Schalie, de film

De spectaculaire productie van schaliegas en -olie in de Verenigde Staten zet de wereld op zijn kop. De Amerikanen hebben de oliesjeiks straks niet meer nodig.

Het zou een aardige Hollywood-productie kunnen zijn. Openingsscène: Texas, 1981. Close-up van George Phydias Mitchell, een Grieks-Amerikaanse zakenman, projectontwikkelaar, filantroop en vader van tien kinderen. Mitchell heeft van geologen geleerd dat er grote hoeveelheden gas aanwezig zijn in diepgelegen, keiharde leisteenlagen, de zogeheten schalies. Dat gas wil hij koste wat het kost boven krijgen.

Mitchell investeert zes miljoen dollar in nieuwe boortechnieken. "Je verspilt je geld, Mitchell", zeggen ingenieurs tien jaar lang, na de zoveelste mislukte poging. Maar hij houdt vol.

Ten Years Later.

Begin jaren negentig beginnen de technieken verfijnder te worden en komt het eerste schaliegas uit de Texaanse bodem. Veel stelt het nog niet voor.

Twenty Years Later.

Het is 2013. Iedereen heeft het over de schalierevolutie. Niet meer alleen in Texas, maar ook in North Dakota, Pennsylvania, Moskou, Peking, Buenos Aires, Riad, Brussel, Noord-Brabant en Flevoland - de twee Nederlandse provincies waarvan zeker is dat ze schaliegas herbergen.

Schaliegas (en -olie) is in januari het toverwoord op de jaarlijkse elite-bijeenkomst in Davos, in februari op de internationale veiligheidsconferentie van München en op de Bilderbergconferentie in Arnhem. Als zelfs De Telegraaf zijn grootste chocoladeletters uit de kast haalt - BANEN KWIJT AAN VS, 'Schone energie verkeerde gok' (21 februari) - is duidelijk dat het pionierswerk van Mitchell gevolgen heeft die ook hij niet had kunnen voorzien.

Een jaar of vijf geleden dachten we nog dat we nog maar voor vijftig tot zestig jaar gas uit de aardbodem konden halen. Inmiddels wordt die termijn door optimisten op tweehonderd jaar geschat. Gas en olie zitten in alle continenten van de wereld in de schalielagen verstopt: van Canada tot Argentinië, van China tot Pakistan en van Zweden via Nederland tot Zuid-Afrika.

Terwijl in veel landen een klassieke milieu- versus werkgelegenheidsdiscussie woedt - in sommige landen zijn proefboringen, in andere niet - nemen de Verenigde Staten een enorme voorsprong. De Amerikaanse gasproductie is in zes jaar tijd verzevenvoudigd. Vorig jaar haalden de VS Rusland in als grootste gasproducent. Volgens verscheidene prognoses zullen de VS, ooit 's werelds grootste energie-importeur, rond 2020 gas exporteren.

In Europa hebben we de mond vol van de 'schaliegasrevolutie'. Maar volgens Lucia van Geuns, van huis uit geoloog, tussen 1980 en 2002 werkzaam voor Shell, en nu energie-expert bij het Haagse instituut Clingendael, is die gasrevolutie alweer voorbij. Althans in de Verenigde Staten.

"Ik heb het liever over de schalierevolutie: gas en olie", zegt Van Geuns. "Dat zijn geopolitiek gezien twee verschillende verhalen. Door de gedaalde gasprijs in de Verenigde Staten zie je nu dat de olieputten daar populairder zijn dan de gasputten. Er wordt gewoon weinig verdiend aan gas. Dus richten de meeste producenten zich op het 'natte' gas of schalie-olie, bijvoorbeeld in North Dakota. En het is daar ook nog mooie, lichte olie. Je kunt het als het ware zó in je tank stoppen."

Degenen die het nu over de schaliegasrevolutie hebben, lopen dus eigenlijk alweer achter. "Het gaat om olie: dat is op dit moment de revolutie", zegt Van Geuns. "Schaliegas is inmiddels gevestigd, met die enorme hoeveelheid putten, en de lage gasprijs die industrie aantrekt. Dat maakt de Verenigde Staten nagenoeg zelfvoorzienend. Bij olie is die trend nu aan de gang, en het grote verschil is: olie is een wereldbrandstof, gas is vooral een regionale brandstof. Hoewel: LNG (liquefied natural gas, ofwel vloeibaar aardgas, red.) wordt steeds meer een mondiaal verhandelbaar product."

Volgens analisten zullen de Amerikanen over een jaar of tien nog wel wat olie uit het buitenland nodig hebben, maar alleen uit het nabije Canada, Mexico, Brazilië en mogelijk Venezuela. Gedaan is het dan met de afhankelijkheid van grillige landen in het Midden-Oosten. De machtsbalans in de wereld is aan het wankelen op een manier die niemand kort geleden had kunnen voorspellen.

Nog maar zeven jaar geleden, in 2006, sprak toenmalig president George W. Bush in zijn State of the Union de vaak herhaalde woorden: "Amerika is verslaafd aan olie, dat vaak wordt geïmporteerd uit instabiele delen van de wereld".

Tijdens de laatste State of the Union van 12 februari zei Bush' opvolger Barack Obama: "Nadat we er jaren over hebben gepraat, zijn we eindelijk zover dat we onze energietoekomst in eigen hand hebben."

De schalierevolutie heeft overal op de wereld grote gevolgen. Zo is Rusland voor ongeveer de helft van zijn inkomsten afhankelijk van energie. Vooral de gasexport naar Europa is een pijler van de snel groeiende Russische economie.

Door de lage gasprijs in de Verenigde Staten lijkt een gestage daling van de Europese gasprijs onvermijdelijk. "Dit is levensbedreigend voor Rusland", zegt historicus Rob de Wijk, directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, commentator en Trouw-columnist. "Als de prijzen dalen, dalen de inkomsten van de staat en dat kan binnenlandse onrust veroorzaken."

Volgens De Wijk weten de Russen zich niet zo goed raad met de nieuwe energie-machtsverhoudingen. Staatsbedrijf Gazprom heeft de hele schaliegasdiscussie verwaarloosd. De vraag voor Rusland is: waar gaan ze straks hun geld mee verdienen?"

Van Geuns van Clingendael ziet wel degelijk strategische bewegingen in Moskou, vooral in oostelijke richting. "Er komen op de langere termijn overeenkomsten met China. Voor dat land wordt gas veel belangrijker, als alternatief voor kolen. Er zijn ook nieuwe velden in het oosten van Rusland, en in de poolcirkel. Rusland zoekt naar een diversificatie van afnemers. Daarnaast zal Moskou opnieuw onderhandelen met zijn Europese klanten over de gasprijs, die nu nog aan de olieprijs is gekoppeld."

Dan naar het Midden-Oosten.Over wankelende monopolies gesproken. De Amerikaanse olieverslaving spekte de regio met oliedollars, die de bevolking koest hielden. Met de tanende invloed van olie gaat dat allemaal op de helling, zegt De Wijk, waarbij hij eveneens binnenlandse onrust niet uitsluit. "Saoedi-Arabië heeft tijdens de Arabische opstanden van de afgelopen jaren de morrende bevolking afgekocht", schreef hij onlangs in een column voor de site Energiepodium. "Als de energieprijzen dalen, is dat niet meer mogelijk."

En wat zal er worden van de Amerikaanse drang tot het binnenvallen van olielanden met ongewenste regimes? Leidt de nabije energie-zelfvoorziening ertoe dat Washington zijn mondiale politiepet voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog afzet en zich terugtrekt 'achter de dijken'?

Dat is te simplistisch, zegt Van Geuns. "De Amerikanen hebben altijd de wens gehad dat de olie in de wereld vrij moet blijven vloeien. Dat was zo na de Iraakse invasie in Koeweit (in 1990, red.), dat is nu nog steeds zo. Als Iran de olietransporten zou hinderen door de Straat van Hormoez af te sluiten, lijden de VS ook. Het blijft in hun belang dat de olie vrij wordt verhandeld. Wat ze misschien wel vaker zullen zeggen is: daar sturen wij onze militairen niet meer naartoe. Je zag en ziet dat al gebeuren in Libië, Mali, Syrië. Ze gaan niet meer direct in de frontlinie staan."

Zoals de zaken er nu voorstaan, is Europa de grootste schlemiel van de schalierevolutie, zegt De Wijk. "Europa dreigt de grote verliezer van de mondialisering te worden. De Europese Unie denkt te ouderwets, en er is een enorm antischaliegasplatform actief. We weten nog maar heel weinig over de mogelijkheden en risico's van schaliegaswinning in Europa. Er moeten overal nog proefboringen plaatsvinden, maar bij voorbaat wordt al geroepen: het is gevaarlijk. Het probleem is dat we eigenlijk niets doen. Windmolens zijn horizonvervuilend, kernenergie is gevaarlijk, zonne-energie is dan wel oké maar heeft ook veel haken en ogen, kolen mogen niet want die zijn vervuilend. Er is geen enkele visie over hoe het dan wel moet."

Frankrijk, dat in theorie over de grootste schaliegasvoorraden beschikt in Europa, wil om veiligheids- en milieuredenen nog niet beginnen aan schalieboringen. Ook Duitsland is terughoudend. Groot-Brittannië heeft eind vorig jaar een verbod op het boren in schalielagen ingetrokken; daar komen proefboringen. In Nederland wacht iedereen op de resultaten van een onderzoek naar de risico's van de boringen voor natuur en milieu, dat deze zomer wordt verwacht.

Maar het zou te simpel zijn om de achterstand van Europa op de Verenigde Staten te verklaren in termen van Europees milieuconservatisme en een roekeloze Amerikaanse goudkoorts. Een cruciaal verschil zit in de bodemrechten. In de VS bezit de eigenaar van een stuk grond ook alles daaronder, tot aan de aardkern. In Europa zijn al die bodemlagen eigendom van de overheid. Dat maakt het boren in de VS een stuk minder omslachtig.

In een dunbevolkte staat als North Dakota is weinig administratieve rompslomp nodig om een dag later kilometers diep de grond in te kunnen boren. In het dichtbevolkte Nederland buigt al snel een 'klankbordgroep' zich over de plannen, met vertegenwoordigers van provincies, gemeenten, waterleidingbedrijven, milieuorganisaties en de vereniging van Nederlandse olie- en gasproducenten. Die zal niet morgen een besluit nemen, of het nu voor of tegen boren is.

Intussen twijfelen steeds meer bedrijven die afhankelijk zijn van energie (petrochemie, staal) aan hun activiteiten in het dure en besluiteloze Europa, terwijl gas in de VS spotgoedkoop is. Mochten deze sectoren hun Europese vestigingen inwisselen voor Amerikaanse, dan zou dat de Europese economie verder verzwakken, op het ongelukkigste moment denkbaar.

Hoe deze schaliefilm afloopt, weet niemand. Waarschijnlijk zitten we nog niet eens op de helft van deel één van de schalietrilogie. Velen zullen hopen dat schaliewinning een overgangsfase is naar een tijdperk waarin duurzamere, niet-fossiele energiebronnen de overhand krijgen.

De inmiddels 93-jarige George Mitchell zal in ieder geval alvast in verwondering om zich heen kijken.

Vrees voor aardschokken en bodemvervuiling
Bij boringen naar schaliegas of -olie wordt twee à vier kilometer in de diepte geboord. Vervolgens worden er, in horizontale richting, met explosieven scheurtjes in de keiharde schalielagen gemaakt. Daar wordt onder grote druk een enorme hoeveelheid water, zand, en chemicaliën ingespoten om het opgesloten gas (of olie) los te maken en naar boven te krijgen. Deze techniek heet 'hydraulic fracturing', ofwel 'fracking'.

Tegenstanders van fracking wijzen op mogelijke vervuiling van het grond- en drinkwater door de chemicaliën. Ook is er angst voor aardschokken en bodemvervuiling.

Verder richt de aandacht zich op de gigantische hoeveelheden water, het vele zware vrachtverkeer dat af en aan moet rijden om de boorplaats aan te leggen, en niet te vergeten de schadelijke CO2-uitstoot van de fossiele brandstoffen schaliegas en -olie.

Voor de meeste Europese landen geldt dat er weinig bekend is over de mogelijke schadelijke gevolgen van fracking. Wetenschappers hopen dat proefboringen hun daarover meer vertellen, maar in veel landen zijn die verboden.

Ironisch genoeg is de CO2-uitstoot van de Verenigde Staten de laatste jaren aan het dalen en die van Europa aan het stijgen, geheel tegengesteld aan wat je zou verwachten van hun milieubeleid (of het gebrek daaraan). Verbranding van gas brengt weliswaar CO2-uitstoot met zich mee, maar veel minder dan kolen.

De toegenomen Amerikaanse schaliegasproductie en -consumptie komt langzaamaan in de plaats van die viezere brandstof. In Europa is het andersom: daar zet de hoge gasprijs energiebedrijven er juist toe aan om meer goedkope kolen te verstoken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden