Schakel een internationale bank in voor geld Suriname

Het ontwikkelingsgeld dat Suriname nog van Nederland te goed heeft, moet op internationale wijze worden ingezet. De International Development Bank voelt daar vast ook voor. Zo vervalt de politieke afhankelijkheid, die de relatie tussen Nederland en Suriname frustreert.

Wie in Suriname is, ontmoet veel mensen die willen dat het anders, beter, gaat met het land. Helaas zijn deze mensen tot nu toe niet in staat geweest de structuur van de samenleving -die beheerst wordt door de macht van 'lanti' (de overheid) en het hebben van kennissen- te doorbreken.

Ik schrijf dit ook omdat de afgelopen jaren in Nederland bij sommigen de indruk lijkt te zijn ontstaan dat Suriname alleen maar 'Bouterse' is. Natuurlijk, hij is er, al lijkt (tenminste op korte termijn) zijn politieke macht te zijn afgenomen - lijkt, je weet nooit. Maar er wonen tussen de rivieren Corantijn en Marowijne nog vele andere Surinamers dan Bouterse, die in een beroerdere context zitten dan wij doorgaans weten. Het beeld van Suriname is in Nederland de laatste jaren te veel in negatieve zin vertekend.

Wat kan Nederland doen? Er zijn nog enkele honderden miljoenen aan Verdragsmiddelen en er ligt een Raamverdrag waarin in principe ook continuering van de ontwikkelingssamenwerking is overeengekomen. In die zin staat de relatie met Suriname los van de Herfkens-inperking van het aantal landen aan wier ontwikkeling Nederland wil bijdragen.

Er lijken drie mogelijkheden. Als op een of andere manier de aanstaande verkiezingen in Suriname dat mogelijk maken -en het lijkt er op dat Suriname geen in Nederland veroordeelde president krijgt- zou, met name op projectbasis, op een oude manier kunnen worden doorgewerkt. Waarschijnlijk zullen de Surinaamse politieke partijen die samengaan in het zogeheten Nieuw Front dat óók willen als zij straks de macht overnemen.

De toespraak die de Surinaamse oud-minister Gilds -voor wiens optreden op Defensie tijdens de vorige regering ik veel respect heb- onlangs in Rotterdam hield op een congres over de toekomstige relatie tussen Nederland en Suriname, was wel erg traditioneel. Hij gaf geen enkele nieuwe lijn aan, het oude systeem moet kennelijk gewoon doorgaan.

Een nieuwe lijn, onder meer in Trouw bepleit door de econoom Sandew Hira ('Graaiende Surinaamse politici kun je omzeilen', Podium, 14 april) is het te gooien over de boeg van de zogeheten non-gouvernementele organisaties. Deze organisaties, die noch aan de Nederlandse, noch aan de Surinaamse regering zijn gebonden, zouden het beste het ontwikkelingsgeld kunnen besteden dat Suriname nog van Nederland tegoed heeft. Dat plan is overtrokken.

Meer ruimte voor en inzet van de ngo's -in de brede zin- lijkt zeer aanbevelenswaardig; dat wordt ook duidelijk uit onderzoek over de Nederlandse en Surinaamse ngo's dat door de Surinaamse ngo NIKOS in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam is verricht. Maar het kan nooit of/of zijn, maar wel en/en, veel meer dan in het beleid onder Venetiaan en Wijdenbosch - met verontschuldiging aan de eerstgenoemde voor het op een lijn zetten van deze twee namen. Dat wil zeggen dat de overheid een beperktere taak moet hebben, maar óók een beter verantwoordelijkheidsgevoel.

Het is ook denkbaar een deel van de gelden te internationaliseren. In 1987 werd dit reeds bepleit door minister Bukman van ontwikkelingssamenwerking. De Wereldbank lijkt daar niet in genteresseerd te zijn maar de in Londen gevestigde International Development Bank vrijwel zeker wel. Dat is goed voor een doorbreken van eenzijdige politieke afhankelijkheid.

Ook in zo'n situatie blijven er genoeg velden over voor essentiële Surinaams-Nederlandse samenwerking. Dat geldt onder andere voor de gehele samenwerking tussen ngo's, en tenminste voor de samenwerking op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Ook de samenwerking tussen bedrijven, die tot nu toe weinig bevorderd is, zou kunnen verbeteren. Daarbij zal ook, in beperkte mate, her en der inzet van (gemotiveerd, deskundig én bescheiden) Nederlands kader nodig zijn. Dit alles zal te zijner tijd moeten worden besproken met de nieuwe Surinaamse regering.

In bescheidenheid, want lang niet alles wat 'Nederland' in Suriname doet is goed. Momenteel zijn wij het meest zichtbaar in Suriname via de activiteiten van Ballast Nedam die er twee grote bruggen bouwt en daartoe geld heeft geleend aan de Surinaamse regering waardoor de komende jaren de bauxietopbrengsten naar Nederland zullen gaan. Met deze bouw scoort Ballast Nedam technisch hoog. Maar het zal Suriname de komende zes jaren financieel in problemen houden. Bovendien wordt nu kennelijk geld dat de heer Dilip Sardjoe, Surinames politieke handelaar die ook aan Ballast Nedam 'mocht' leveren, ontving, ingezet om arme kiezers op het platteland ertoe te brengen het huidige beleid te doen continueren. In die zin moet Nederland niet te hoog van de toren blazen, en zeker minister Van Aartsen en VVD-kamerlid Weisglas niet.

De relaties van Nederland met Suriname zijn intensief, in een aantal velden, ook nu, intensiever dan die met Aruba en de Nederlandse Antillen. In 1995 is dit in Paramaribo markant verwoord door Hirsch Ballin: 'De Surinaams-Nederlandse betrekkingen zijn immers, anders dan zo veel 'gewone' internationale relaties, niet op de eerste plaats een band tussen staten, maar tussen mensen en volkeren. Zo'n band leent zich niet goed voor het gebruikelijke inter-gouvernementele onderhandelingsspel, want ook als men elkaar officieel de rug toekeert zet de realiteit zich voort dat Suriname en Nederland intens met elkaar verbonden zijn en gaat het leven door: in familiale en vriendschappelijke contacten, in de handel, goede en kwade, en in de hunkering samen iets aan te pakken'.

Dit neemt echter niet weg dat ook de overheidsrelaties genormaliseerd moeten zijn - aan beide kanten. In elk geval, onze regering zal er goed aan doen weer na te denken over een Suriname-beleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden