Scharrelen is ook niet alles

Bij de Janssens thuis geloven ze heilig in de legbatterij. Maar leg dat een ander maar eens uit, dat is niet zo makkelijk. “Je voelt je soms net een crimineel als je zegt dat je een legbatterij hebt”, zegt Marlies Janssen. Samen met haar man Noud houdt ze 90 000 kippen in vijf stallen met onafzienbare rijen kooien.

Zoals zoveel pluimveehouders zijn ze geschrokken van de coalitie die de dierenbescherming heeft gesloten met Natuur en Milieu om ten strijde te trekken tegen de legbatterij. In het nieuwe regeerakkoord staan ook al dreigende woorden. “Het is alsof ze zeggen: 'Janssen, je hebt de milieuproblemen mooi opgelost, maar je moet nu wel 30 procent van je kippen inleveren'. Heb ik daarvoor zes jaar lang geïnvesteerd en nagedacht?”

Het bedrijf van Janssen in het Noord-Limburgse Meerlo is amper als kippenboerderij herkenbaar. Achter het woonhuis strekken zich lange bakstenen gebouwen uit. Er zitten geen ramen in, het zouden opslagloodsen kunnen zijn. Alleen het gezoem van ventilatoren wijst op activiteit.

Bij een deur hangt een bordje: 'Alleen toegang met bedrijfskleding'. De bezoeker moet zich in een witte weggooi-overall wurmen en blauwe plastic slofjes over zijn schoenen trekken. Alsof je een kerncentrale binnengaat. Maar het moet, Noud Janssen is als de dood voor ziekten en plagen. Hij maakt alleen een uitzondering voor zijn vader. “Mijn vader is begonnen met dit bedrijf. Dat was in een heel andere tijd. Hij vindt het allemaal flauwekul, die pakken. Dat laat ik maar zo.”

Pas binnen in de loods hoor je het getok van kippen. Zonder die te zien, aanvankelijk. Dikke buizen en metalen stellages vullen het beeld. Maar tussen al dat metaal ritselt het van de kippen. Felle oogjes priemen onder de afhangende rode kam die ze als een baret scheef op de kop dragen. De stal is bijna onafzienbaar. De rijen met kooien gaan honderd meter de verte in. Aan beide kanten van het looprooster, eronder en erboven, staan de kooien negen hoog gestapeld.

Witte eieren rollen uit de kooien op een band, die één keer per dag naar de pakruimte wordt getrokken. Een andere band trekt op vaste tijden het voer langs de kooien. “Regelmaat is belangrijk voor de kip”, doceert Noud Janssen. “Ze gaan om zeven uur 's avonds slapen, na acht uur gaat het licht weer aan en nog eens zes uur later komen de eieren.”

Dierenbeschermers hebben een hekel aan dit soort stallen. Dieronwaardig, noemen ze die. Ze geloven in de scharrelstal. Maar andere actievoerders, de milieubeschermers, hadden niet zoveel op met die scharrelstallen. Want daar komt veel meer ammoniak vrij uit de mest. Dat zou weer verzuring in de hand werken en dat zou weer slecht zijn voor het milieu.

Toch hebben milieubeschermers nu de dierenbeschermers gevonden: als er in die scharrelstallen meer ammoniak vrijkomt, dan moet het aantal kippen maar omlaag. Op termijn moet Nederland 30 procent minder kippen tellen.

“Heel slim”, noemt Noud Janssen de overeenstemming tussen dierenbescherming en milieu. “Maar wel kortzichtig”, voegt hij er venijnig aan toe. “Alsof die scharrelstallen zo goed zijn voor de kip. Ze lopen dan wel rond, met z'n zevenen op een vierkante meter. Maar ze vechten elkaar kapot. Nog erger is het op een biologische boerderij. Je hoort verhalen dat er van de duizend kippen na een jaar nog maar zevenhonderd in leven zijn.”

Het probleem zit in de aard van het beestje, dat in een groep wil vechten om het chefschap. Met hun scherpe snavel hakken ze in op de concurrenten. “Zodra er bloed is, zijn ze niet meer te houden”, zegt Janssen. “Ze vechten tot ze er bij neervallen en dan steekt het kannibalisme de kop op.”

Dat beeld van kannibalistische kippen past amper bij de romantische reclamebeelden van gelukzalig gescharrel rond een boerderij met mooie bomen. “Het is een kwestie van marketing. De legbatterij heeft niet zulke mooie beelden, maar wel goede argumenten.”

“Bij rondlopende kippen heb je het probleem dat ze met hun poten door de mest banjeren. De eieren kunnen ook in de mest liggen. Dan komt de volksgezondheid om de hoek kijken. In de legbatterij hebben we alles onder controle. Ziekten zijn vrijwel uitgebannen, al blijven we oppassen. Vooral salmonella, dat is gevaarlijk. Maar in de legbatterij heb je ook daarop meer greep.”

De mest van Janssens kippen valt in een bak, en wordt gedroogd door de warmte van de dieren zelf. De afgevoerde warmte wordt opgevangen en nog eens gebruikt voor verdere droging. Dan kan de ammoniak in de mest niet meer verdampen in de vrije lucht.

Toen Noud Janssen het bedrijf begin jaren negentig van zijn vader overnam, stond er een grote kop in het Dagblad voor Noord-Limburg: 'Legbatterij ten dode opgeschreven'. Dat zullen we nog weleens zien, dacht hij. Maar nu moet hij toegeven dat de legbatterij in de ogen van de consument het pleit allang heeft verloren. “Ik kan bij hoog en bij laag beweren dat als je zorgt voor goed voer, vers water, een vast ritme en een lekker klimaat, de kip zich happy voelt. Maar de mensen willen de kip zien als een mens of een hond. Er komt een hoop emotie bij. Daar kan ik niets mee. Die emoties kosten wel geld als ik gedwongen wordt onrendabele systemen in te voeren. Dat moet ik kunnen terugverdienen, anders heeft dit bedrijf geen zin. In Polen en Amerika hoeven ze die emotie niet af te kopen. Dus daar zouden onze eieren in de toekomst weleens vandaan kunnen komen.”

Wat het bedrijf van Noud Janssen ontbeert aan romantiek, is volop aanwezig op landgoed Het Spelderholt in de bossen bij Apeldoorn. In een kasteeltje zetelt de denktank van de kippensector. Verdekt tussen de bomen staan de stallen waar het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij reeksen onderzoeken doet om welzijn, milieu en bedrijfsvoering af te wegen.

Directeur Gerrit Heusinkveld was al op de hoogte van de coalitie in aanbouw tussen dieren- en milieubeschermers. “We hadden al goed contact met de Dierenbescherming. Die kregen altijd ons onderzoekprogramma voor commentaar toegestuurd. Maar er was tot nog toe geen contact nodig met de milieubeweging, want problemen waren er eigenlijk niet meer.”

Nu is Heusinkveld ook gaan praten met Natuur en Milieu. “Ik heb de indruk dat ze zich daar nog moeten inwerken in deze materie”, zegt hij diplomatiek. “We hebben al zo veel onderzocht. Maar steeds weer zie je dat als je het welzijn van de dieren verbetert, je het milieu verslechtert en andersom. Het blijft plussen en minnen.” De 'vondst' om de kippenbevolking met 30 procent in te krimpen vindt bij Heusinkveld geen genade. “Dat maakt de kosten zoveel hoger dat het Nederlandse ei geen kans meer maakt op de markt.”

Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van centen. Een kippenhouder moet één cent verdienen op een ei met een kostprijs van bijvoorbeeld tien cent. In de Verenigde Staten is de kostprijs hoogstens zes cent, weet Heusinkveld. Het zou nog eens zes cent kosten om een Amerikaans ei naar Nederland te exporteren. Daarmee is dat ei nu nog twee cent duurder dan een Nederlands ei. Maar die twee cent verschil is zo verdwenen met extra overheidsmaatregelen. Dichterbij dan VS ligt Polen. Technisch zijn ze daar nog niet zo bij de tijd, maar hun kosten zijn laag. Dus ook Poolse eieren kunnen hierheen rollen.

“Ik heb hier politici op bezoek gehad”, vertelt Heusinkveld. “En dan zegt Ter Veer van D66: één cent per ei extra, dat is toch een lage prijs voor betere huisvesting. Dan zeg ik: ja, maar de kwaliteit van het ei is dan minder. Om een beter ei te krijgen, moet je meer investeren in een bedrijf en dan wordt het ei nog eens één tot anderhalve cent duurder. Dat begint aan te tikken op een bedrijf met 30 000 kippen die elk 300 eieren per jaar leggen. Dan praat je over 90 000 gulden extra kosten, dat is ongeveer een arbeidsinkomen op zo'n bedrijf.”

In de onderzoeksstallen wordt nu gewerkt aan een prettiger kooi voor de kip. Deze 'welzijnskooi' wordt op Het Spelderholt 'Project 1030' genoemd. Vijf traditionele kooien zijn aan elkaar gekoppeld zodat de dieren meer bewegingsmogelijkheden hebben. En er is ruimte gevonden voor een legnest, zitstokken en voor een liefhebberij van de kip: stofbadderen in strooisel. De kip vindt het toevallig leuk om dat strooisel naar achteren te krabben, dus het bad is zo leeg. Met een rooster erop is dat probleem verholpen. Een andere oplossing is een matje van kunstgras. “Toch is de dierenbescherming niet tevreden”, zegt Heusinkveld. “Dat is schijnstofbadderen, vinden ze. Maar is dat zo erg? vraag ik me af. Op zo'n matje badderen ze inderdaad wat minder lang. Maar is hun welzijn daardoor minder? Ik kan hier tijdens de lunchpauze naar buiten wandelen in de bossen. Maar ik doe het haast nooit, omdat ik hier in de kantine met collega's zit te praten. Is mijn welzijn daardoor minder?”

De voorlopige conclusie bij Project 1030 dat de welzijnskooi nog niet rijp is voor de praktijk. De kwaliteit van het ei valt tegen en de kostprijs is te hoog. De wetenschappers zoeken verder. Heusinkveld: “We moeten oppassen dat we niet ons eigen straatje schitterend schoonvegen en dan eieren moeten kopen uit landen waar ze weinig doen aan welzijn en milieu.”

Ook 'agrarisch ondernemer' Noud Janssen juicht al dat onderzoek toe. “Maar ik zou ook als vakman graag serieus worden genomen. Ik zit mijn leven lang tussen de kippen. In de praktijk zie je dingen die je in een kleine onderzoeksstal niet ziet.” Janssen is dik tevreden met de oplossing die hij voor zijn mest heeft gevonden. Hij vermengt die met GFT-compost en exporteert de mix als bodemverbeteraar naar graanboeren in Noord-Frankrijk. “Die zitten daarom te springen. Er is daar een groot tekort aan goede mest. Ik krijg daar duizend gulden voor een vrachtwagen terwijl een Nederlands akkerbouwer geld toe wil hebben op mijn mest. Die vrachtwagen van mij neemt mais en gerst mee terug en dat gaat hier in het veevoer. Het loopt als een trein. Zo kunnen we in de praktijk veel meer problemen oplossen.”

Toch blijft hij vrezen voor zijn legbatterij. “Kijk naar Denemarken. Daar was de legbatterij een tijdje verboden. Ze zijn daarvan teruggekomen. Maar het eind van het liedje is wel dat ze geen eieren meer exporteren, maar moeten invoeren. Ik vind het prima. Ik stuur nu elke week een vrachtwagencombinatie met eieren naar Denemarken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden