Schatzoeken rond Blokzijl

Het gaat dramatisch slecht met de grutto, schreef Henk van Halm begin dit jaar. Hij heeft ongetwijfeld gelijk, maar in de Kop van Overijssel zijn ze nog te zien, en vooral te horen, als ze hun duikvluchten maken om kraaien, kiekendieven en ander gespuis uit de buurt van hun nesten te jagen.

Want in dit gebied van water, rietlanden, weiland, lichte glooiingen en houtwallen, is nog niet alle grond ontwaterd en zijn nog niet alle weiden 'veredeld' tot groene biljartlakens. Hier worden door paarde-en boterbloemen geel gekleurde weilanden nog afgewisseld door andere die paars zien van de pinksterbloemen en weer andere in vele tinten groen. Hier kun je nog wegzakken in moerassen of dansen op trilvenen. En hier buitelt de kievit nog volop, laat de wulp zijn rollers horen, en 'dreunt' de roerdomp, want zien doe je de laatste vrijwel nooit. En, zoals gezegd, hier is ook de grutto nog te zien.

Oorspronkelijk bestonden grote delen van de Kop uit veenmoerassen, waaruit vanaf de late Middeleeuwen tot aan de Tweede Wereldoorlog turf werd gestoken, maar lonend was dat al nauwelijks meer aan het einde van de 19de eeuw. Het zouden franciscaner monniken zijn geweest, gevestigd in Giethoorn, die de winning van turf uit laagveen (turf steken uit hoogveen was al veel langer bekend) hebben 'uitgevonden'. De veenwerkers groeven daartoe lange sloten (weren, petof trekgaten geheten) waaruit het veen werd opgebaggerd en te drogen gelegd op de smalle stroken overgebleven grond (legakkers of ribben). Uiteindelijk werden er turven van gestoken en via de havens van Zwartsluis en Blokzijl naar het westen verscheept. Van het grote geld bouwde men daar statige huizen.

Blijkbaar werd ten zuiden van de lijn Blokzijl -Steenwijk slordiger gewerkt dan ten noorden ervan. Waarschijnlijk door armoe gedreven maakte men daar de trekgaten te breed en de legakkers te smal, zodat het land bij zware storm in de golven verdween en er grote open stukken water ontstonden, de Wieden, waarvan de Beulakerwijde het grootste is. Bij de storm van 1776 werd dat het dorpje Beulake fataal; het verdween onder water. Daarom ook bleef het stelsel van trekgaten en legakkers in de Weerribben, waar de turfwinning wat later en voorzichtiger op gang kwam, veel beter bewaard.

De Wieden, nu in bezit van Natuurmonumenten (5000 ha), en de Weerribben van Staatsbosbeheer (ruim 3000 ha), vormen met de omliggende polders een prachtig gebied voor wandelaars, fietsers en watersporters, waarbij gelukkig op veel plekken fors motorgeweld aan banden is gelegd.

Wij beginnen bij station Steenwijk en rijden via de buurtschap de Klosse naar Giethoorn. Je slaat Giethoorn over als je niet een stuk langs de Dorpsgracht met aan weerszijden schitterende boerderijen fietst, maar voor wie wil opschieten, zijn al die bruggetjes en waarschijnlijk vele toeristen een crime. Wie 'Giethoorn in het klein' en zonder toeristen wil zien, rijdt door naar Dwarsgracht, meestal een oase van rust. En er staat de dikste en oudste es (omvang zowat vierenhalve meter) van Nederland. Hij werd rond 1800 geplant en de kooiker Gerrit Janszoon Otter bouwde er in 1882 een huis achter dat nu zo ongeveer wordt opgetild door de enorme wortels. 'Zijn' Otterskooi ligt een paar honderd meter verder.

Via het Jonenpad gaan we naar Jonen, waar de dochter van Mariet ons welkom heet in haar theetuin en ons voor een luttel bedrag de Walengracht overzet. De gracht komt uit in het Giethoornse Meer (geen door menselijk toedoen gemaakte wiede, maar een meer dat stamt uit de ijstijd). Dichtbij ligt het Duiniger Meer en als je daar in de nacht van 23 op 24 augustus rondwaart, loop je de kans de punter van de oude visserman Lute te zien, onbemand en met rafelige zeilen voortjagend over het water. Hij woonde lang geleden in een hutje in de buurt en is zeer waarschijnlijk over boord gevallen toen hij een zware kist met de Blokzijler schat in zijn netten had en die aan boord wilde halen. Van Lute en schat is niets meer vernomen.

In Blokzijl kunnen we zien dat daar in vroegere tijden wel degelijk een schat te halen moet zijn geweest. Bommen Berend, die Noordoost-Nederland teisterde, moet hetzelfde gedacht hebben toen hij in het rampjaar 1672 werd verjaagd en nog gauw de stad plunderde. Maar zijn boot verdween in het Duiniger Meer en later werd de schat visserman Lute fataal. Voor het verdrijven van Berend schonk Willem III Blokzijl in 1672 stadsrechten.

De rijke handelsstad met haar drukke haven viel op tijd in slaap, zodat het niet ten prooi viel aan modernisering en een rondgang rond de havenkolk en de omliggende straatjes zeer de moeite waard is. Van Blokzijl fietsen we over de oude Zuiderzeedijk naar Baarlo, en via Nederland over het fietspad naar Kalenberg, het centrum van de Weerribben. Dan via een prachtig fietspad langs de Kloosterkooi naar de Meenthebrug over het kanaal Steenwijk-Ossenzijl. En langs dat kanaal terug naar Steenwijk.

Dat lijkt een eentonig stuk, maar fietsen langs een kanaal, zonder geteisterd te worden door auto's, met links de glooiingen van het Steenwijkerwold, rechts de Weerribben, en in het vizier de toren van Steenwijk, is een verademing. En wedden dat we ook daar weer grutto's zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden