Opinie

'Schat, jij bent zo glad als een aal'

UTRECHT - Heimwee naar de seventies? Joop van den Ende Theaterproducties vond in het Utrechtse Beatrixtheater de oplossing. Alhoewel de top van de seventies-revival waarschijnlijk al over is, flirt de nieuwe musical 'Saturday night fever' met de opgeleefde liefde voor de strakke glimmende nylon blouses, oranjepaarse broeken met wijde pijpen en discoglitterballen die de jaren zeventig domineerden.

Gezien de gretigheid waarmee het première-publiek zich zondag had uitgedost, compleet met enorme afro-pruiken en gouden kettingen, is het waarschijnlijk een slimme marketingzet om groepen swingende feestbeesten het theater in te lokken. Bovendien kunnen liefhebbers die de smaak te pakken hebben, na de voorstelling de speciaal ingerichte seventies-disco bezoeken.

In 1998 verscheen in Londen de eerste uitvoering van 'Saturday Night Fever - de musical'. Musical? Jawel. De film uit 1977 waarin John Travolta legendarisch debuteerde als de vrouwenverslindende macho Tony Manero die zaterdags voor een danskoorts zorgt op de discodansvloer, zit weliswaar vol met beroemde hits van de Bee Gees, zoals: 'Stayin' alive', 'Night fever' en 'How deep is your love', maar de acteurs zingen geen noot. De muziek is achtergrond- en dansmuziek. Maar in de musical zingen de acteurs alles zelf, waardoor songs kunnen dienen als uitingen van hun karakter.

Daarin zit gelijk een probleem. De liedjes zijn geschreven als popsongs en niet als dramatische liedjes. Niet zo erg als je er op danst, maar als je het in je verhaallijn gebruikt, en nog erger: als je ze vertaalt, vallen ze inhoudelijk aardig door de mand. Hoewel vertaler Daniël Cohen de teksten in de Nederlandse versie regelmatig een tikje meer dramatische gevoelens en wendingen meegaf dan de originele teksten, blijven het vaak clichématige uitingen zoals: 'Schat jij bent zo glad als een aal', of: 'ik zat veel te lang in zak en as'. De kracht van de musical zit zoals te verwachten viel in de spetterende dansscènes: uitgaansavonden in een flitsend vormgegeven discotheek, dansrepetities en de finale van een discodanswedstrijd. De musical is een feest vol seventies-karikaturen die virtuoos swingen, springen, met wijsvingers zwaaien en lijken te vliegen in de dynamische choreografie van Sarah Miles. De brave filmpasjes verbleken bij de hippe acrobatische toeren die de musical-dansers uithalen. Niet helemaal getrouw meer aan hoe men in de seventies danste, maar wel tegemoetkomend aan de smaak en hoge eisen van het verwende publiek van de 21-ste eeuw. Alles begeleid door een pittig orkest met veel koper en slagwerk - dat de zang helaas nogal eens overstemt.

Toch is 'Saturday Night Fever' niet alleen maar feest. Veel spelscènes worden met dezelfde kracht gebracht als de zang/dansequenties. Het gevolg: overschreeuwde scènes die ongeloofwaardig worden en tegelijkertijd het prettige dansgeweld onnodig ophouden. Vlees noch vis dus: te weinig inhoud en toch een breuk in de flitsende show. Dat geldt met name voor de eerste helft. In deel twee komen de personages meer tot leven. Joost de Jong bokst als Tony aardig tegen het beeld van Travolta op. Maar zijn Tony is wel héél erg braaf. Claudia de Graaf brengt als Annette, het meisje dat Tony tevergeefs adoreert, wat power in het spel. Maar met name Duncan Anepool, in de relatief kleine rol: Bobby C, een jongen die zijn meisje zwanger maakt en van de brug springt, laat het publiek meeleven. Hij toont een gevoelige jongen, onbegrepen door zijn vrienden die het druk hebben in het zwoele gewoel op de dansvloer. Voor liefhebbers van een musical-met-inhoud is het dus soms wat zoeken naar pakkend drama, en voor discofanaten: tussen de spelscènes door lekker meeswingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden