Schaatsmoeder Carien, oude Sven en 'TJ Flowers'

Wat hou ik toch van eigenzinnige sporters. Sporters die bewijzen dat alles wat men als onmogelijk ziet, mogelijk is. Omdat ze het op hun manier doen, tegen de stroom in.

Neem nu de Belg Sven Nys, 39, veldrijder van beroep. Hij is bezig met zijn laatste seizoen. Verwend met zijn overwinningen als onze Zuiderburen zijn, meenden ze dat Sven het niet meer in zich had. Hij was nu echt oud, de jonge garde had de macht overgenomen, want Nys had dit seizoen nog geen grote cross gewonnen.

Nu moet u weten: er zijn nog geen tien grote crossen gereden. Nys haalde toch al vier keer het podium. Maar als je in Vlaanderen niet wint, tel je niet mee. Dit weekend won Nys de cross van Hasselt én de wereldbekerwedstrijd in Koksijde. De ouwe taaie gaf alle jonkies het nakijken, alsmede de meningenmennekes langs de kant. Heerlijk.

Nog zo een: schaatser Ted-Jan Bloemen. In ons land afgeschreven, want hij hing er altijd maar wat bij. Sven Kramer en Jorrit Bergsma, dat waren onze koningen van de tien kilometer. Ze kunnen me wat, dacht Bloemen, en hij verkaste naar Canada - het geboorteland van zijn vader.

Eindelijk had hij een stabiele omgeving om te trainen, zonder jaarlijkse zoektocht naar een ploeg. Terwijl iedereen dit weekend een matadorengevecht tussen Kramer en Bergsma verwachtte, ging 'TJ Flowers' er in Salt Lake City met de 10.000 meter vandoor, in een wereldrecord nota bene.

Maar de meest eigenzinnige sporter van dit moment is wat mij betreft Carien Kleibeuker - u weet wel: de schaatsmoeder van 37 die een bronzen plak haalde op de Spelen in Sotsji. Vrijdag reed ze in Salt Lake opnieuw loeihard en brak ze het oeroude Nederlands record op de vijf kilometer.

Kleibeuker is hard op weg een heel ander eind aan haar carrière te breien dan iedereen ooit dacht. In 2007 stopte ze gedesillusioneerd met schaatsen. Ze was opgebrand, de schaatsster die altijd huilde van de spanning - want zo stond ze bekend.

Ze werd fysiotherapeute en kreeg een dochter; de gewone huisjeboompjebeestje-route was ingeslagen. Maar omdat het verhaal nog niet af was, nam Carien een u-turn. Ze trok haar schaatsen weer aan. Naast haar dochter opvoeden en een eigen praktijk runnen ging ze weer topsporten.

En dan lees ik al die opiniestukken van vrouwen die het moederschap zo vreselijk zwaar vinden; nauwelijks te combineren met een baan en al helemaal niet met een eigen leven.

De filosofie van Carien kon daar niet ontnuchterender tegenover staan. Topsporten, zegt ze, is net gewoon werk. Gewone moeders gaan ook naar kantoor en komen daarna weer thuis om voor hun kinderen te zorgen. Zo doe ik het ook.

Maar waar Carien luchtig overheen stapt, is dat topsporten níet hetzelfde is als gewoon werken. Topsporter ben je elke dag, vierentwintig uur. Ook als je goed moet slapen, maar je kind 's nachts huilt. Ook als het ziek is, terwijl je alle ziektekiemen zou moeten vermijden. Ook in het weekend, ook na schooltijd; op al die momenten dat je kind aandacht vraagt terwijl andere topsporters hun broodnodige rust pakken.

Toch is Kleibeuker nooit beter geweest dan nu. Het plezier spat eraf. Huilen doet ze vooral nog van vreugde, na prestaties die ze nooit eerder neerzette. Wat het is? Ik denk dat juist de komst van haar dochter haar heeft laten inzien hoe graag ze nog schaatsen wil, maar haar ook heeft leren relativeren.

Relativeren is nu juist wat topsporters niet moeten doen, zegt men, want niets is belangrijker dan hun sport. Maar voor sommige topsporters is relativering juist van levensbelang. Loslaten zorgt voor lucht in de longen en snee op de ijzers. Soms moet je 37 én moeder worden om dat te kunnen zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden