. Dan zou je veel meer toenadering tot elkaar krijgen, want daar zit heel veel ressentiment."

Dus beide partijen in het debat draven door in hun overtuiging, zegt u?

"Ja. Godsdienstigen maken al gauw van godsdienstvrijheid een heilige koe. Niet-godsdienstigen maken van het gelijkheidsbeginsel een heilige koe. Religie, dat daar volgens hen mee in tegenspraak is, zetten ze het liefst over de grens. Zo ontstaat de indruk dat de overheid van alles wat met religie te maken heeft moet afblijven. Dat is een misvatting. Ze heeft juist de taak om het samenleven van gelovigen en niet-gelovigen in goede banen te leiden. Neem nu de WMO. Een moderne overheid gaat overleggen met plaatselijke kerken om na te gaan hoe die kunnen participeren. Je mag dus als overheid best opkomen voor welwillende geloofsgemeenschappen die zich inzetten in de brede samenleving. Zij moeten hun ding kunnen blijven doen. Evenwicht scheppen om de kwaadwillenden te kunnen keren. Als bepaalde geloofsgemeenschappen zich tegen de samenleving keren of er haaks op gaan staan, zul je als overheid niet meer werkloos gaan toezien. Dat bedoel ik dus met het herijken, of bij de tijd brengen van dat oude beginsel."

U wilt dat een staatscommissie wordt ingesteld. Wat moet die doen?

"Lastige kwesties van staat, kerk en sekten tegen het licht houden en in historisch perspectief plaatsen. Ook zou ze in kaart moeten brengen hoe het in de ons omringende landen is geregeld, en of we onze winst daarmee kunnen doen.

"Een centrale vraag is: in hoeverre mag de overheid sturend bezig zijn? Een beroep op de scheiding van kerk en staat is geen goed argument om je als overheid terug te trekken. Ik denk dat we ook dát aspect misschien te lang hebben laten sloffen. Wellicht moet er wat betreft kerkgenootschappen meer transparantie komen inzake hun financiering.

"Mogelijk geven we bepaalde religieuze organisaties te veel vrijheid - dat is een vraag die ik ook op tafel zou willen leggen. Tegelijk zie je de laatste tijd doorgeschoten voorstellen van Kamerleden die iets aan de doorgeschoten vrijheid willen doen. Dat is gevaarlijk. Wat je in twee eeuwen hebt opgebouwd, kun je niet in een of twee kabinetsperiodes overboord zetten met oog op veiligheid of terrorismebestrijding. Er staat veel op het spel. Ook nog eens omdat de huidige discussies over religie het wij-zij-gevoel versterken. Vaak zeg je als overheid: laat maar lopen, het lost zichzelf wel op. Achter die ferme taal van Kamerleden zit een verkiezingskoorts die de inhoud van het debat niet ten goede komt. Mensen als Zijlstra, die geloofsgenootschappen wilde kunnen vervolgen, iets wat allang kan, en Marcouch, die voorstelde om salafistische organisaties te verbieden, schieten af en toe een vuurpijl de lucht in. Maar zo'n pijl dooft snel, en dan is het weer donker. Dat is het dus niet. We hebben lantaarns nodig. Die branden langer."

Hoogleraar religie en recht Fokko Oldenhuis: 'Het aloude beginsel wordt gehanteerd alsof er tussen de staat en de kerk een waterscheiding bestaat. Dat deugt niet.' foto Reyer Boxem

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden