Schaduwen begrijpen

De hersenen geven hun eigen draai aan wat de ogen en oren vertellen. Is het brein zo’n knoeierd? Nee: het is een genie, dat zelden tegen een boom loopt maar ons wel dwars door de schaduw van diezelfde boom heen loodst. Laatste deel van een serie.

Er passeerden hier al wat hersenspinsels: optische illusies en tastdwalingen. Nu laten we het brein voor de laatste keer opzichtig uitglijden. Maar is het wel een blunder?

Vak A in de figuur hieronder is donkerder dan B. Verwed daar niet je je portemonnee om, pak de schaar en knip A en B uit. Even donker. Dit tart de ogen: B ligt in de schaduw maar behoort tot de witte vlakken. En dat witte dikken onze hersenen zo aan dat* Knippen maar.

Voortdurend laten nieuwe studies zien dat waarneming een creatieve cerebrale onderneming is. Het brein interpreteert, het schept. Dat klinkt naar ’verzinnen’, maar in werkelijkheid getuigen onze hersenen van een magnifiek natuurkundig inzicht. Letterlijk: ze passen de principes van transparantie en schaduw feilloos toe, zonder dat we die zelf kennen.

Neuroloog Vilayanur Ramachandran schetste die vaardigheid onlangs in Scientific American. We leggen op een wit papier een donker filter dat de helft van het licht doorlaat. Kruislings daarop gaat zo’n zelfde filter: de plaats waar de twee filters elkaar overlappen laat dan maar de helft van de helft, dus een kwart licht door.

Weliswaar zit u helemaal niet te rekenen, maar het brein ziet een grijs doorschijnend vlakje. Zou iemand stiekem dat vlakje wat lichter of donkerder verven, dan zouden uw hersenen het niet meer als transparant zien. Het is net alsof zij de fysica hierachter snappen en constateren dat de helderheid of donkerte dan niet klopt. En dan kunnen die twee filters niet doorschijnend zijn.

Woont er een fysicus in ons hoofd? Misschien is dat bittere noodzaak, oppert Ramachandran. Niet dat transparantie veel voorkomt om ons heen en we kijken niet permanent door een dubbel filter. Maar het herkennen van schaduwen vereist vergelijkbaar inzicht. Zoals op de volgende foto:

Als het pikdonker was en er scheen een lamp recht op een van de bomen, dan was de schaduw erachter zwart. Maar we leven in een wereld van verstrooid licht. Op het gras en pad varieert de overgang van schaduw naar geen-schaduw enigszins: op het pad is die iets minder groot dan op het gras. Uit die minuscule variaties maakt het brein op dat ’dat ding’ achter de boom louter schaduw is en niet een of ander object. Zonder die inschatting, waar in feite hogere fysica achter zit, zouden wij voortdurend naar lucht grijpen of schaduwen ontwijken.

Dat is kunstig van het brein, maar helaas schuilt in het verborgen inzicht boven tevens de basis voor dwalingen. Als we niet twee grijze filters maar een rood en blauw over elkaar op een wit papier leggen, dan houden die filters beide licht tegen, maar elk met een andere golflengte. Samen filteren ze alles weg en zo blijft er een zwart vlak over. Toch suggereert ons brein dat die twee kleurenfilters samen doorzichtig zijn, en dat dat niet een zwart maar een grijs vlakje oplevert.

Dat is weer zo’n misser. De hersenen leggen blijkbaar alles wat ze beoordelen de transparantieregels op die in de zwart-wit-wereld gelden. Aan de eigenschappen van kleuren gaan ze maar voorbij. Wat maakt dat uit bij schaduwen, denk je, die zijn immers licht of donker, en weinig gekleurd. Maar recente studies doen juist vermoeden dat we toch van kleurverschillen gebruik maken om goed schaduwen te zien.

We herkennen bijvoorbeeld gemakkelijker de diepe nissen in een lemen muur als we die muur in kleur zien dan in zwart-wit. Soms veronachtzaamt het brein kleuren, maar hier geven die kleuren de hersenen juist het handvat om schaduwen beter waar te nemen, en daarmee de spelonken in de muur.

Kortom, het brein is eigenzinnig, maar het tuimelt daardoor soms ook in zijn eigen vooringenomenheid. Als het eenmaal een doorschijnend tafereel denkt te zien, houdt het voet bij stuk. Zoals in het geval van subjectieve contouren:

Hier meent iedereen een lichtdoorschijnend, vierkant filter op het grotere vlak te ontwaren. Er zijn alleen maar vier hapjes uit de blauwe concentrische cirkels weg. De hersenen munten uit in zien wat er is, maar kennelijk ook in zien wat er niet is. Weer zo’n stommiteit? Die paar illusies moeten we er blijkbaar voor over hebben om niet door een glazen wand heen te stappen maar wel dwars door de schaduw ervan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden