Schaatsers ergeren zich aan sponsorbeperkingen

AMSTERDAM - Geen schaatsseizoen, of de douchekoppen waaruit de inhoud van een beerput vol conflicten en wederzijds wantrouwen sproeit, worden vooraf grondig ontkalkt. In de topsport gaat het meestal om geld. De kernploegleden zijn ook deze keer boos, nu er een Dafje voor de deur staat in plaats van de beloofde Ferrari (dixit Rintje Ritsma), maar dat is slechts het topje van de ijsberg. Het stoort hen vooral dat er met de KNSB niet te communiceren valt.

JOHAN WOLDENDORP

Of viel, want hoeveel slagen de nieuwe bondsvoorzitter, David Meijer, ook om de arm houdt (“ik spring niet op een rijdende trein”), voor wie praten wil, houdt de organisatiedeskundige de deur wagenwijd open. Het past ook een beetje bij zijn stiel van crisismanager. Maar in plaats van dat de nieuwe roerganger van de roerige bond het afgelopen weekeinde op de nationale afstandskampioenschappen in Den Haag spontaan werd omhelst door de vaandeldragers van de KNSB, begon kopman Rintje Ritsma onder het Paul de Leeuw-motto 'Dat wilt ik nou effe kwijt' leeg te lopen over de beperkingen die de belangrijkste geldschieter (Aegon) oplegt ten aanzien van individuele sponsoring en de bijstands-status waarin de toppers door de nieuwe, volgend seizoen te introduceren premieregeling zouden vallen. Wie 'top' presteert, kan zeker 80 mille (zegt de KNSB) dan wel hooguit 55 mille (zeggen de rijders) verdienen, wie er helemaal niets van bakt, moet het stellen met een basisvergoedinkje van 1250 gulden per maand.

Pratend over de relatie tussen een sportbond en zijn sponsor sprak co-voorzitter Marten Kastermans van NOC*NSF bij een andere gelegenheid niet meer over sponsorship, maar over partnership. Daarmee raakte hij tot in de komende eeuw de kern van de zaak. Het bedrijfsleven is allang niet meer de gulle gever, die een zak vol duiten op een bankrekening stort en zich verder bescheiden aan de zijlijn opstelt. Het is een meedenker en -beslisser geworden. Zeker wanneer de sponsorbelangen in het geding dreigen te komen, doet het gezegde 'wiens brood men eet, wiens woord men spreekt', opgeld. Als het braafste jongetje van de klas laat de KNSB zich dat geen twee keer zeggen. De bond is dan ook niet te beroerd dat de sporters met harde hand duidelijk te maken.

Jan Augustinus, lid van de commissie kernploegen/langebaan, liet er geen twijfel over bestaan. Wanneer Ritsma en (vooral) Falko Zandstra doorgaan met hun provocaties aan het adres van de hooggeachte hoofdsponsor, riskeren ze een schorsing. Als het niet anders kan, worden ze op het EK in Heerenveen vlak voor het ingaan van de laatste bocht nog van het ijs geplukt. Zo'n vaart zal het niet lopen - de publieke opinie zal in dat geval niet op de hand van de bond èn Aegon zijn - maar het illustreert wel de paniek, die fiks wortel heeft geschoten in de bond.

Voor de goede orde nog even wat feiten: Aegon is al jarenlang de hondstrouwe sponsor van de KNSB. Het investeert zo'n anderhalf miljoen per jaar in met name de kernploegen langebaan en verlangt daarvoor een optimaal rendement in de media. Aangezien een vervelende tien-kilometerrit het qua amusementswaarde al gauw wint van het testbeeld, rekent het verzekeringsconcern zich tijdens schaatsweekeinden in een mum van tijd rijk. Bij goed zakelijk beleid vormen de gekapitaliseerde Ster- en IP-seconden een veelvoud van de geïnvesteerde sponsorguldens.

De schaatsers hebben slechts voor een deel een boodschap aan de goede gaven van de maecenas uit Den Haag. Privé-sponsoring levert hun aanzienlijk meer geld op. Ritsma: “Ik zit door mijn prestaties van het afgelopen seizoen in de categorie die 42 000 gulden verdient. Dat lijkt heel veel geld, maar als ik de belastingen er aftrek, kan ik er net van autorijden. We moeten het daarom hebben van losse sponsorcontracten. Maar juist die weg hebben ze voor ons afgesneden.”

Vorig seizoen bestond die mogelijkheid nog wel, als het maar om andere branches ging dan die waarin Aegon en Deloitte & Touche, de co-sponsor, hun marktaandeel willen vergroten. Dat klinkt logisch, zij het dat Aegon al een tijdje andere dan louter assurantiepaden bewandelt. Heel slim integreert het zijn logo in een speciaal voor schaatsers ontwikkelde kledinglijn. Dat zet al heel wat potentiële privé-sponsors buitenspel. En het hoeft niemand te verbazen dat Aegon binnenkort met een onderkledinglijn komt, nu Ritsma, Zandstra en Postma in die sector een leuke inkomstenbron hebben gevonden.

Geen moeite is de KNSB te veel zijn sponsors te behagen. Een vertegenwoordiger van de bond stormde afgelopen zondag de perskamer in De Uithof, het toneel van de NK afstanden, binnen om met nadruk te zien vastgesteld dat Aegon buiten de hele privé-sponsoraffaire staat. Het is de KNSB, die het beleid bepaalt, en niemand anders. Dat klopt in formele zin ook. Bovendien past het niet bij het imago van een verzekeringsconcern het de medemens nodeloos lastig te maken. Integendeel, niemand die een mens in nood zo snel de helpende hand toesteekt als een verzekeraar. In commercials tenminste. Maar wanneer de vriendelijk ogende sponsor zegt dat het tenue van een kernploegschaatser geen kerstboom van allerlei merkenlogo's mag worden - want dat leidt de aandacht van de beeldmerken van Aegon en D & T maar af - dan is dat prompt bondsbeleid.

De ene bondsfunctionaris is trouwens de andere niet. Augustinus zegt het omonwonden: “Aegon pikt het gewoon niet. Dat steekt er een paar miljoen in, en dat wil niet dat rijders gaan provoceren met privé-sponsors. Als ze zo doorgaan, worden ze echt uit de ploeg gegooid.” Augustinus, vanuit de CK/BL 'manager' van de mannenkernploeg, heeft een warm kloppend hart voor zijn 'jongens', maar erkent in een dwangbuispositie te zitten. In de dagen voor de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen, begin deze maand, verscheen met name Zandstra nogal uitdagend met het logo van zijn privé-sponsor, Craft (het bewuste onderkledingmerk), op de televisie. Aegon verzocht daarop de KNSB Zandstra op zijn plichten (lees: het contract dat iedere kernploegrijder moet tekenen) te wijzen. “Ik voel me de beschermheer van de schaatsers”, zegt Augustinus. “Ik kan het begrijpen dat ze een beetje baldadig zijn. Ze kunnen nu oogsten, maar krijgen de gelegenheid niet. Maar als ze zo doorgaan, worden ze er echt uit gegooid. Dan kan ik het niet meer tegenhouden.”

Subtiel

Ritsma tracht de weg van de diplomatie nog op de plattegrond te zoeken (“ik probeer het subtiel te houden”), Zandstra lijkt maar al te graag op een confrontatie aan te willen sturen. Zijn persoonlijke omstandigheden zijn sinds kort ook anders dan die van zijn provinciegenoot. Ritsma woont nog thuis in Lemmer, Zandstra heeft onlangs een huis in Joure laten bouwen.

Ritsma en Zandstra ondertekenden de afgelopen zomer bovendien zonder vorm van protest het contract, dat hen aan de Aegonwetten verplicht. Wilden ze blijven schaatsen, dan hadden ze - net als de rest trouwens - ook geen keus: de voorbereiding op het schaatsseizoen was al begonnen en er waren onvoldoende garanties om met een alternatieve kernploeg (het vleesgeworden doodgeboren kindje in de Nederlandse topsport) het gevecht met de gevestigde orde aan te gaan. Hun balorigheid reikt ook verder dan opmerkingen als “ze gunnen ons geen kleine extraatjes”, “ze gedragen zich heel lullig over privé-sponsoring” en “we mogen niet met een ander reisbureau dan de OAD op stap, omdat dat het bestuur een paar business-seats oplevert”. Ze hebben het idee dat de KNSB, ook dit jaar hoog scorend in het klassement om de 'Koninklijke Nederlandse Sores Bond-trofee', er voor bijna iedereen is. Bijna iedereen, alleen niet voor hen. Er zit een grote kern van waarheid in de klacht van Ritsma, dat hij wel moest tekenen omdat het seizoen al begonnen was. In dat geval wil een sportman zich nog maar met één ding bezighouden: zijn sport. Ritsma: “We zijn niet echt in protest gegaan. Een sporter kiest voor zijn sport. Het is in de praktijk heel moeilijk als ploeg iets te doen. Maar het zal onder de huidige omstandigheden niet lang meer duren.”

Het voorbehoud dat de schaatsers maken, is de persoon van de 67-jarige David Meijer, de voorzitter die na zijn vertrek in 1988 maar liefst vijf (interim-)opvolgers heeft gekend (Dekking, Zijlstra, Van Zanten, Luyk en Dijkema, voor je carrière moet je bij de KNSB zijn) en binnen een termijn van twee jaar een stabiele, elan en daadkracht uitstralende organisatie wil neerzetten. Zijn communicatief zwakke voorganger Jan Dijkema, als official 'weggepromoveerd' naar het ISU-bestuur, zond de schaatsers voortdurend het bos in. Tijdens de seizoenevaluatie in maart dit jaar kreeg zelfs opper-rebel Bart Veldkamp de indruk dat Dijkema geïnteresseerd naar de topsporters luisterde. Toen puntje bij paaltje kwam, bleek de KNSB een stap terug richting middeleeuwen te hebben gedaan: twee onwerkbaar grote kernploegen en een mannentrainer (De Vegt) die beschadigd, want geen eerste keus, aan het avontuur mocht beginnen.

Meijer staat open voor gesprekken met klagende rijders, maar belooft geen gouden bergen. Pas een week in functie houdt hij zich vooralsnog op de vlakte. “Ze moeten niets op mijn bordje leggen. Ik hoor nu een hoop dingen voor het eerst. Ik heb er geen verstand van.” Hij erkent dat het niet van fair play getuigt, wanneer een bond misbruik maakt van per definitie zwakke onderhandelaars als topsporters. Contracten moeten voor het (trainings)seizoen worden getekend, dat staat voor hem buiten kijf. “Maar heb je eenmaal getekend, dan zul je de sponsors moeten respecteren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden