Schatten van de kans op recidive moet beter, maar dat kan niet altijd

Een medewerker van een tbs-kliniek aan het werk.Beeld ANP XTRA

Rechtbankadviseurs zouden te weinig naar de strafrechtelijke dossiers kijken bij het voorspellen van de kans op recidive.

Ja, het is de 'gouden standaard' om statistische gegevens te gebruiken bij het inschatten van de kans dat zedendelinquenten na hun straf opnieuw ontsporen. Maar er zitten haken en ogen aan die methode en daarom kan die niet altijd consequent toegepast worden.

Dat zeggen Reclassering Nederland en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP) op de kritiek van Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Die stelde in haar rapport 'Gewogen risico' dat het inschatten van de recidive-risico's vaak niet met de beste methoden gebeurt. Maar dat kán ook niet altijd, zeggen de reclassering en het NIFP, bijvoorbeeld omdat veel verdachten een zedendelict ontkennen.

Volgens Dettmeijer maken adviseurs van rechtbanken te sporadisch gebruik van de zogeheten actuariële methode, waarbij onder meer wordt gekeken naar iemands strafrechtelijk dossier. In onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië wordt dit wel gebruikt en komen rechters tot een betere score voor het recidive-gevaar.

Dettmeijers kritiek komt op een beladen moment. Afgelopen week ontstond onrust toen bleek dat Michael P., die wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van Anne Faber, al eerder is veroordeeld voor verkrachting van twee tienermeisjes. Hij weigerde destijds onderzoek in het Pieter Baan Centrum en kreeg alleen een gevangenisstraf en geen tbs opgelegd. De rechter had dat laatste wel kunnen doen. Bij weigering van behandeling moeten rechters inschatten hoe groot het gevaar is dat iemand opnieuw in de fout gaat.

Professioneel oordeel

Volgens Reclassering Nederland wordt in de meeste zedenzaken het statistische instrument waarop Dettmeijer doelt, wel degelijk toegepast. Maar behalve die methode wordt ook afgegaan op het 'professionele oordeel van deskundigen' bij het wegen van het risico van recidive. "We gaan nooit af op slechts één instrument", zegt woordvoerster Mariska Cheret.

Inderdaad, in 23 procent van de gevallen doet de reclassering geen uitspraak over het recidive-risico, zoals Dettmeijer vaststelt. Dat is volgens de reclassering omdat er van die verdachten geen informatie beschikbaar is, bijvoorbeeld doordat hij of zij niet eerder in aanraking met strafrecht is geweest. Ook wordt de actuariële methode niet toegepast op vrouwen, omdat die op die sekse nog niet is getest; het aantal vrouwelijke verdachten is te gering om daar wetenschappelijke uitspraken over te doen.

Het NIFP doet zelfs in 47 procent van de gevallen geen uitspraak over de kans op herhaling. Dat heeft volgens het NIFP te maken met het feit dat veel verdachten een zedendelict ontkennen. "Dat maakt het doen van een uitspraak over recidive-risico, bij een nog niet bewezen delict, erg moeilijk", zo luidt de verklaring. Het NIFP zegt tegelijkertijd de statistische instrumenten wel als de 'gouden standaard' te beschouwen. Medewerkers worden geschoold in het gebruik van die methode.

Het NIFP kan zich wel vinden in de aanbeveling van de nationaal rapporteur dat 'de risicotaxatie leidend moet zijn bij het oordeel over de mate van toezicht en de behandelingsintensiteit ter voorkoming van recidive'.

Lees ook: Nationaal Rapporteur: Herhalingsrisico van zedendelinquent wordt niet goed beoordeeld

Lees ook: Hoe kan de samenleving beter worden beschermd tegen zedendelinquenten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden