Schaduw over herdenking Berlijn

Van onze correspondent BERLIJN - Vijftig jaar na dato heeft Duitsland gisteren officieel de mislukte aanslag op Hitler - op 20 juli 1944 - herdacht. Op de binnenplaats van het zogenaamde Bendlerblock in Berlijn, het vroegere hoofdkwartier van de Wehrmacht, waar Oberst Klaus Schenk graaf von Stauffenberg en enkele mede-officieren in de nacht na de aanslag werden geëxecuteerd, riep bondskanselier Helmut Kohl het Duitse volk op waakzaam te blijven tegenover “de vijanden van de vrijheid.

“Intolerantie en mensenverachting mogen in Duitsland nooit meer een kans krijgen”, zei Kohl. Met blik op het heden: “Wie vandaag onze vrijheid en democratie consequent verdedigt, zal morgen niet in de situatie komen verzet te moeten plegen. Waar burgers afzijdig blijven en zich niet meer voor de democratische orde inzetten, bestaat het gevaar dat de vijanden van de vrijheid - extremisten van links en rechts - deze orde ondergraven en vervolgens vernietigen.”

Maar de herdenking van het Duitse verzet was geen toonbeeld van eensgezindheid. Dat Kohl sprak, en niet de op de eerste rij zittende bondspresident, Roman Herzog, was slecht gevallen en had Kohl het verwijt opgeleverd dat hij het Duitse verzet voor eigen electorale doeleinden misbruikte. Inderdaad werkte Kohl in zijn presentatie als de bedachtzame staatsman die zich het laatste grote nationale evenement voor de verkiezingen in oktober niet wilde laten ontgaan.

Maar er was nog meer wrevel op deze dag, die ogenschijnlijk een dag van opgeheven hoofden had kunnen zijn. Zulke dagen zijn in Duitsland niet dik gezaaid. Zowel Kohl als Berlijns burgemeester, Eberhard Diepgen (CDU), roerden in hun redes de controverse aan, die in de laatste weken aanleiding was voor verbitterde debatten. De kwestie draait om de vraag of het communistische verzet tegen Hitler, zoals dat onder Stalins regie gestalte kreeg in het National Komitee Freies Deutschland (NKFD), een vermelding verdient in de centrale gedenkplaats in het Bendlerblock. Inderdaad bevinden zich, amper één kamer verwijderd van de vroegere werkkamer van Klaus von Stauffenberg, de portretten van twee exponenten van het NKFD, Walter Ulbricht en Wilhelm Pieck, die later bij uitstek symbool zouden staan voor het onrechtvaardige DDR-regime.

Historisch museum

Diepgen toonde begrip voor de irritatie over “de ruimtelijke nabijheid” van zulke uiteenlopende persoonlijkheden in een gedenkplaats voor het verzet en stelde voor de brede historische weergave van het verzet onder te brengen in het Duitse Historische Museum, als het ware als onderdeel in het overzicht van de Duitse geschiedenis. In gedachten kon men nu al de verontwaardiging over Diepgens voorstel horen loeien, want als het verzet tegen Hitler al een chronologisch plaatsje krijgt in de Duitse geschiedschrijving, hoe zit het dan met de misdaden van Hitler zelf? Was niet ene meneer Heitmann - vorig jaar kandidaat voor het bondspresidentschap - gestruikeld over een soortgelijke uitlating, die het nazi-verleden tot een voorbije historische periode reduceerde?

Kohl hoedde zich ervoor concrete voorstellen voor een oplossing van het dilemma te doen, maar hij verheelde niet waar zijn sympathieën lagen. Achting verdiende in Kohls opvatting elke vorm van verzet, maar voorbeeldig werd het verzet pas door zijn “politieke en morele doelstelling”. Kohl: “Om de blijvende betekenis van het Duitse verzet voor nu en de toekomst geheel te kunnen begrijpen, mogen we ons niet beperken tot de vraag waartégen zich het verzet richtte. We moeten ons ook afvragen waarvóór de verzetslieden stonden. (. . .) Het herstel van recht en rechtvaardigheid en daarmee de terugkeer naar ethische waarden en maatstaven - dat was het hoogste doel van de meesten die zich tegen het nationaal-socialistische regime keerden.”

En ook in andere passages nam Kohl afstand van het in Moskou georganiseerde verzet. “Menselijke grootheid en onvergetelijke waardigheid verdient verzet vooral daar waar het uit vrije beweging een opstand van het geweten is. Dit geldt zeker voor de mannen en vrouwen van de 20e juli. Ze handelden niet op bevel. Er was geen massa-beweging waardoor ze zich konden laten meeslepen.”

Zo maakte Kohl dus onderscheid tussen respectabel en gedenkwaardig verzet, een tweedeling die opnieuw stof voor controverse zal leveren. De inrichter van de gedenkplaats in het Bendlerblock, historicus Peter Steinbach, wil niets weten van een kwalificatie van het verzet in 'goed en minder goed'. Zijn concept om het Duitse verzet zo breed mogelijk te presenteren, had ook de instemming van oud-bondspresident Richard von Weizsücker. Betekenisvol was een van Weizsückers laatste ambtshandelingen: de ondertekening van de toekenning van het 'Bundesverdienstkreuz' aan juist Peter Steinbach - een duidelijk signaal dat Weizsücker in deze tijden van hereniging en verzoening geen diskwalificatie van het communistische verzet wenste.

Oude stellingen worden na de opnieuw ontvlamde strijd betrokken. Van de nagedachtenis van het verzet blijft daarbij weinig over. Daar waar de een het communistische verzet in diskrediet brengt, daar kritiseert de ander het burgerlijk-militaire verzet van Stauffenberg en de zijnen als 'reactionair en nationaalconservatief'. Een dag voor de plechtigheid in het Bendlerblock bezette een groep linkse activisten uit Hamburg het gebouw en hing een spandoek uit het raam, waarop te lezen stond: “20. Juli 1994, Feiern für ein 'Neues Reich' - Nie wieder Deutschland!”

Goedkoop

In deze interpretatie van de aanslag op Hitler was de 'Stauffenbergkliek' op niets anders uit als een nationaal-socialisme zonder Hitler, een opvatting die ook in de antifascistische DDR-ideologie in zwang was geraakt. En de linkse Berlijnse TAZ publiceerde gisteren een artikel waarin breeduit de oorlogsmisdaden van enkele Stauffenberg-getrouwen werden uitgemeten.

Kohl had gisteren voor deze mannen woorden van vergeving over: “Het is goedkoop om vanuit het huidige perspectief te kritiseren dat niet alle representanten van de 20e juli een maatschappelijke orde voor ogen stond, zoals later in de Bondsrepubliek gerealiseerd werd. Menigeen van hen - ook dat is waar - had zich aanvankelijk door het mislukken van de republiek (van Weimar) en de successen van de dictatuur laten verblinden. Dat vermindert echter geenszins de betekenis van deze deelnemers aan het verzet, dat ze later hun vergissingen inzagen, ja zelfs hun verstrikking in het onrecht en hun schuld bekenden.” Zoveel grootmoedigheid, commentarieerde een radioverslaggever, had ook jegens de oud-communisten niet misstaan.

- Commentaar op pagina 9 - Rede Helmut Kohl op pagina 11#

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden