Schaken lijkt meer op topsport dan ik dacht

Wielrenner Fausto Coppi liet zich tijdens de Tour de France door zijn knechten de trappen van hotels opdragen, zo luiden de verhalen. Il Campionissimo wilde zijn benen buiten de koers op geen enkele manier belasten, om op de fiets maximaal te kunnen presteren.

Hier moest ik aan denken toen ik afgelopen week op Radio 1 hoorde dat schaker Anish Giri het liefst zo min mogelijk nadenkt tijdens een schaaktoernooi. Ja, over schaken denkt hij natuurlijk na. Lang en diep. Maar alles daar omheen sluit hij bij voorkeur uit van nadenkerij.

Zo kan het gebeuren dat hij een heel toernooi lang elke dag ontbijt met zalm. Daar heeft hij op dag één zin in, dat neemt hij, en daarmee staat de beslissing voor de rest van het toernooi vast. Hoeft hij daar geen gedachte meer aan te wijden. Ook opstaan, aankleden en zijn hotel verlaten doet Anish op routine, in het kader van maximaal de hersenen sparen.

Ik zie helemaal voor me hoe hij de komende twee weken, tijdens het Tata Steel-schaaktoernooi, elke dag om exact 8.00 uur uit zijn hotelbed stapt, zich om 8.02 uur netjes scheert, om 8.10 uur een glas jus d'orange naast zijn broodje zalm zet en om 8.30 uur naar de toernooizaal vertrekt. Allemaal zonder erbij na te denken.

Met schaken als topsport heb ik weinig op. Ik vind het razend knap, fascinerend, intrigerend. Maar sport? Dat associeer ik met iets fysieks. Volgens mij is schaken bij vergissing ooit een keer in een sportrubriek terechtgekomen en daar vervolgens gebleven, omdat iedereen te lui was het er weer uit te halen. Wat overigens helemaal niet erg is, want ik smul van de verhalen over schaken - begrijp me niet verkeerd.

Juist daarom trof het verhaal over twee weken lang zalm bij het ontbijt me ook zo. Schaken, of althans de manier waarop Anish het beleeft, lijkt veel meer op topsport dan ik dacht: telkens opletten dat je jezelf zo min mogelijk vermoeit buiten de wedstrijden, altijd kijken waar je een paar procentjes kunt winnen.

Op het allerhoogste niveau is eigenlijk elke schaker even goed. Iedereen kent de trucjes, allemaal zijn ze even sterk in stellingen uitdenken. Dan komt het niet alleen aan op hersensparend routineus zalm op je ontbijtbord schuiven, maar ook op psychologische oorlogsvoering, vertelde Anish op Radio 1.

Je ziet het vaak niet eens, zo subtiel gebeurt dat. Je tegenstander laat je met minieme gebaren en geluiden telkens voelen dat je laatste zet flut was. Daar kun je heel onzeker van worden, en dat is precies de bedoeling. De schaker die de lichaamstaal het best beheerst, beheerst ook het spel het best.

Een meester in de lichaamstaal is de huidige wereldkampioen, Magnus Carlsen. De norse Noorse niet-lacher mag dan alles in het schaken al hebben laten zien, hij heeft nog nooit van Anish gewonnen. Ze speelden altijd remise, en tijdens hun allereerste ontmoeting verloor de Noor zelfs. Anish was toen 16, Magnus 20. Nooit eerder verloor de Noor van een schaker die jonger was dan hij zelf. Die herinnering drijft hem nog steeds tot waanzin.

Volgende week woensdag nemen de twee het tegen elkaar op in Wijk aan Zee. Een beladen pot, want het is misschien wel het voorspel op de strijd om het wereldkampioenschap later dit jaar. Wat zou het mooi zijn als Anish Magnus nog eens van het bord veegt. Qua psychologische oorlogsvoering staat Anish al een paar procentjes voor. Voor de overige procentjes hoop ik vooral dat de zalm tegen die tijd niet op is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden