Schapendief

Er waren schapen gestolen. In Erlecom, in Well en Ammerzoden, op andere plaatsen. Schapen. Mijn gedachten sloegen op hol bij het bericht. Andere dieven hadden de putdeksels in Velp gejat en onlangs was er nog een inbreker overleden die het op een stel volièrevogels had voorzien. De economische crisis dreef sommige mensen kennelijk tot wanhoop. Nu dus schapen. Ik dacht aan mijn tijd in het Drentse plaatsje Amen waar ik vorig jaar tien dagen lang als literaire schaapherder had gefunctioneerd. Iedere dag at ik bij andere mensen in het dorp want dat deden de schaapherders daar vroeger ook. Rondeten heette dat. Maar een schaap had ik er niet gezien, ik was een nepherder. Echte schaapherders waren niet meer nodig, ze waren tot het gilde van de mythische figuren gaan behoren, de sprookjespersonages: herders en herderinnetjes die in een paradijselijke wereld met elkaar stoeiden, de koningszoon kwam langs en koos een mooi herderinnetje als zijn vrouw uit. Misschien liep er ergens nog een doodenkele schaapherder rond, bij wijze van folkloristische attractie, met misschien wel een officieel diploma op zak. Enfin, schapen dus. In de jeugdfilm 'Babe' werden ook schapen gestolen. Ze werden verondersteld ontzettend stom te zijn, maar Babe sprak met ze en kreeg ze zo ver dat ze op de schapendrijverswedstrijd keurig naar hem luisterden en de hoofdprijs wonnen. Waren schapen echt dom? In de reportage over de gestolen schapen duwde een van de beesten z'n snuit in de camera, je zag de gele ogen, de lelijke tanden. Hans Dorrestijn had over hun nachtmerrieachtige kant geschreven: 'Ik moest een schaap een tongzoen geven'. Inderdaad, daar moest je niet aan denken en daarom deed je het toch. Toch hadden ze ook juist iets menselijks. Misschien lijken we dan fysiek wel op apen maar als het om ons gedrag gaat staan we dichter bij schapen. Ook wij zijn kuddedieren en volgen de anderen: Als er één schaap over de dam is volgen er meer. In het christendom was het zelfs een mooi symbool geworden voor de christelijke gemeente: De Heer is mijn herder. De pastoor of predikant was een herder, en de schapen vormden zijn gemeente. En als je niet kon slapen telde je schapen, geen apen of paarden. Schapen worden er niet vaak meer gestolen in Nederland, meldde de nieuwslezer maar op internet las ik anders: Diefstal van schapen komt op het platteland regelmatig voor. Meestal gaan de dieren direct door naar de slachterij en wordt het vlees verkocht. Ze werden niet gestolen voor de liefhebberij. Dat was er misschien nog wel het treurigst aan, een schaap was een economisch goed. Ik las dat een schaap honderdtien euro kost. Niet veel. Maar kennelijk toch de moeite waard voor een dief. Een putdeksel kostte ook ongeveer honderd euro. Misschien was dat de drempel waarop een gewone wanhopige burger tot dief wordt. Het had allemaal iets navrants vond ik. Er waren overigens zo'n driehonderd gestolen schapen teruggevonden. Dat was het goede nieuws, maar van de schapendief geen spoor. Die zat rustig thuis, wetend dat zo'n lief, stom beest hem nooit zal verraden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden