Schat, wat doe je in juli? (1)

Hij is nu vrij hoog. Niet in rang, maar toch belangrijk. Hij begeleidt o.a. de gele-truidrager naar het tv-podium, naar het Walhalla, naar het commerciële doorgeefluik. Dan, als de held zijn verhaal doet, leunt Henri (Toon) Manders achteruit en overziet het slagveld. Vroeger, in zijn tijd als ronderenner, kwam hij hier zelden of nooit. Hij was knecht, vooral van Adri van der Poel en reed in La Grande Boucle altijd voor anderen. Ja, hij won één maal en niet zo kinderachtig ook. Samen met vriend Teun van Vliet was hij op weg naar Roubaix. Van Vliet wilde hem flikken maar kreeg kramp. Manders lachte in zijn vuistje en won. De twee waren een paar jaar geen vrienden meer.

Geboren in Den Haag, opgevoed in Drunen, Brabantse tongval, nu licht beïnvloed door het (perfecte) Frans dat hij spreekt. Woont in Houfalize, in de Belgische Ardennen. Wil dichtbij zijn zoontje zijn, want na de scheiding bleef hem duidelijk dat een kind zo'n beetje het mooiste bezit ter wereld was en is. Reed een mooie loopbaan bij elkaar: vroeg aangenomen bij de Belgische ploeg Jacky Aernouts. Samen met Poel en de talentvolle, onstuimige Eric Vanderaerden. Reed in zijn eerste jaar veel te veel (zegt: 'Twee grote rondes, alle klassiekers en nog vele kleine rittenkoersen. Ze zeggen wel eens dat ik mijn talenten in dat jaar opgebruikt heb.') en zag in dat hij in de buurt van Poel nog wel eens een behoorlijke loopbaan in de profwielrennerij kon doormaken. Verhuisde naar Kwantum, droeg het shirt van PDM en tekende later voor Helvetia waar de ploegleider Paul Koechli was. Manders: “Die man was veel te intelligent voor de wielersport. Hij dacht anders dan hier gewoon is. Hij kwam met aangepaste trainingsschema's, andere voeding en hij gebruikte als eerste een computer om gegevens van renners op te slaan. Na enige tijd zag Hinault in dat Koechli de man was die hem verder kon brengen. Na uit het fietsen gestapt te zijn heeft hij een reis om de wereld gemaakt in een vliegtuigje.”

Wat gebeurde er met Manders toen hij na zeven Tour-deelnames terug moest naar het normale leven? Lachend: “Ik ben niet zielig hoor. Die indruk bestaat wel eens van renners die koste wat kost in de Tour willen blijven hangen. Ik heb een goeie baan en ben hier omdat ik het leuk vind en omdat ik hier contacten opdoe. Ik verkoop immers fietsonderdelen.” Via zijn vroegere manager Agnes Pierret is hij eerst de Tour binnengekomen als chauffeur van een gastenwagen. In die dagen was hij huisman, bouwde hij aan zijn huis en vond het wel een leuk idee weer eens naar de Tour te komen. “Maar dat chauffeur zijn lijkt leuk, maar je moet met die gasten alleen maar eten en drinken en dat is niet goed voor een jonge vent (slaat zich op de ietwat rondere buik). Ik heb het nu relatief makkelijk. Ik doe mijn ronde langs de commentatoren, vertaal wat en zorg dat de etappewinnaar en de gele-truidrager niet te lang opgehouden worden.”

Iedereen in de Tour kent hem nog. Zijn lach, zijn eeuwige lach met de smal toegeknepen ogen staat nog steeds op zijn gezicht. Voor velen is het Toontje, maar vrij streng sommeert hij me 'tje' maar weg te laten. Het is nu Toon. Vier weken Tour is een druk, maar gezellig uitstapje voor hem. Voor zijn baas (hij is vertegenwoordiger voor de Benelux en de Scandinavische landen) rijdt hij 120 000 kilometer per jaar, nu is het even rustig in de chaos van de Tour. Neen, hij heeft niets te klagen. Hij zegt geen domme dingen te hebben gedaan als renner. Hij hoeft niet af te kicken. Verhalen over ontspoorde ex-collega's doet hij met schouderophalen af: “Onbegrijpelijk. . . ik heb wel wat gedaan, maar nooit het zware spul.”

Van zijn fietsen heeft hij een mooi huis overgehouden en als geluk ongeveer is hoe hij nu leeft, dan is hij gelukkig geworden. “Het feit dat ik niet meteen een baan had, deed mensen denken dat ik in dat zwarte gat terechtkwam. Dat was niet waar. Ja, ik ben huisman geweest. Dat kan toch.”

Voor een onkostenvergoeding werkt hij nu in het pak van de Tourorganisatie. 's Avonds om tien uur zoekt hij zijn bed op. Hij praat met Jan en alleman, kent de renners en men kent hem nog. Een aardige Brabander die ooit naar de mts ging, maar van die opleiding niets overgehouden heeft. “Ik wilde eigenlijk politieagent worden. . .dat leek me vroeger mooi. Nu niet meer. Eigenlijk heb ik vreselijk de pest aan die kerels. Ik ben een rustig type, maar mensen in uniform en dan vooral met een snor maken me wild. Dan krijg ik vlekjes. Gek hè?”

Dan loopt hij verder over het podium. De gele-truidrager volgt hem gedwee. Manders heeft een teken gegeven aan Paul Sherwen, ex-collega die nu voor de Britse tv werkt. Sherwen krijgt een voorkeursbehandeling. Manders blijft coureur. Hij flikt de anderen. Met een lach.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden