Scheiding kerk en staat is in belang van kerk

Met oprechte verontwaardiging heeft bisschop Bomers gereageerd op mijn betoog in Trouw van 26 februari over de relatie van onze overheid tot het Vaticaan. Zijn verontwaardiging verleidde hem zelfs om op mijn persoon gerichte argumenten te hanteren, waarbij hij mijn vakmanschap als beoefenaar van het staatsrecht in twijfel trok en mij als katholiek-tussen-aanhalingstekens aanduidde.

ERIK JURGENS

Ik vergeef hem dat graag, zowel omdat ik van robuste discussies hou als omdat ik het waardeer dat hij als bisschop de openbare discussie is aangegaan. Dat is helaas in het verleden veel te weinig geschied, omdat bisschoppen leken te menen dat het hoge ambt dit niet toelaat. Het tegendeel is waar: wie een ambt draagt, moet bereid zijn tot het afleggen van verantwoording in het publieke debat.

Ik moet bekennen dat mijn waardering zich niet in dezelfde mate uitstrekt tot de inhoud van de argumenten die bisschop Bomers hanteert. Vooreerst, ik blijf het nodig vinden om een onderscheid te maken tussen de regering van de staat Vaticaanstad en de paus als hoofd van de katholieke kerk, ook al worden deze beide ambten in een persoon verenigd. Anders dan mijn opponent meent, heeft Nederland geen betrekkingen met 'de Heilige Stoel', maar met een ministaat die 'Stato della Citta del Vaticano', Vaticaanstad heet. Iets anders is dat, bij wege van hoffelijkheid jegens de traditie, nog de aanduiding 'ambassade bij de Heilige Stoel' in zwang is, zoals onze ambassadeur in Londen nog is geaccrediteerd bij 'the Court of St. James'.

Toen de Kamer op 11 november 1925 in meerderheid een motieKersten (SGP) steunde, strekkende tot opheffing van 'het gezantschap bij de paus', was dit in objectieve zin te begrijpen, al speelden helaas anti-papistische motieven mede een rol (de reactie van mr. K. Groen in Trouw van 11 maart verstrekte hierover interessante informatie). De paus had op dat moment geen onbetwiste volkenrechtelijke positie, sinds in 1870 de Pauselijke Staat door toedoen van de garibaldisten in het Koninkrijk Italie was opgegaan. Het hebben van een politiek gezantschap bij kerkleiders is immers geen usance: waarom dan niet ook bij de oosters-katholieke patriarchen, bij de opperrabijn in Jeruzalem en bij diverse islamitische leiders? Pas bij het Verdrag van Lateranen van 1929 erkende het Mussolini-regime de zelfstandigheid van het stukje Rome waar de paus zetelde, zodat deze daarbinnen enige soevereiniteit kon uitoefenen en gevrijwaard werd van onderworpenheid aan een bepaald staatsburgerschap.

Machtsmiddelen

Met erkenning van het nut daarvan is tevens het gevaar zichtbaar: het gebruik van seculiere statelijke machtsmiddelen voor een geestelijk doel. Daardoor heeft aartsbisschop Paul Marcinkus zich kunnen onttrekken aan gerechtelijke vervolging terzake van het kerkelijk geld dat hij in zeer bedenkelijke projecten had gestopt, hetgeen ook gemakkelijk werd gemaakt doordat het Vaticaan geen openbare begroting heeft zoals andere staten.

Daardoor kan Vaticaanstad ook ambassadeurs accrediteren bij andere staten, nuntiussen die weinig anders te doen hebben dan zich bemoeien met de interne kerkorde van de katholieken in het land waar zij resideren (van een andere gezant zou niet worden aanvaard dat hij zich zo indringend met de binnenlandse aangelegenheden bemoeit). Dat gebeurt met name ook bij bisschopsbenoemingen, zoals wij hebben mogen ervaren, alsook bij bisschoppelijke abdicaties (recentelijk bij bisschop Gijsen en bij het gedwongen aftreden van bisschop Bar).

Vervolgens houd ik vol dat onze regering beter niet bij de staat Vaticaanstad kan protesteren als publikaties in diens officiele blad en uitzendingen via radio Vaticana kritiek hebben op onze euthanasiewetgeving. Als Andorra, Liechtenstein, Monaco of San Marino ons zouden kapittelen, dan trekt de regering zich toch ook niets daarvan aan? Is het de paus die spreekt over zaken het geloof betreffende, dan is dat een andere zaak. Maar dan kunnen we beter niet langs seculiere, diplomatieke weg reageren. Als de regering iets wil, dan kan zij dat beter doen aan de paus als zodanig, niet aan het staatshoofd van Vaticaanstad. De regering kan de Nederlandse bisschoppen bijvoorbeeld verzoeken een bericht over te brengen. Dit benadrukt dat het gaat om de paus in zijn herderlijke ambt.

Beter nog is het, zo heb ik betoogd, om de discussie te beperken tot die met de Nederlandse bisschoppen. Die weten waar het over gaat, hebben zich trouwens al gemotiveerd uitgesproken tijdens het euthanasiedebat. Die zijn dus beter gelegitimeerd om in zo'n Nederlandse kwestie namens de katholieke kerk te spreken, zeker als voortaan bij hun benoeming meer acht wordt geslagen op de wensen van het kerkvolk dan tot nog toe onder paus Jan Paul II is gedaan.

Bisschop Bomers wil niet dat ik schrijf dat "de westerse traditie" wil dat de bisschop van Rome "de eerste onder zijns gelijken is" . De paus heeft volgens hem "een universeel herderlijk gezag als plaatsbekleder van Christus en opvolger van Petrus" , zodat zijn medebisschoppen niet zijns gelijken zouden zijn. Zoals Haarsma in zijn pastoraal verantwoorde reactie van 12 maart terecht schreef, een bisschop ontleent zijn gezag aan zijn wijding. In die zin is hij - meen ik toch - de gelijke van de bisschop van Rome.

Ik verbaas me hoe 'ultramontaans' (Rome-gericht) bisschop Bomers zich opstelt. Wat ik heb willen benadrukken, is dat de Nederlandse kerk in deze tijden juist eigenheid nodig heeft, om herkenbaar te blijven voor het kerkvolk. Dit is niet meer gewend om decreten te volgen van een ver en ondoorzichtig Vaticaans apparaat. Het kijkt naar zijn eigen bisschoppen en wil met hen een open dialoog onder meer via een door Haarsma terecht bepleit "oecumenisch concilie" . Daarin passen wel pauselijke uitspraken, maar niet de tussenkomst van een Vaticaanse nuntius. Bisschop Bomers had mijn betoog daarom juist moeten beschouwen als steun voor zijn positie.

De blijvende diplomatieke erkenning van Vaticaanstad hoeft overigens niet mede te brengen het feitelijke aanwezig zijn van een gezantschap in Rome of van een nuntiatuur hier. In Rome zou onze ambassadeur bij de FAO (VN-organisatie tegen de honger) deze taak ook op zich kunnen nemen. Ook zou de ambassadeur in Bern tevens bij Vaticaanstad kunnen worden geaccrediteerd. De nuntiatuur hier kan bijvoorbeeld vanuit Brussel worden waargenomen.

Waarmee geld vrijkomt bij onze diplomatie voor werk in de jonge staten van Oost-Europa, en bij de kerk voor verkondiging van de Goede Boodschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden