Schaduwzijde

De godsdienstpsycholoog Willem Berger uit Nijmegen gaf eens een training voor justitiepastores, jaren geleden. We moesten eigen werk inbrengen, gespreksverslagen, preken, waar dan kritisch naar werd gekeken.

Een gevangenisaalmoezenier kwam met een preek die hij ergens in een parochiekerk had gehouden. Thema: vergevingsgezind zijn jegens boeven. Alle deelnemers aan die training vonden het een mooie preek. Ik vond er iets aan, maar ik wist niet goed wat, en dus meldde ook ik dat ik erdoor gesticht was.

Als laatste kreeg de pastor van de Nijmeegse Pompekliniek -een psychiatrische kliniek voor tbs-gestelden- het woord. Hij had al eerder een training bij Berger gevolgd. ,,Je zegt dat wij onze gevangenen met zorg moeten omringen, heb ik dat goed gehoord?'

Dat had hij goed gehoord.

,,En jij gaat er daarbij vanuit dat ik dat wil.'

,,Ja, daar ga ik vanuit. Dat wil je toch?'

,,Nee, eerlijk gezegd wil ik dat niet. Ik weet wel dat dat moet van ons geloof, maar eerlijk gezegd: ik ben niet zo gelovig.'

Hemeltje lief, dacht ik, alweer een priester van zijn geloof afgevallen.

Onbegrip in de groep. Hoe kon die pastor van de Pompekliniek- toch een dienaar van het evangelie- zo hardvochtig zijn? Prof. Berger zag dat de groep over de man heenviel en greep in door zich krachtig met hem te solidariseren: ,,Hebben de heren de vorige week het verhaal in de krant gelezen van die twee kerels die die pompbediende doodschoten voor een paar tientjes?'

Dat hadden de heren gelezen.

,,En willen de heren weten wat ik dacht toen ik dat las? Ik dacht: ze moesten ze gvd aan de hoogste boom ophangen.' Of de heren dat herkenden. De heren gaven het schoorvoetend toe.

,,Welnu, mijnheer de predicator, in die kerk zitten mensen als u en ik. Er zit woede en achterdocht en wrok in hun ziel. Waarom hebt u het daar niet over?'

,,Ja, dan gaat de geest uit de fles, en hoe krijg je die er dan weer in?'

,,Eigenlijk zegt u: dat donker in onze ziel is zo donker, daar kan het licht van het evangelie niet tegenop.'

,,Ja, daar ben ik bang voor.'

,,Dat is dus ongeloof. Dat is niet erg, maar het is wel goed dat u dat even weet. Want nu gaat uw preek natuurlijk nergens over. Het evangelie is een licht dat schijnt in de duisternis. Maar als je de duisternis wegpoetst, dan kan het licht er niet schijnen. Geloof gaat over ongeloof en over niets anders.'

Ik zat op het puntje van mijn stoel, ik realiseerde mij dat dit een gewichtig moment was. Ik zei dat ik mij ook niet gelukkig met die preek voelde, maar dat ik het niet had kunnen pakken waarom. ,,Hoe kon hij dat wel?' vroeg ik, wijzend op de priester van de Pompekliniek.

,,Omdat hij geleerd heeft in zijn eigen ziel te kijken en omdat hij niet bang wordt van de rottigheid die hij daar aantreft.'

,,En dat kan je leren?'

,,Dat kan je leren. En als je een goede zielzorger en een goede prediker wil worden, dan moet je het leren.'

In mijn vorige column heb ik beschreven hoe ik mij tot mijn eigen verbazing, op reis in Duitsland, er steeds weer op betrap dat er nog resten rancune huizen in de kom van mijn ziel. Onverhoeds steken die dan de kop weer op. Dat is niet zo mooi van mij, ik ben van binnen niet veel beter dan die priester uit de Pompe kliniek.

En wat geschiedt? Er klimmen lezers in de pen die vertellen dat ik mij moet schamen. Dat noemt zich christen! De dominee der wrake kopt de NRC. Waar is de vergeving? Heeft Ter Linden al die jaren niets geleerd. Wat een wrok!

Ja, dat wist ik al. Ik had het net zelf allemaal opgebiecht. Kennelijk had ik erbij moeten zeggen dat ik dierbare Duitse vrienden heb, dat ik hen hoogacht, dat ik weet dat er veel goede Duitsers waren en veel slechte Nederlanders. Maar dat hoeft toch geen betoog? Ik had het over irrationele en 'verboden' gevoelens die zich ondanks alles en nog zoveel jaren na dato aandienen. Dat houdt mij bezig, en daar heb ik de lezers deelgenoot van gemaakt. 'Nooit meer doen, hoor,' schrijft iemand, 'u bent veel te eerlijk.'

Ik biechtte overigens niet alleen op wat er nog van binnen spookt, ik sprak ook over alle hartelijkheid, vriendschap en gastvrijheid die ik ginds geniet. Ik openbaarde met andere woorden mijn ambivalentie. En ik eindigde met iets te vertellen over een kerkdienst in Bethel en over een lied dat mij voor Gods aangezicht even uit die verwarring optilde. De kerkdienst ging over vergeving en over de verzoening van twee zonen van één Vader, het lied over Freund und Feind en over Vorurteilen. En wat schrijven mensen mij nu? Dat ik maar eens goed over dat lied moet nadenken!

Het is zeer wel mogelijk dat ik dat stuk niet goed geschreven heb. Het is ook mogelijk dat sommigen zo'n bekentenis niet goed kunnen lezen omdat het hen onbewust confronteert met hun eigen schaduwzijde, met de rottigheid die daar huist. Ik zeg dat zonder kwaaiigheid en in bescheidenheid, ik ben bevoorrecht dat ik van een man als Berger een beetje geleerd heb daar in vrijheid naar te kijken.

Hij was het ook die ons wees op het door Jung beschreven verschijnsel van het 'christelijke antisemitisme': omdat het niet christelijk is om anti-semitische gevoelens te hebben, worden die antisemitische gevoelens verdrongen. Maar 'verboden' gevoelens die je verdringt, kunnen vroeg of laat gaan spoken, en dan wordt het gevaarlijk, zoals de geschiedenis leert. Wie weet heeft van de vergeving kan zonder al te veel angst naar zijn eigen schaduwzijde kijken, de rottigheid bezien en proberen er een beetje van te genezen. En wie weet heeft van de vergeving hoeft niet in paniek te raken als dat niet helemaal lukt, want er zijn nu eenmaal traumatische ervaringen die wij, hoe wij het ook proberen, niet helemaal achter ons kunnen laten, en redeneren helpt dan niet, want die gevoelens huizen in het domein waar de ratio nu eenmaal moeilijk vat op heeft.

Er was eens een joodse man die een loodzware koffer naar het zesde perron had gesleept, vertelt Jung. Daar aangekomen moest hij nodig wateren. Hij zag zichzelf niet die koffer weer trap op trap af sjouwen en keek om zich heen naar iemand aan wie hij die koffer even kon toevertrouwen. Hij stapte op een medereiziger af. ,,Mijnheer, mag ik u vragen, hebt u wel eens antisemitische gevoelens?'

,,Hoe komt u daarbij, dat zij verre van mij.'

De jood stapte op een tweede reiziger af. ,,Denkt u wel eens lelijk over joden?'

,,Mijnheer, ik ben een christen, ik zou mij schamen.'

De jood gaat naar een derde man op het perron. ,,Hebt u zichzelf wel eens op anti-joodse gedachten betrapt?'

,,Ik zou liegen als ik het ontkende.'

De jood zei: ,,Zou u dan misschien even op mijn koffer willen passen, want u bent een eerlijke man.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden