Scheepswrak

ROB SCHOUTEN

Van rampen, of ze nu door de natuur of door mensenhand worden veroorzaakt, gaat iets fascinerends uit dat het menselijk verstand tart, een fascinatie die menigeen vol schaamte toegeeft al kan hij er toch niks tegen uitrichten. Zo is onze hele epoche gepokt en gemazeld door de beelden van 9/11 die je steeds opnieuw onthutst kunt bekijken, met de tsunami van 2005 op de tweede plaats. Om met Theo Maassen te spreken: "Dat is het mooie van rampen. Dat opeens kraakhelder wordt wat belangrijk is en wat niet belangrijk."

Niet voor niets bestaat er zoiets als ramptoerisme, weliswaar een lage vorm van reislust maar niettemin moeilijk uit te roeien. Als kind bootste ik graag rampen na, ik liet plastic vliegtuigjes op zolder met een rotje ontploffen en zorgde er geregeld voor dat mijn modeltreintjes ontspoorden, ook heb ik eens geprobeerd een dinky toy in elkaar te timmeren, een niet te onderschatten wandaad trouwens. Mijn grote droom, om het door mij voor mijn verjaardag gekregen model van de Wasa, het schip dat in 1628 een paar minuten na de tewaterlating in de haven Stockholm al zonk, na te bootsen door het in een aquarium te laten afzinken, is nooit vervuld, mijn ouders bezaten geen aquarium.

Het intrigerendste aan rampen is misschien wel het moment als alles voorbij is en de verbijsterde stilte invalt, soms kort, soms lang. Na de meeste rampen wordt de toestand zo snel mogelijk weer hersteld omdat de mensen toch verder moeten. Maar soms blijft die stilte hangen, zoals in het geval van Pompeï, misschien wel de beroemdste ramp uit de oudheid omdat we die nog kunnen naproeven. Een bezoek aan Pompeï overtreft een bezoek aan het Louvre of de Hermitage omdat het geen kunst biedt maar werkelijkheid, de werkelijkheid van na de ramp.

Scheepsrampen hebben datzelfde, het schip zinkt naar de diepte en blijft daar liggen, in dit geval ook nog onbereikbaar voor de goegemeente en het ramptoerisme. Niets zo tot de verbeelding sprekend als een duiker die door de ingewanden van de Titanic dwaalt. Scheepswrakken zijn als het ware de monumenten van alle andere rampen die de mens kunnen treffen. Daarom voelde ik een soort heilige verontwaardiging, niet ongelijk aan die bij de wandaden van IS-beeldenstormers, bij het bericht dat onze gezonken oorlogsschepen in het geniep uit de diepten van de Javazee waren weggesleept om als schroot verkocht te worden. Niet alleen dat het een vorm van grafschennis is, maar ook omdat de geschiedenis wordt onteerd: gestolde of in dit geval verzwolgen geschiedenis.

De dichter Slauerhoff schreef in zijn laatste bundel 'Een eerlijk zeemansgraf' het gedicht 'Het veroordeelde vaartuig' met als laatste regels: 'Dan de aandoening van het eeuwig zwijgen // Dat enkel in de oceanische afgrond heerscht, / waarin geen golven met hun wervelingen / Noch 't licht met scheemring weten door te dringen: / De wereld duister bleef als in het Eerst.' Precies dát vertegenwoordigt zo'n scheepswrak op de bodem van de zee, een oerbeeld van woeste ledigheid. Door schaamtelozen verstoord en aangerand.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden